HETSPOORBIJSTER.IN

NOT ALL THOSE WHO WANDER ARE LOST

HETSPOORBIJSTER.IN DE WERELD

EasyBlog

This is some blog description about this site

hetspoorbijster

hetspoorbijster

Wij zijn Mies & Lelle en we maken in 2014 een Wereldreis. Door onze reisverslagen kan je ons op deze trip volgen maar we geven ook informatie over backpacken in het algemeen en uiteraard over onze voorbereiding op deze Wereldreis.


 


Veel leesplezier,


 


Mies & Lelle

Posted by on in Wereldreis 2014
21. Surfin' USA!!
Surfin' USA!!   Aloha lieve allemaal.

Onze reis gaat plots snel. Van Indonesië naar Australie was in een oogwenk voorbij en terwijl ik dit schrijf zit ik op het Pearl Harbor Memorial terrein op Mies te wachten, enkele uren voordat we wéér verder vliegen.
De vlucht vanaf Australië bracht ons over de internationale datumgrens, wat inhoud dat we opUS blames atteck 15 juli 18:00 vertrokken, bijna tien uur vlogen en vervolgens om 07:45 wéér op 15 juli hier arriveren. We winnen een volledige dag. Eerst liepen we uren op jullie voor, nu lopen we weer hopeloos achter.

Niet alleen zijn we in de VS, maar we zijn dus ook nog in het meest tropische stukje Verenigde Systeem: het eiland Oahu van Hawaï.
De vijf dagen hier zijn voorbij gevlogen maar stonden toch een beetje in het teken van de vliegramp in de Oekraïne. Op onze derde dag hier wekte Mies mij met het nieuws en sindsdien controleren we veel vaker dan ooit onze Nederlandse nieuws apps. Welk nieuws we nu eigenlijk zoeken weten we niet maar we voelen ons verbonden en willen meer horen.
Vanzelfsprekend werd het hier ook breed uitgemeten, maar dat beperkte zich voornamelijk tot de eerste dag. Niet verwonderlijk natuurlijk op een vakantie eiland zoals dit, mensen willen zonnen, surfen en lol hebben.
Waikiki BeachOnze eigen vlucht hier naartoe was onopmerkelijk behalve dan dat we wederom gesloopt waren van een nacht doorhalen. Dit keer besloten we niet eerst bij te tanken maar onszelf uit te putten door gewoon van alles te gaan doen. We verblijven in Waikiki, een surfersparadijs vlak naast Honolulu. ("Narly", zei een surfdude in de bus en ik lig nog steeds in een deuk)
De zee is prachtig, en de golven indrukwekkend. Het echte surfseizoen is in de 'winter' maar we arriveren op de dag met de beste golven van het seizoen tot nu toe.
We zwemmen wat en wandelen langs de boulevard terwijl we wat te eten zoeken. Dit eten zoeken is een terugkerend ritueel deze reis dat ik hier niet verwachtte. Niet dat ze geen vegetarisch eten hebben, maar meer dat het gehele Amerikaanse dieet uit hotdogs, pizza en hamburgers lijkt te bestaan.  Onze gedeelde voorliefde voor Mexicaans eten biedt wat soelaas maar er gaan heelRiding the waves wat meer (vega) burgers door bij Teddy's Biggest Burgers dan ons lief is.
Als we om acht uur 's-ochtends weer eens zien hoe er immense hotdogs drijvend in saus naar binnen worden gewerkt hebben wij eigenlijk al gegeten en gedronken. Voor ons dieet die eigenlijk best goed, dat weerzinwekkende vreten dat ze hier doen.
Uitgeput vallen we aan het eind van deze dag in een diepe slaap. Herstel. Ík val in een diepe slaap. Mies doet door de warmte (geen airco) bijna geen oog dicht in onze vier persoons  kamer. We verkassen meteen naar een duurdere privé kamer en beginnen de dag Hawaï stijl: we nemen surfles!
Tot onze eigen verbazing staan we meteen de eerste poging al op onze boards en blijven nog best lang staan ook. Het moeilijkste en uitputtendste onderdeel van surfen blijkt het terugpeddelen door de golven. Mies heeft de smaak te pakken en gaat als een raket, ik word door de golven mishandeld en uitgelachen; ik word gelanceerd, drijf hopeloos achter mn board aan, ben plots aan het bodyboarden door de rollende golven en haal nog meer onbedoelde capriolen uit. Maar ik gier het uit. Geweldig vind ik het. Alleen dat terugpeddelen steeds... Even later krijg ik de smaak weer te pakken en sta ik af en toe weer op mijn board, zoals natuurtalent Mies dat van het begin al lijkt te doen. Goed besteed geld dit, we hebben er de hele dag nog lol van.

The BeachboyDag drie begint zoals gezegd al voor zessen met het nieuws van het neergehaalde vliegtuig. We gaan vandaag duiken (daar was het in Australië veel te koud voor) en de eerste duik is, hoe ironisch, naar het wrak van een vliegtuig dat in de tweede wereld oorlog is neergestort. De piloot overleefde de crash en is zelf een aantal jaar terug hier wezen duiken. Dat haalt iets van de druk er af.
Pas de tweede duik merken we wat voor een verwende duikers we zijn. De behaaglijke zee temperatuur van 25 graden is een eind kouder dan wat wij gewend zijn, 8 meter zicht is veel minder dan de standaard 20+ die wij kennen en ook van het koraal of de vissen die we zien gaan we niet sneller ademen. We hadden haaien en schildpaddenwrak verwacht, die zitten hier ook zat, maar nu met niet op deze plek.
Toch blijft die onderwater wereld een heerlijk mysterieuze plek waar we maar al te graag naar terug keren.
's-Avonds doen we wat we al heel lang willen doen, we huren een auto! Na zeven maanden geen stuur aangeraakt te hebben is het even wennen (voor mies want hij is de enige bestuurder) en zelfs het rechts rijden vergt redelijk wat concentratie. Na Thailand, Maleisie, Indonesië en Australië weten we eigenlijk niet zo goed meer wat de 'juiste' kant van de weg is.
's-Ochtends staan we weer vroeg op, we willen zoveel mogelijk uit de dag halen. We gaan een rondje langs de noordkant van het eiland rijden. Dwars door het prachtige binnenland, langs dramatisch steile bergtoppen, vulkanen en adembenemende natuur. We zien nóg mooiere stranden, sommigen verlaten en Sunset Beachpicknicken op een prachtig strand, maar checken bij het doen van de inkopen meteen het internet voor het laatste nieuws.

Na de lunch duiken we meteen de zee in met onze snorkel spullen. De verkoeling hebben we hard nodig en het is heerlijk om zo ongedwongen ongepland iets te kunnen doen. Spullen in de auto en gewoon gaan, dat hebben we wel gemist. 
We dobberen en fijn uurtje voor we onze gehuurde Fiat500 weer instappen. Een geweldig karretje, waarvan het tweeling zusje toevallig naast ons was geparkeerd, compleet met net niet opvolgend nummerbord. 
Gelukkig doet de airco en de radio het, hier houden we het wel even in uit.
Langs de weg komen we langs eindeloze ananas plantages, dat die dingen ergens moetenVulkaan hawaii groeien begrijp ik, maar ik had ze nog nooit gezien. Die grote zware ananassen hangen gewoon aan de struiken alsof het besjes zijn, heel apart. Na een aantal van deze velden komen we langs de Dole fabriek. Gek om dat merk hier zo te zien. Rondom dit terrein is een soort ananas Disneyland gebouwd, souvenirs in alle vormen en maten (ik had nog nooit eerder een ananasknuffel gezien), ananas ijs, ananas sleutelhangers, een ananasdoolhof.  En ik lust geen eens ananas, toch loop ik hier.

Als we Honolulu weer terug in rijden staan we zo vast in de file (
Dat hebben we dus níet gemist) dat er geen tijd meer is om te eten. De bolide moet weer ingeleverd. We lopen net op tijd terug naar de boulevard om het vrijdagavond vuurwerk te missen en na een heerlijk Mexicaanse maaltijd moeten we alweer naar het hostel om onze tassen in te pakken.
En zo kwamen we vanochtend vroeg met al onze tassen al hier aan bij het Pearl Harbor Memorial Center. Na wat exhibities (nog meer neergestorte vliegtuigen) is Mies op pad naar de USS Missouri, waar destijds de overgave door de Japanners op getekend zijn. (Of waar Cher half naakt op danste in een clip, net wat je belangrijk vindt). Ik zit op een bankje dat eerst in de schaduw stond maar waar ik langzaamaan vanaf schuif doordat de zon me achtervolgt en schrijf ons verhaal.

USS MissouriOndertussen maak ik, Mies, een busrit naar het haven terrein van Pearl Harbor. Het heeft veel weg van het oprijden van het Marine terrein in Den Helder, je gaat ook eerst over een brug. Als ik uit de bus stap kom ik aan bij de steiger waar de USS Missouri ligt aangemeerd. Bij het aan boord stappen kan ik nog net de neiging om naar de vlag te groeten onderdrukken. Een vriendelijke dame verteld me dat een tour over tien minuten begint. Mooi heb ik tijd om op de bak de immense lopen van het geschut te bekijken, en snel even iemand te vragen een 'selfie' van me te nemen. Van de oorspronkelijke tien lopen zijn na het uit de mottenballenvlootDe lopen halen nog 'maar' zes over maar man wat een imposant gezicht, helemaal als je er onder staat. En dan te bedenken dat de hele toren binnen 60sec van stuurboord naar bakboord kan draaien(of andersom) om verder te schieten. Ik laat me door de gids over het dek rondleiden waarbij veel feitjes en cijfertjes worden genoemd, zoals dat dit schip in maar liefst drie oorlogen heeft meegevochten sinds ze in de jaren 1944 gedoopt werd (WO II, Korea en de Golfoorlog), voor meer feiten en cijfers klik hier. Aan het eind komen we aan op de plek waar de Japanners, na wat zachte druk in de vorm van enkele atoombommen, de overgave tekenden. Hier staan geeft me een vreemd gevoel van historisch bedef, net als toen we met oud en nieuw op het Rode Plein stonden, wat als Pearl Harbor niet aangevallen was waren we dan nu Duitsers? Hier eindigt de tour en ik beklim zelf de brug van het kolossale schip, en zie dat het geschut ook vanaf hier er imposant uitziet. Daarna daal ik af in het schip en bekijk de diverse verblijven maar uiteraard ook de logistieke ruimtes; ik zie onder andere de braadbakken en de rest van de kombuis maar ook de bakkerij. Na nog wat omzwervingen door de walegang zie ik de matrozen bedden, 3 hoog stapel, ik waan me gewoon weer even terug aan boord tijdens mijn Marine tijd. Nog even snel wat foto's en terug, we moeten immers weer vliegen straks.

bedjes

Als Mies terugkomt vertelt hij over wat hij gezien heeft, bekijken we samen nog een film over de aanval op Pearl Harbor en zien we het Arizona Memorial voordat we vertrekken naar Honolulu Airport. Vanavond vliegen we via Houston naar Panama stad... Vreemd genoeg heb ik mijn vliegangst ondanks alles toch nog steeds onder controle. We hebben als we in Panama aankomen 21914km gevlogen in de afgelopen twee weken maar wennen zal het nooit

 

Mahalo voor het meelezen, aloha!,

 

Mies en Lelle.

 

De in rood aangegeven woorden in dit blog zijn links en dus aanklikbaar.

 

PS: Aangezien we geen internet meer hadden posten we dit blog vanuit Panama. De gewonnen uurtjes zijn we alweer aan het inleveren na bijna twee volle dagen reizen, maar we zijn in ieder geval veilig aangekomen en waarschijnlijk hoeven we voorlopig niet meer te vliegen. Wat een vooruitzicht!

Hits: 3370
0
Posted by on in Wereldreis 2014
20. Down Under.

En toen stond onze wereld opeens op zijn kop. Letterlijk dan want we zijn zomaar spontaan (ja, spontaan!) downunder in Australie belandt.

Opera House vanaf bootSydney. Het klinkt nog steeds vreemd in onze oren, terwijl we nota bene voor het Opera House staan. Anderhalve dag terug boekten we in een opwelling de tickets en het wil gewoon niet tot ons doordringen. Volgens planning hadden we nog twee weken Indonesie over maar opeens wilden we weg.

Wat luid en duidelijk tot ons door dringt is dat we Azie uit zijn. Nu we hier door de schone brede straten lopen, water uit de kraan drinken, niet continue overvallen worden door etenswalmen van buitenstalletjes en naar schone publieke wc's kunnen beseffen we pas dat zeven maanden Azie misschien een beetje veel van het goede is.  Alleen de prijzen vallen zwaar tegen. Waar we in Vietnam nog twee euro kwijt waren voor een knappe hotelkamer zitten  we nu voor
55€ in een hostel met gedeelde faciliteiten.
Ik zag zelfs ergens een reclame voor een goedkope kamer van 'slechts' €655,- per NACHT.
Gek zijn ze, maar wel leuk. En vriendelijk. In het lieflijke wijkje The Rocks kijken we onze ogen uit. Overal gezelligheid; terrasjes. We eten bij een lekker Italiaans restaurantje en tot onze verbazing is er terwijl wij eten wel drie keer een nieuwe lichting in het restaurant geweest. Tafels komen, bestellen, eten en gaan weer, allemaal binnen tien minuten. Soms met zes man aan een tafel.  Uit eten gaan wordt hier duidelijk gezien als louter functioneel. Een apart gegeven en wij laten ons lekker niet ophaasten, al snapt de ober duidelijk niet wat hij met ons aan moet.

We hebben ons totaal niet ingelezen en besluiten op de gok een paar wandelingen door deDoorkijk op de baai stad te doen. Sydney is niet alleen maar stad, hoogbouw en drukte. Het stikt hier van de mega stadsparken waar je gewoon in kunt verdwalen. We nemen de ferry naar de overkant van de stad, richting de dierentuin en beginnen vanaf daar te wandelen. We zijn vlak bij koala's en kangoeroe's maar ik kan het niet aan om beestjes in een kooitje te zien... We lopen dus om de dierentuin heen. De uitzichten overtreffen elkaar wederom. Aan de ene kant het Sydney Opera House met de Harbor Bridge met vrolijke zeilbootjes ervoor, aan de andere kant natuur en ruige stranden.
The Rocks wijk in Sydneys-Avonds ontdekken we het enorme voordeel van een hostel in Australie. Ze hebben hier échte supermarkten met échte spullen, en we hebben een gemeenschappelijke keuken. We doen boodschappen en maken uitgebreid ons eigen eten met een salade ernaast. Dat zelf koken zo luxe kan voelen. Maar het is fijn, als vanzelf staan we weer met zijn tweetjes in de keuken en de taakverdeling blijft vanzelfsprekend op elkaar ingesteld, we hebben het nog!

Dag drie holt al snel naderbij en we gaan weer voor een wandeling. Dit keer van BondiBondi beach Beach (dat wij denken te kennen van een tv programma) naar Coogee Beach. In mijn rugtas zit een hele voorraad picknick spullen en halverwege de wandeling nemen we plaats op 1 van de vele picknicktafels hier in de buurt.
Doordat het winter is (overdag ca 16-19 graden) is het heerlijk rustig en zijn de gratis gasbarbecues niet in gebruik. We eten broodjes met kaas en lekkere smeerseltjes, kijken om ons heen en genieten. Ik fantaseer inmiddels al over een leven in Sydney, voor de zoveelste keer ben ik 'head over heels' verliefd op een plek.
Nu het weer mag en veilig is wordt elke hond -of ie nou wil of niet- door mij geaait, gelukkig voor mij komen we er ook meer dan zat tegen. Jeetje wat mis ik Nanuk nu.

Het is hier wel heel wat heuvelachtiger dan we dachten. Overal trappetjes op en af. Het leidt tot spierpijn en spectaculaire uitzichten over nagenoeg verlaten stranden en steile cliffs. Zomers stroomt er 35000+ man op deze stranden af, nu zien we bijna alleen de die-hard surfers in de branding.

Sydney is wel een sportieve stad. Echt overal is men aan het hardlopen of surfen of skaten of zwemmen of buiten yoga aan het beoefenen.

Avond valt over SydneyOnze spieren doen inmiddels ongelooflijk veel pijn van drie dagen wandelen en we nemen de bus naar huis. Onze laatste avond in Australie breekt aan, dat is het nadeel van een tussenstop. We koken een laatste keer alsof ons leven er van af hangt en drinken savonds een biertje met een Nederlands stel (weer stikt het hier van de Nederlanders), zij zullen nog een paar weken hier blijven maar als we onze plannen vergelijken dan zien we ze misschien weer in Peru.

De spierpijn is er niet minder om geworden na een nachtje slaap maar desondanks lopen we nog één keertje richting Circular Quay.


G"day !!

 

Mee foto's van Sydney zijn hier te vinden.

Tagged in: Sydney
Hits: 1179
0
Posted by on in Wereldreis 2014
19. The Ring of Fire

"Het is niet alsof ze héél vaak vliegtuigen kwijtraken, ik bedoel, hoe vaak gebeurd dat nou?". Ik word gerustgesteld door een medereiziger. Niet dat deze woorden een zalvende werking hebben.
Vandaag staan twee vluchten op het programma. Het had allemaal goedkoper en sneller gekund maar ik vertik het om aan boord van een Lion Air vliegtuig te stappen.  De twijfelachtige reputatie van deze maatschappij doet wat denken aan de manier waarop er over Aeroflot wordt gesproken. Dus vliegen we van Banda Atjeh terug naar Kuala Lumpur en van KL naar Jakarta.
Niet met Malaysia Airlines, maar toch hè. Niet geinig om Maleisië in en uit te vliegen. Ik was juist zo blij dat ik daar weg was.
Verrassend genoeg heb ik beide vluchten nergens meer last van. Mijn illegale Thaise Prozac blijft in mijn handtas en opeens zijn we zomaar in de eeuwige file die Jakarta heet.
Het verkeer verdient een eigen benaming zo erg zit het hier verstopt. Na heeel lang stil staan op nota bene een tolweg komen we aan bij Pesona Guesthouse, ons paleis(je) voor de komende dagen.
Statige trapWe zochten iets met tv om het WK te kunnen volgen en, nou, dat hebben we gevonden. We verblijven bij Nana thuis. Nana, de gastvrouw die altijd voor je klaar staat.
Het huis lijkt recht uit een Hollywood set te komen met een grootse marmeren trap die sierlijk door de zitkamer buigt, een  binnen-voelt-als-buiten zwembad waar je een koffietje kan drinken en ontelbare hoeveelheden personeel en privé chauffeurs die ook voor ons klaarstaan.
Ik kan niet goed omgaan met onderdanige mensen, zoals we zo vaak hier in Azië treffen. Mensen die te pas en te onpas diep voor je buigen, ik wil ze beetpakken, door elkaar schudden en tegen ze schreeuwen dat ze meer voor zichzelf op moeten komen. Een beetje een paradoxale neiging merk ik nu ik het opschrijf. Maar het personeel hier is zo ongelooflijk goed getraind dat we ons niet eens heel ongemakkelijk voelen bij al deze service.
Dit wordt onze basis van waaruit we Jakarta verkennen al blijkt dat door het constanteRestaurant Batavia verstopte verkeer nog een hele uitdaging. We vinden het eigenlijk maar niks, deze stad. We hadden er hoge verwachtingen van en er is ook wel genoeg te zien, het is alleen niet zo mooi.
We gaan op zoek naar het Nederlandse verleden, naar Batavia, en vinden de wijk die nu Kota heet. De granddeur van weleer is verborgen achter een dikke laag verval en vuiligheid.
Alleen Café Batavia is prachtig gerestaureerd en ademt de koloniale sfeer die we zochten. Maritiem museumWe drinken een cocktail en genieten van een leuk uitzicht over het plein en de zachte jaren 50 jazz muziek op de achtergrond.
We volgen daarna een van de smerigste sloten die we ooit gezien hebben langs een klassieke ophaalbrug naar het Scheepvaartsmuseum. Helaas is er eigenlijk niks bewaard gebleven of is er in elk geval niks ouds te zien in dit museum waardoor we het moeten doen met een paar foto's en tal van modernere knaloranje scheepsartikelen. Zodoende is het mooiste aan dit museum het oude pakhuis pand waarin het zich bevindt.
Verder besteden we onevenredig veel tijd in een hypermodern winkelcentrum met airco en heerlijk eten. We vinden het al veel eerder dan gepland tijd om door te reizen naar Yogjakarta.
Maar natuurlijk zijn er weer eens reisobstakels. De ramadan begint en alle treinen zitten barstensvol. We zitten hier vast. Mies kijkt me aan en ik protesteer niet eens, ik heb geen idee wat er met me is gebeurd maar zonder slag of stoot zit ik een dag of wat later alweer in een vliegtuig.
Het scheelt uren reistijd voor nagenoeg dezelfde prijs en ik ben blij weg te kunnen uit deze verkeershel.
Jogja is een verademing. Nog steeds veel verkeer maar goed bereisbaar en veel leuker. Dazwembad bij rumah mertuat merken we ook aan het aantal toeristen, de laatste keer dat we zoveel blanken zagen was zeven maanden terug in Nederland. En bijna allemaal zijn ze nog Nederlands ook.
In Jogja is veel te doen en te zien en we laten het nu eens voor ons regelen. Guesthouse en driedaagse toer in 1, nergens meer over nadenken, wat een verademing. Dag 1 beginnen we met de Borobudur.
borobodur 9Het jaar van het vroege opstaan lijkt dit wel want ook hier willen we weer met zonsopkomst en voor de drukte zijn. En wederom is het het waard. We hebben dit magnifieke boeddhistische tempelcomplex bijna voor onszelf en zo op dit magische uur is de mystieke sfeer die om zo'n oud complex heen hangt bijna tastbaar.
Het telt 504 Boeddha beelden, 72 stupa's en 2670 reliëfs. Van die 2670 reliëfs heb ik erboropodur 4 ééntje gefotografeerd, een afbeelding van een schip omdat ik weet dat Mies zo van bootjes houdt. Als we het complex langs een zijweg uitlopen blijkt dat men precies dit reliëf heeft uitgekozen, het schip heeft nagebouwd en er mee naar Kaap Hoorn is gevaren en nu is dit schip in een klein gebouwtje waar wij nu in staan te bewonderen. De boot zegt me niet zoveel, maar het toeval gevoel overvalt me en ik vind het geweldig.

's Middags laten we ons door een schattig vrouwtje rondleiden in het paleis van de sultan. Haar directe voorouders, haar moeder nog steeds en zij nu ook werken al eeuwen voor de familie van de sultan. De manier waarop haar geschiedenis opgaat met die van de sultan boeit ons meer dan de vaste uitgestalde Koninklijke prullaria maar zij vindt het de gewoonste zaak van de wereld.

Het is bloedheet overdag en we zijn blij dat we nog gewoon mogen drinken. Morgen begintPaleis de ramadan en zal dat niet zo openlijk meer kunnen. Ook het eten kan een probleem worden en we vinden het eigenlijk best spannend allemaal.
De oproep tot bidden jengel klinkt regelmatig urenlang knijterhard door de straten en we vragen ons af of dit straks nog erger gaat worden en of we straks wel aan eten kunnen komen. Ik word dodelijk chagrijnig als ik niet op tijd gevoerd word en kijk er niet naar uit. Mies begrijpelijkerwijs evenmin.

We hebben een dag respijt. Wederom veel te vroeg, onderweg naar de Prambanan tempels horen we dat niet alle moskees de maan gezien hebben of hoe dat ook werkt en afhankelijk van welke moskee je aanhangt is de ramadan wel of niet begonnen. Ofzo.  Hoe dan ook, wij kunnen gewoon onze waterflesjes en-publiek aan onze mond zetten. Hoera.
Ook deze hindoe tempels zijn indrukwekkend. Na jaren van hevige aardbevingen en vulkaan uitbarstingen is ook dit complex flink gehavend en vele malen gerestaureerd maar het blijft erg mooi. De tempels zijn steeds weer heel anders wat helpt tegen de tempelmoeheid die we hier in Azië op beginnen te lopen. 's Middags rijden we de anticlimax de Merapi op. Een vulkaan die er uitziet als een gewone berg waarvan de top gehuld gaat in wolken en we de na de uitbarstingkrater niet kunnen zien. Ik vraag me af wat we hier komen doen maar ben wel overrompeld als we op een poster zien hoe het er hier slechts 4 jaar geleden uit zag. Dit mooie groene gebied met een lintdorpje aan huizen was volledig weggevaagd door de uitbarsting van 26 oktober 2010.
Dat er slechts 240 mensen zijn omgekomen verbaasd me als ik de ravage zie. Alle groen, alle bomen, alle huizen die we nu zien, alles was weg.  En nu groeit, bloeit en staat alles weer. Het leven gaat door.

Ondertussen eten we een fantastisch lekkere maaltijd en is Mies druk bezig geheimzinnig te doen en dat bevalt me prima. Ik laat hem lekker zijn gang gaan, ik vermoed dat het met morgen te maken heeft.
De volgende dag, het echte begin van de Ramadan, valt namelijk samen met mijn verjaardag.
Ik lig nog slaperig in bed als behoorlijk vroeg op de deur wordt geklopt. Ontbijt op bed! Geweldig, daar doen ze hier helemaal niet aan maar nu dus wel.
Ik wrijf de slaapjes nog uit m’n ogen terwijl ik aan m’n thee nip, het is wel vroeg en ik hadalles vers verwacht te mogen uitslapen op mijn verjaardag maar dat zit er niet in want Mies heeft meer plannen met me. Na het ontbijt word ik ontvoerd, tot mijn verbazing gaan we naar mijn nieuwe lievelingsrestaurant ViaVia. Leuk maar wel een beetje vroeg. Al snel wordt me duidelijk waarom we hier zo bijtijds zijn: ik ga samen met m’n schatje mijn eigen maaltijd bereiden tijdens een Indische kookcursus! Dit wilde ik zo ontzettend graag doen hier!
Onze lerares, Madé,  is van Balinese afkomst, hindoe en trekt zich dus niets aan van de net gestarte vastenmaand. Dat komt goed uit.
We beginnen met een bezoekje aan de markt en als we alle ingrediënten vers en wel verzameld hebben gaan we los. Madé vind het geweldig dat we alles willen weten en ruiken en proeven en voegt steeds meer gerechten toe aan onze cursus. We moeten dit straks ook nog opeten. Waar ik eerst dacht vandaag moeizaam aan eten te kunnen komen vraag ik me nu af hoe ik dit weg ga krijgen. Maar al kokend loopt het water me in de mond.
Uiteindelijk staat er een overvloedig gevulde rijsttafel voor ons. Van verschillende soorten Lerareszelf gebakken vegetarische kroepoek, tahoe tofu saté met zelfgemaakte pindasaus, kip rendang voor Mies en (mijn nieuwe favoriete gerecht,) de o zo lekkere tofu-rendang voor mij tot nog veel meer, alles staat hier geurend voor ons klaar. Als het tijd is om aan te vallen overzien we het geheel en vragen Madé om met ons mee te eten. Ze accepteert met genoegen en nóg blijft er eten over. Vol maar zeer voldaan bedanken we deze bijzondere vrouw en wandel ik het onbekende tegemoet.
Mies heeft een nieuw hotel voor ons geregeld en al snel zit ik met een drankje op het rooftopzwembad te genieten van de uitzichten over Jogja. Vanavond speelt Nederland en winnen 'wij' wederom, het ziet er allemaal rooskleurig uit. Mits rozen oranje zijn dan.

We verlaten Jogja dit keer wel per trein, houden een pitstop in Surabaya en reizen verderbromo bij nacht 2 naar Probolinggo aan de voet van de zeer actieve Bromo vulkaan.
Het uitzicht is adembenemend. Vanaf het kleine dorpje Cemoro Lawang kijk je zo een soort maanlandschap in. Voor ons uit ligt een vallei propvol vulkanen, het geheel is kaal en doet doods aan. Achter ons liggen vruchtbare berggronden, hier worden bijna alle groentes van Java verbouwd, voor ons ligt enkel ruwte en vulkanische as.
We huren meteen twee motorfietsen om ons over dit terrein te crossen en beklimmen de Bromo. Een grote gapende krater dik met sulfurdampen is onze beloning voor deze klim. We zijn helemaal alleen, ontzettend nietig en oh zo bevoorrecht.
Toch moet het mooiste nog komen.
De volgende ochtend (ik hou vol dat het nacht is) om 1:48 gaat de wekker. Het vroegebromo 28 opstaan begint belachelijke vormen aan te nemen maar we hebben vier leuke mensen ontmoet en ook bij hun gaat om deze tijd de wekker. Wij zijn de enige met een dompelaar en voorzien het gehele zwikje idioten van koffie. Een broodnodige luxe om deze tijd.
Samen met deze leuke mensen en een paar zak/ hoofdlampjes gaan we in het pikkedonker weer eens een bergbeklimmen. De tocht is zwaar en ondanks dat het pikzwart is buiten weet ik dat we soms langs behoorlijke steile randen klauteren. Ik vervloek Mies en zijn mooie plannen, weiger pertinent nog een stap te zetten, verlang naar mij bed en haal uiteindelijk de top.
bromo 5Zoals altijd krijgt Mies gelijk. Meer dan gelijk. Buitenaards gelijk. Ruim een uur voor zonsopkomst hebben we de top gehaald en heel heel vaag zien we in de verte de contouren van de vulkanen steeds duidelijkere vormen aannemen. Ik zet de sluitertijd van mijn camera op 30 seconden en op mijn schermpje krijg ik een voorschot van wat we straks zullen zien, de Bromo maar dan betoverend. Het uitzicht is fenomenaal, superlatieven schieten te kort. We genieten van wat de eerste stralen vroege ochtendzon doet met de Bromo en haar omgeving. Het licht speelt over de wolken, klimt in de krater. Verlicht net wel en net niet wat we willen zien.bromo 23 Ademloos kijken we toe.
Niet handig want we moeten ook nog terug al gaat dat in het daglicht en bergafwaarts wel veel makkelijker dan in omgekeerde richting.
Nog voor de middag staan we op het station. We hebben er al een volledige dag op zitten. Nu moeten we kiezen hoe we verder gaan. Het plan was om naar Sulawesi te vliegen maar dat is streng Islamitisch en dat bleek hier in Cemoro Lawang toch vrij lastig.
We besluiten rechtsaf te gaan, op pad naar Bali.

Zonder enig plan komen we aan op het eiland waar we pertinent niet naartoe wilden. Maar het hindoeïstische Bali is een verademing. Een meisje in de trein zegt dat Lovina wel geinig moet zijn en we delen een taxi daar naartoe.
Je kan hier 's ochtends vroeg (joh! Wie had dat gedacht) een bootje huren en dolfijnen kijken. Onze botenman stelt echter voor later te gaan. Dan mis je de zonsopkomst maar zit je niet met 30 boten om een  dolfijn te turen.
Wij vinden het allang prima en de botenman krijgt volledig gelijk.
Na lang varen vinden we grote groepen dolfijnen die pirouetten draaien voor onze boot en razendsnel langs sprinten. Hoe vaak kan je het woord 'magisch' gebruiken in een verslag zonder dat het zijn betekenis verliest? De ervaring doet er niet voor onder. Wat een land!

Veel meer is er niet in Lovina te doen en we zetten na een dagje zwembad koers naar Ubud.
Een kunstenaars dorpje bekend om het zen-gevoel dat er hangt en zijn apenbos.
De apen klauteren overal over de muren maar wij hebben er genoeg gezien, we gaan niet naar binnen. In plaats daarvan gebruiken we de zen-vibe om bij te tanken, alle indrukken te verwerken en de route uit te stippelen voor de wervelende reis die voor ons ligt.
Hopelijk blijft de vliegangst weg, want we gaan aardig wat kilometertjes in die kisten doorbrengen!



Meer foto's bij dit verslag vind je hier

Hits: 1348
0
Posted by on in Wereldreis 2014
18. Hetspoorbijster in Sumatra
Halverwege de ferrytocht naar Indonesie kijkt Mies me aan. "Dus... Dit vind jij veiliger dan vliegen?"

We zitten opgepropt in een hermetisch afgesloten sardineblik dat als een razende over de golven heen klettert. De golven slaan om ons heen en we maken behoorlijk slagzij.
Ik kan niet anders toegeven dan dat hij een punt heeft. Maar werp toch nog een opmerking over spontaan verdwenen Maleisische vliegtuigen tegen.
Busbedrijf in DumaiNa alle douane perikelen en een middag lang in de brandende zon op een busterminal wachten stappen we in de nachtbus van Dumai naar Medan. Tijdens dit wachten hadden we echter nog een ietwat bizarre ontmoeting met twee Sumatraanse jongentjes van een jaar of 9. In een gesprek wat we met hen hadden, een van hen sprak perfect Engels, vroeg deze jongen ineens: dat is lang geleden he? nadat wij verteld hadden dat we uit Nederland kwamen. Hierop zij hij nadat hij onze vragende blik had gezien nou Pauw Pauw en maakte daarbij met zijn hand een pistool schietgebaar. Wij vonden dit wel een bizarre ervaring maar vragen ons wel af hoe bijvoorbeeld Duiters zich moeten voelen als ze een willekeurig land in Europa bezoeken. De wegen zijn weer slecht en de chauffeurs gestoord. Het voelt een beetje als thuiskomen.
Om drie uur snachts besluit de chauffeur de boel op te vrolijken en zet opeens de radio op tien en gaat op zijn gemak door zenders zappen om te blijven hangen op de verschrikkelijkste muziek tot nu toe. Slapen deden we toch al niet, de stoelen zitten zo lekker als een roestig spijkerkussen en door de blerende herrie kunnen de babytjes voor ons ook niet meer slapen. Een kakofonie van gehuil en kattengejengel vult de bus.
Mies volgt ondertussen het wegverkeer en als we rakelings langs een luid toeterende andere bus schieten vraagt hij nogmaals, niet geheel terloops,"dus...ehh.. Dit vind jij veiliger dan vliegen?"
Ik kijk naar hoe hij opgevouwen ligt in een stoel waar mijn 164cm al niet echt in passen. Zijn extra 26cm lengte horen niet thuis in deze bus. Ik zucht en neem me voor voortaan niet zo'n vliegmietje te zijn...

De weg leidt ons naar Medan, een drukke vieze stad waar werkelijk niks te doen is. Vroeger was dit misschien een lieflijk plaatsje maar zoals zo vaak in Zuid-Oost-Azie, is deze stad uit haar voegen gegroeid en kan ze de constante stroom van mensen niet aan.
We maken plannen om Medan te ontvluchten en naar Samosir te gaan, een eilandje in hetBatik huizen vulkanische Tobameer waar het er allemaal relaxter aan toe gaat. Hier moet het idee voor de film Inception geboren zijn: we bevinden ons op Sumatra, een eiland met een meer met daarin een eiland, met daarin een meer en daarin weer een eiland. Het past bij het beeld dat ik van Indonesie begin te krijgen; buitenwerelds en onwerkelijk.
Het dorpje waar we verblijven heet Tuk Tuk (al gaat al het verkeer via brommertjes) en het is de thuishaven van het Batakvolk. De Batak waren een kannibalistisch volk dat zeer wantrouwend was en graag muziek maakte. Alleen dat laatste is nu nog waar voor de overgebleven Batak. Dat en hun traditionele huizenstijl, een soort bootjes die wij alleen op Sulawesi dachten aan te treffen.

Tuktuk is leuk als je een paar dagen helemaal niks wilt doen maar we zijn nog maar net in Indonesie en willen alles proeven, zien en ruiken dus blijven we maar kort; eten mango's uit de boom voor onze kamer, crossen op een scooter naar de plek waar de cannibalistische koning op stenen stoelen executies liet uitvoeren en waar hij knabbelde op het oor van zijn tegenstander en we houden het voorlopig voor gezien hier.

Deel 2.
Zachtjes schommel ik tevreden in m'n hangmat, mijn gedachtes voornamelijk bij de vraag of ik hier het verslag van de afgelopen dagen ga typen of dat ik dat in ons jungle hutje ga doen. De grote vraagstukken van het leven...

Ons hutje zit aan de rand van de jungle, het Gunung Leuser National Park. Het enige park ter wereld waar Urang Oetans, olifanten en tijgers nog in het wild samen leven. Voor die eerste, onze roodharige achterneven, zijn we hier naartoe gereisd. Ze zijn nog maar op twee plekken ter wereld in het semi wild te zien, hier en in Borneo, dus willen we dat zeker proberen mee te pikken.

Sipiso-pisoNa Lake Toba zijn we in alle vroegte verder gereisd met een klein groepje mensen dat klein begon maar zich als een sneeuwbal aan het uitbreiden is. Inmiddels bestaat de groep uit 1 nederlander, drie belgen (1 Frans-Belgisch), 1 Fransman en een Engelse jongen. En nu dus ook uit ons, met zijn allen huren we een minivan en zetten we koers naar Berastagi, onderweg bekijken we nog een waterval, we nemen onze intrek in een goedkoop guesthouse waar ze hun geluk niet op kunnen, zoveel klanten in één keer!
Berastagi ligt wat hoger dan de rest van Sumatra en dat merk je meteen. Eerst zweten we liters per uur, nu hebben we schoenen, sokken en vestjes aan. De schoenen zijn erg nuttig want de ratten spelen onder onze tafel en schieten overal langs ons heen. Zo nu en dan klettert er eentje uit een vuilnisbak of hoor je ze over het golfplaten afdakje racen. Het hele dorp wemelt er van en het verbaasd onszelf hoe snel je je er overheen kan zetten dat het nu eenmaal zo is. We gaan gezamenlijk op pad om vervoer te regelen, we willen morgen de Sibayak vulkaan beklimmen om aan de krater de zonsopkomst te bewonderen, wat betekent dat we om 4uur op moeten staan en voor vijfen vanaf het guesthouse moeten wegrijden. maar tot onze verbazing wil niemand hier betaald worden om vroeg op te staan, we lopen het hele dorp door en ondertussen worden er stiekem cadeautjes gekocht voor Olivier die vannacht 25 wordt.

Cadeaus en chauffeur lukken uiteindelijk toch en we slaan de ijskoude niet zo schone douche over en vallen als een blok in slaap. De mannen zijn van plan om om twee uur op te staan om ergens een kroeg te zoeken om de openingswedstrijd van het WK te volgen. We slapen dwars door het feestje dat om 12 uur bij Ollie losbarstte en worden nog kort wakker als er aangeklopt wordt en ons verteld wordt dat de mannen niet langer van plan zijn de wedstrijd te bekijken. Prima, hoef ik er ook niet uit om de deur open te doen.
Al veel te snel is het ochtend en voor we het weten staan we met zn allen in onze oogjes teMorgenstond op Sibayak wrijven onder de Sibayak vulkaan. We wrijven nog eens een keer maar het helpt niks, het is gewoon pikke pikke donker. Gewapend met hoofdlampjes starten we de klim. Ik heb het wat zwaarder dan de rest zo in het donker en met al dat geklauter (ik heb ook verreweg de kortste beentjes) en we laten de groep voor ons uit gaan terwijl Mies braaf aan de zijde van zijn hijgende, aan hoogtevrees lijdende vrouw blijft.
De lucht is aardig wat lichter en we hebben het gered, om ons heen giert de wind als een dolleman en uit de berg komen dikke wolken zwaveldamp. Het is half zeven 's ochtends, het stinkt naar rotte eieren, we staan bovenop een niet heel slaperige vulkaan en het is prachtig. We hebben uitzicht over half Sumatra en zien aan de overkant nog een vulkaan liggen, diegene die een aantal maanden terug is uitgebarsten en alles hier onder een dikke laag as achter liet(anderhalve week later is deze vulkaan weer aan het uitbraken geslagen, 14000 mensen zijn hiervoor geevacueerd). Eenmaal terug bij het hotel maken we ons meteen klaar voor de vervolgreis. In dit vieze dorp is verder niks te doen en we willen verder naar leukere oorden. Om twaalf uur komt er weer een minivan die zeven van ons naar Bukit Lawang gaat brengen. Eentje gaat per openbaar vervoer, het duurt langer maar is veel goedkoper. Deze jongen reist tot zijn geld op is, nu al zo'n tweeenhalf jaar en dan draai je elk dubbeltje wel om.

Live at PompeiiHet busje zit lekker maar we moesten hem wel aanduwen en na een half uurtje hopeloos slechte wegen weten we dat we verdwaald zijn. Als de chauffeur de weg zelfs gaat vragen aan twee kleine kindjes langs de weg is het verhaal weer compleet. We zitten veilig in een busje, wat kan ons het schelen. Oververhit (geen airco maar arko) komen we zoals altijd toch aan in Bukit Lawang waar Pin (de goedkope openbaar vervoer jongen) al op ons zit te wachten en zelfs al gegeten heeft. Het OV hier is misschien beroerd, de chauffeurs weten in ieder geval de weg.

Nu start de zoektocht naar een guesthouse met tv, want vannacht om 02:00 speelt Nederland, en die wedstrijd MOET gekeken worden.
Het wordt Junia, een guesthouse met een rivier aan één kant en de jungle aan de andere, de ratten ruilen we voor muggen, hele hele grote gepantserde vliegende insectenbeesten, muizen, kikkers, heel veel apen en mogelijk ook Urang Oetans.
We vieren Ollies verjaardag en vechten met muziek, gitaren, bier en cola tegen de slaap maar uiteindelijk blijven er slechts twee bikkels over.
Als Mies om vier uur ons hutje in wandelt, lichtelijk euforisch van de 5-1 overwinning  op Spanje ( de wereldkampioen)en dronken van de slaap baal ik als een Spanjaard dat ik de wedstrijd gemist heb. Volgende keer blijf ik zeker wakker!
Als we wakker worden is het al tegen de middag en zijn we nog steeds gesloopt.
De rest gaat een driedaagse jungletrek doen maar wij slaan een beurt over.
Oerang Oetang met jongLang voor ik wist dat ik op wereldreis ging had ik een documentaire over deze plaats gezien. Dit voederplatform is een overblijfsel van een rehabilitatie centrum voor Urang oetans, de apen die ooit als huisdier zijn gehouden worden eerst klaargestoomd voor een leven in het wild en als laatste stap worden ze de jungle in gelaten maar kunnen ze twee keer oer dag op gezette tijden terugkeren naar het voederplatform waar een karige maaltijd van bananen voor ze klaar staat.
In de jungle is er een veel grotere en lekkerdere diversiteit aan eten waardoor alleen de diertjes die het nog niet helemaal alleen aan kunnen hier naartoe terug keren. Op dit moment wordt het voornamelijk door zwangere of zogende vrouwtjes gebruikt als bijvoeding.
Etenstijd is van drie tot vier en om kwart over drie besef ik dat het etenstijd is voor de muggen, niet voor de apen. Ik kan niet anders dan bloedarmoede hebben zo vaak word ik geprikt.
Op een verhoogd platformpje zo'n drie meter voor ons slaat een jongen met een steen op het hout. De apen-equivalent van "jongens, eeeeten!" . Ik had verwacht dat wij in een soort binnenruimte konden toekijken maar we zitten gewoon op de  open junglegrond te wachten tot en of er iets groots en sterks uit de bomen komt.
Om kwart voor vier zie ik de ogen van de stenenslaanjongen vernauwen, ik kijk achterom en spot in de boomtoppen een urang oetan met baby! Ze slingert een beetje afwachtend heen en weer en besluit uiteindelijk dat ze trek heeft in bananen. Via de boomtoppen hupt ze lenig recht boven ons hoofd van de ene naar de andereBaai boom terwijl haar kindje zich aan een arm vastklampt en vrij heen en weer bungelt. Ik moet aan Michael Jackson denken met zn kind in een hotelkamer en vind het redelijk onverantwoord. Het beest is schitterend, echt en wild en heel dichtbij! Soepeltjes  pakt ze een tros bananen aan en gaat op haar gemak al smakkend boven in een boompje zitten/ hangen voor een photoshoot.
We zijn er stil van.
De constante zeurende achterhoofd gedachte aan de palmolie plantages die het leefgebied van deze en andere echte wilde dieren bedreigt is zelfs eventjes stil en kijkt bewonderend naar dit schouwspel. Ze is echt, ze is wild en ze plant zich voort.
Tsunami museumEen sprankje hoop licht zich in me op, misschien gaat dit stukje natuur het redden.
Voldaan en tevreden keren we terug naar ons hutje, waar ik in mijn hangmat lig te wiegen en me afvraag of ik in bed verder zal schrijven.

Verder maar weer. Na de apenkool zijn we na weer een nahtelijke busrit en een boottocht op Pulau Weh aangekomen het eiland net boven Banda Atjeh, het noordelijkste puntje van Indonesie. Hier hebben we het duiken weer opgepakt, hierover meer in duikblog wat Mies gaat plaatsen. Na ons verblijf op dit prachtige eiland hebben we voordat we per vliegtuig, ja je leest het goed !!! Mies had echt echt een punt, via KL naar Yakarta vlogen eerst wat tijd in banda Atjeh doorgebracht. We hebben onder andere het TsunamSchip op het huisi museum en het schip op het huis te bezocht. Ook het power station schip, een echt inmens gevaarte wat door de Tsunami midden in de stad is neergelegd,heel indrukwekkend. Sinds de hulporganisaties vertrokken zijn maar zeker ook sinds de Islamitische wet is ingevoerd in deze stad ziet men hier niet veel westerlingen meer. Men is uiterst vriendelijk tegen die enkeling die de moeite neemt om Banda Atjeh te bekijken. Bekijk de foto's maar eens op de site, echt indrukwekkend.

 

(klik op de foto's in het blog voor groot formaat)

 

Bekijk meer foto's hier.

 

 

Prima Kassie !

Tagged in: Sumatra Wereldreis
Hits: 1251
0
Posted by on in Wereldreis 2014
17. Singapore Sling

De busrit van Kuala Lumpur naar Singapore is lang en saai, (nou oke voor ons doen niet echt lang) na KL rijden we uren lang over verbluffend goed asfalt door palmboombossen. Tot de grens is dat het enige dat we zien: palmbomen en asfalt.
De lange rechte weg bevat geen kuilen of ontbrekende stukken asfalt, je komt geen spookrijders, honden of boerderijdieren tegen en al het verkeer is gemotoriseerd, geen paard en wagens, ossen, riksja's of andere fietsers op de weg en niemand die pardoes de snelweg oversteekt.
In de bus wordt op gedempte toon een film gespeeld. Gedempte toon en film. Dat wil zeggen: geen blèrende tralala oeh lala herrie. Alles verloopt op rolletjes, tot overmaat van ramp zitten de stoelen ook nog eens lekker. Zoals ik zei: dodelijk saai.
We zijn gewend geraakt aan chaos en herrie.
Zodra we het vasteland van Maleisië verlaten en de brug over rijden naar Singapore veranderd het uitzicht drastisch. Weg zijn de eindeloze bossen, hallo land dat uit één stad bestaat.
Snel en effectief worden onze paspoorten gestempeld. Snel en effectief, weer twee woorden die we alleen nog maar kennen in een ontkennende zinsvorm.
Little IndiaWe besluiten vanaf de busterminal te lopen richting Little India, de wijk waar we een guesthouse willen scoren maar nemen al snel de taxi. De chauffeur ligt in een deuk als we zoals we gewend zijn twee keer vragen of hij op de meter rijdt. "Dit is Singapore, bij wet moet ik op de meter!"
Dit is inderdaad Singapore waar bij wet wel meer geregeld is. Ze kennen een heuse keuringsdienst van waarde wat de kwaliteit van het eten waarborgt en het op straat gooien van vuil wordt met hevige boetes bestraft. Bovendien is kauwgom in het hele land verboden om de straten schoon te houden.
En schoon zijn ze. Binnen een paar minuten was ons al opgevallen dat dit een stad als geen ander is. Het is hier schoon en mooi. Amsterdam is een lachertje bij de hoogbouw die we hier aantreffen. Zelfs Bangkok verbleekt behoorlijk. Maar het zijn mooie gebouwen, stuk voor stuk. Niet de lelijke stamp-ze-uit-de-grond rechthoekige, vormloze zooi uit China. Maar echt mooi.

Aan dit alles hangt wel een prijskaartje. Letterlijk want als we een guesthouse willen boeken schrikken we ons rot van de prijzen. Ik heb van te voren vrij goed onderzoek gedaan en budgetten gemaakt van wat we per land verwachten te besteden. Singapore zat in het rijtje goedkope Aziatische landen met een budget van €40,- per dag. Ik schrijf dit achteraf en kan er nu hartelijk om lachen maar voor een slaapzaal met 18 bedden op 1 zaal en 5 wc's voor drie van die zalen ben je dat budget zo'n beetje al kwijt. En dan heb je nog geen hap gegeten.

Clarke Quay gebied Dus besluiten we niet te lang te blijven en in de tussentijd iets te doen waar ik niet heel erg goed in ben: het budget volledig los te laten. We zijn in een échte echte stad en willen een keer niet in de goedkoopste tentjes eten, bovendien heb ik wel weer eens trek in een wijntje.
We laten de slaapzalen voor wat ze zijn en nemen ons intrek in een budget hotel dat evengoed niet in ons budget past. Een mooie uitvalsbasis om de stad te verkennen. Er is hier ontzettend veel te doen en te zien en al snel blijkt het veel meer te zijn dan het shoppersparadijs waar het voor wordt afgedaan. Hoewel shoppen niet echt moeilijk is in deze aan een schakeling van winkelcentra. Bovengronds is de stad immens maar ondergronds gaat het net zo hard verder, alles is aan elkaar gekoppeld in een web van foodcourts, hawkerscentra, metrostations, verbindingshallen en nog meer winkels.

Arabische wijk in SingaporeBovengronds besluiten we de toeristische 'hop on hop off'-bus te nemen. Eerst een keertje het hele rondje en vandaar uit bekijken wat we willen zien. We rijden door de Arabische buurt, langs het hoogste reuzenrad ter wereld (ammenooitniet), de eerste pittoreske Chinatown die we ooit gezien hebben en een wel heel bijzonder bouwwerk: het Marina Bay Sands hotel.
Mies, die nog wel in het reuzenrad durfde, verklaart bij het eerste gezicht van dit gebouw toch echt echt niet op de top te gaan staan. Maar het is wel een ontzettend mooi gebouw en het oefent een onweerstaanbare aantrekkingskracht op ons uit. In het aansluitende winkelcentrum vaart een gondeltje vredig heen en weer alsof we in Venetië lopen.
Het bloed kruipt waar het niet gaan kan en even later staan we toch kaartjes te kopen voor het 'dek'.
Het Marina Bay Sands gebouw bestaat uit drie hele hoge gebouwen en op deze drieWat een gebouw gebouwen lijkt het of ze een schip geplaatst hebben. Het voordek van dit schip steekt ook nog eens een klere eind uit en daar gaan wij, twee hoogtevrees mietjes, dus op lopen zo meteen.
De lift brengt ons in luttele seconden boven en ik duik meteen de wc's in. De angst slaat me om de oren en het gevoel van zeeziekte is op zich nog best toepasselijk op dit "schip".
Eenmaal buiten sluip ik langs de binnenrand, Mies is iets dapperder en verkent het bijna tot aan het randje.
Als het plotseling begint te onweren is de show compleet. Een meneer die hier op wacht staat ziet de angst in mijn ogen en besluit een praatje met me te maken. Voor het onweer hoef ik niet bang te zijn verzekerd hij me. 'Als het gevaarlijk wordt en nóg dichterbij komt gaat er een heel hard alarm af en moeten we evacueren. Maar dan krijg je je geld terug hoor', zegt ie. Ik lach en zeg dat het onweer en het geld me gestolen kunnen worden maar dat de hoogte me meer dwars zit.
Schip AhoyMaar deze meneer heeft in mij een vertrouweling gevonden. 'Denk je dat ik het niet eng vind?', vraagt hij met grote ogen. 'En dat onweer, zo dichtbij, wat denk je dat ik er wel niet van denk. Ik ben doodsbang maar ik moet geld verdienen dus ik moet hier wel zijn.'
Nu begin in het toch wat minder grappig te vinden allemaal. De man ratelt verder over zijn angsten, hoe hard dat alarm wel niet af kan gaan en over veel meer waar ik me voor af probeer te sluiten. Als ik het zat genoeg ben ik plots ook dapperder. Ik stap op de rand af waar Mies staat en doe net of de hoogte me niet deert. Het onweer baart me totaal geen zorgen op zo'n modern gebouw, bovendien is het een prachtig gezicht én trekt het onweer (net als ik) bij het vervelende mannetje vandaan.
Mies en ik verblijven samen lang genoeg op het dek dat we het eigenlijk niet eens meer zo eng vinden, al merk ik terug op de grond dat ik een soort onstevige zeemansbenen aan het avontuur overgehouden heb.

Weerspiegeling's Avonds trakteert Mies mij op een riviertochtje langs de mooi verlichte kades, cafeetjes en gebouwen en op een heerlijke tapas maaltijd aan diezelfde rivier. Mét rode wijn.
In deze stad kan alles (behalve kauwgom kauwen na een knoflook maaltijd) en ik betrap mezelf dat ik loop te bedenken hoe ik hier in de toekomst langer kan blijven.
Ik zie mezelf totaal niet als stadsmens maar dit is een stad met zoveel groen op zulke onverwachte plekken dat ik zeker weet dat ik het hier wel een tijdje zou redden.
De daken van de skyscrapers zijn vaak halve parken, de loopbruggen over de drukke straten zijn een en al plant en in de designs van de modernste gebouwen is rekening gehouden met de behoefte aan groen. Uitsparingen bieden de mogelijkheid om een miniparkje midden in een flatgebouw te maken, en ze laten het niet bij slechts een parkje. Maar ook tussen de gebouwen op wat verschrikkelijk dure grond moet zijn is nog heel veelGroene gebouwen ruimte open gelaten voor parken. Zo is de modernste stad die ik ooit gezien heb dus ook de groenste stad die ik ooit gezien heb. Een combinatie die mij natuurlijk ontzettend aanspreekt.
We verblijven slechts drie dagen in Singapore; we zien ongelooflijk veel, eten (ook vegetarisch!) als vorsten en verkennen de stad voornamelijk te voet. We ontmoeten tijdens een lekkere maaltijd twee leuke gasten uit Colombia en borrellen met hen de avond door. Energie hebben we te over want Mies heeft hier de frappucinno's van de Starbucks en de Costa Coffee's ontdekt. Een cafeïne- en suikerbom zonder de ranzige smaak van Red Bull. We lopen ons een ongeluk kriskras door de stad. De derde dag moeten we dit bekopen met spierpijn op plekken die we niet kenden ook al deden we thuis nog beiden aan hardlopen. We zijn gewoon blij met het vooruitzicht van de lange busrit terug naar Maleisië

Tagged in: Maleisie Singapore
Hits: 1257
0
Posted by on in Wereldreis 2014
16. Van Penang naar Petronas

Als we eindelijk de trein uitstappen en de politieke chaos van Thailand definitief achter onsLighthouse Fort Cornwallis gelaten hebben slaat de hitte ons weer om de oren. De airco in de trein stond flink te blazen en we dachten vannacht menig keer uit de rails te schieten zo klapte en schrokte de trein. We rekken onze lijfjes en kijken om ons heen. Butterworth. We hebben beiden geen echt beeld bij Maleisië en als ik om me heen kijk zie ik woorden die me vreemd bekend voorkomen. De Maleisische taal en het Bahasa Indonesia zijn nauw aan elkaar verwant en het voelt gewoon alsof we in de buurt van Indonesië zijn. We pakken meteen de ferry naar Penang en al snel lopen we door de schattige straatjes van Georgetown.
We zijn moe, hongerig, hotelloos en dragen onze backpacks nog steeds op onze rug en tóch vinden we het meteen al leuk hier. Dat zegt heel wat, weten we uit ervaring.

De zoektocht naar een guesthouse verloopt in deze hitte langzaam. We willen na een nacht in de trein een kamer met eigen badkamer maar dat schijnt bij budgetaccomodatie geen optie te zijn. We zoeken online en vinden een 'leuk' geprijsd hotel nemen de taxi hier naartoe en worden zonder pardon weer weggestuurd. De internetprijs voor de kamers bestaat niet, zegt de weinig vriendelijke hotelreceptioniste mij. Bij nog een keer vragen zijn alle kamers volgens dezelfde dame bezet.
Witheet ben ik inmiddels want ik geloof er niks van en hier in de buurt is alles duurder dan duur en nu moeten we nog een keer met de taxi en weer met onze zware rugtassen
op een kamer zoeken.  Mies, die niet mee naar binnen is geweest gaat eerst bij de hotels in de buurt een kijkje nemen en komt later triomfantelijk terug: even verderop heeft hij Wi-Fi gevonden en doodleuk in dít hotel de toch bestaande budgetkamers geboekt.
De weinig vriendelijke hotel troela is not amused en zegt dat het onmogelijk is, protesteert nog wat en geeft uiteindelijk het gevecht op. We hebben een boekingsnummer én betaald, dus recht op een kamer.

Hap woef wegNagenietend van onze triomf besluiten we alsnog de volgende ochtend te verkassen naar de hotels met gedeelde badkamer in het centrum van de stad. We zitten hier wel erg uit de buurt van alles dat leuk is en bovendien zitten er kinderen in het hotelzwembad. Dat zou echt verboden moeten worden.
Mies vraagt om elf uur hoe laat we uit moeten checken en als we een uur later, stipt op tijd de sleutels inleveren doet de receptioniste nog steeds vreemd. Mooi dat we weggaan. Doos.

Ons nieuwe guesthouse is leuk! Er speelt beneden een live band en het ligt midden in het bruisende Chinatown, dat grenst aan Little India. Twee gezellige wijken die garanderen dat we lekker gaan eten vandaag.
We brengen de dag door in de koelte van een aantal aan elkaar geschakelde mega winkelcentra en kopen voor Mies een nieuwe telefoon. Onze Nederlandse dual-sim toestellen zijn echt verschrikkelijk slecht en waren na een maand al aan vervanging toe. (Advies: koop noooooit een Acer telefoon. Nooit dus !!!).
We lopen door naar Little India voor een lekkere Indiase thali. Voor ons doen zijn we ergLight street Roundabout laat gaan eten maar als we nog wat bij willen bestellen blijkt de keuken al dicht, wat we wel erg vreemd vinden tot Mies het spot: aan de muur hangt een klok en het is hier een uur later dan in Thailand. Anderhalve dag zijn we hier al en we hadden het nog niet opgemerkt.
Langzaam begint bij ons ook het besef te komen waarom de troela van de receptie zo raar tegen ons deed. Eerst vragen hoe laat we uit moeten checken en vervolgens met een strak gezicht een uur te laat de sleutel inleveren. Haha net goed, had ze maar aardiger moeten zijn.

Georgetown bevalt ons. De straatjes en gebouwen ademen sfeer. De pastelkleurige huisjes met luikjes voor de ramen, de overdekte colonnades, het geurige eten en de vriendelijke mensen. Heerlijk zoals we nog steeds verrast kunnen worden door een land, dit hadden we hier nooit verwacht.
Na nog een fietstocht langs alle leuke kunstwerken in de stad is het tijd om weer op pad te gaan. We weten nog niet goed wat we in dit land willen doen en besluiten de koelte van de hooglanden in de Cameron Highlands te gebruiken om hier over na te denken.
De busrit is geweldig. Goede auto's op échte wegen en een chauffeur met een flinke dosis gezond boeren verstand. Drie dingen die we lange tijd niet tegen zijn gekomen laat staan alle drie tegelijk. Wat een verademing.
thee plukkenWe zitten midden in de dichtbegroeide bossen en bergen van Maleisië en het is onwerelds mooi. We boeken de makkelijkste trekking die ze hebben. Verborgen in deze bossen staat namelijk een rafflesia in de bloei. De grootste bloem ter wereld en zij bloeit slechts één week. Als ze in bloei staat verspreidt ze een geur die nog het meest lijkt op een rottend lijk, vandaar misschien dat ze nog niet gecultiveerd wordt.
Bij ons in de groep zit een ontzettend aardige Maleisische familie en twee oudere Australiërs die naar eigen zeggen aan het 'budget' reizen zijn. (170 dollar per nacht vinden zij budgetreizen. Arme zielen).
De 70 jarige oma van de Maleisische  familie is een wervelwind van energie. Ze loopt steeds honderd meter voor ons uit en als wij ploeterend en zuchtend een berg op klauteren staat zij ons allang boven op te jutten. Als de Australische ergens blijft hangen om een foto te maken fladdert oma er al omheen dat ze op moet schieten. Ironisch genoeg is haar kleinzoon een tiener met overgewicht die totaal niet vooruit te branden is.
Toch bereiken we na twee uur klimmen de rafflesia. Met letterlijk nog 1 bochtje te gaan tot we haar zien komt ons een ander stel tegemoet. "It's gone guys, it's ruined" zeggen ze in het voorbijgaan.
Ik hou m’n adem in en kijk om de hoek, maar ze is inderdaad kapot. Na 1 dag bloei is erde prik van een stuk bamboe (positieve versie) of toerist (negatieve versie) op gevallen.
Toch vinden we het beiden bijzonder. Je ziet nog goed hoe groot ze eerst was en de lijkengeur is gelukkig nergens te bekennen. Redbull Oma heeft het allemaal al gezien en nog voor we een foto kunnen maken vindt ze dat het tijd is om te gaan. Ze klapt in dr handen en maant ons te volgen maar voor mijn part gaat ze nu even op d’r hoofd staan. Het was een heftige klim en ik wil mijn vijf minuten met de gebroken rafflesia.
Resoluut draait ze zich om en begint zelf te lopen. We zien haar pas onderaan de berg weer terug waar ze verveelt op ons zit te wachten.
Maar de dag is nog niet om. Na de lunch plukken we onze eigen verse aardbeitjes en bezoeken we via enge smalle bergweggetjes een enorme theeplantage. De prachtige, weelderige natuur is natuurlijk met de grond gelijk gemaakt om deze struiken te planten maar het is stiekem een ontzettend mooi gezicht en het kopje thee dat we bij de theefabriek drinken smaakt ook wel bijzonder goed.
Bovendien is het hier heerlijk koel. Zo koel zelfs dat we het af en toe koud hebben, eenIn the cloud geheel nieuwe ervaring. Dus lopen we zomaar 's avonds in spijkerbroek en vestje over straat. We weten wel dat winters Siberië niet zo heel lang terug is maar het had net zo goed een vorig leven kunnen zijn zo onwennig is dit.
Tanah Rata is in een halve middag te verkennen, voor de omgeving kunnen we wel een paar maanden uittrekken. Zo lang blijven we hier echter niet, de vervolgplannen plannen zijn inmiddels gemaakt: we gaan duiken op de Perhentian eilanden óf op de Tioman eilanden. Maar helaas gooit de kou op het laatste moment roet in het eten, Mies wordt verkouden en dan kan je niet duiken in verband met problemen met het klaren.
Dus is de beslissing voor ons gemaakt en boeken we een bus naar Kuala Lumpur.
Voordat we vertrekken ontbijten we bij ons favoriete stekkie, een restaurant (gat in de muur) gerund door een super schattig knuffelbaar doofstom echtpaar dat ons 'I love you' leert zeggen in gebarentaal. Als we met onze backpacks op richting de bus lopen komen we nog even langs deze lieve mensjes en krijg ik een dikke knuffel. Met onze hartjes verwarmd nemen we afscheid van de Hooglanden en haar lieve bewoners.

ArcheryNa een paar uur door de natuur tuffen, worden we begroet door de skyline van KL met in het bijzonder de karakteristieke twee-eenheid van de Petronas Torens, die je overal vandaan lijkt te kunnen zien. Plotsklaps zitten we midden in het drukke gezoem van een echte wereldstad.
Weer zitten we in een guesthouse met gedeelde badkamers en het matras ligt in een soort Japanse stijl zowat op de grond. Maar dat mag de pret niet drukken, we zitten midden in de Golden Triangle en als we eenmaal op pad zijn ontdekken we dat we naast het grootste winkelcentrum van KL moeten zitten. Binnen in bevind zich naast foodcourts en dure winkels zelfs een mega achtbaan en op de bovenste verdieping onder andere een bowlingbaan met 22 banen en een indoor archery (boogschieten). Weer kijken we onze ogen uit, maar dit maal op een heel andere manier.
De binnenstad is groot maar eigenlijk best goed per voet te verkennen dus lopen we naar dePetronas Towers Petronas Torens via een wirwar van verschillende shoppingmalls. De torens zijn verbluffend. Ik hou niet van steden en de laatste keer dat ik een gebouw echt mooi vond moet de Taj Mahal in India zijn geweest (waarover ik nog steeds eerbiedig met fluisterstem spreek), maar deze rijzige pracht van oogstrelende verhoudingen verdient toch zeker ook een ere vermelding.
Bovendien zit er een vegetarisch restaurant in het winkelcentrum onder de Twin torens, waardoor de ere vermelding stevig verankerd de boeken in gaat natuurlijk.

lights fountains actionOp de terugweg naar ons guesthouse ontdekken we dat we via overdekte luchtbruggen bijna de hele stad kunnen bewandelen en we lopen kilometers over bruggetjes en via winkelcentra zonder ook maar 1x de grond te raken. Wat een bizar maar mooi en functioneel idee dit.
Als we de eigenaar van ons guesthouse vertellen dat we hierna naar Singapore of Melaka willen haalt hij zijn schouders op. "Singapore is hetzelfde als Kuala Lumpur zonder de Petronas Torens, als je KL gezien hebt hoef je daar niet meer heen. En Melaka, ach, ik snap de ophef niet, er is niets aan." Weet hij ons wijs te vertellen.

We laten ons niet uit het veld slaan en nemen toch de bus naar Singapore.

Achtbaan in WinkelcentrumNa Singapore reizen we (ohh hoe verrassend) per bus terug Maleisië in op weg naarVerbindingsbrug Melaka.
Melaka is een klein dorpje, dat ooit bezet is geweest door Nederland. Bijna de gehele binnenstad staat tegenwoordig op de Unesco wereldlijst.
Wat ons opvalt aan Unesco plaatsen is vooral dat het geld altijd zo duidelijk goed besteed wordt. (Voor de minder alerte lezers: dit was nu cynisme).
Midden in het toch wel heel erg schattige Melaka staat een enorm (lelijke) toren waar een uitkijkplateau steeds op heen en weer schiet, langs de rivier staan foeilelijke hotels en naast het 'Stadhuys' (jawel in het Nederlands!) staan wel 20 oogverblindende-schreeuwerige-neon fietsriksja's met geluidsinstallaties die je zou verwachten aan te treffen in de Hummer kofferbak van een gangster. Uit de speakers galmt de modernste muziek of van die verschrikkelijke jingeljengel kom bid naar Allah muziek. Niet echt (of juist heel erg) Unesco waardig allemaal.
De oproep tot gebed uit de speakers door heel Maleisië komt me de oren al uit, dat hoef ik niet ook nog uit een riksja te horen. Zeker niet eentje die versierd is met neonverlichting in de vorm van Hello Kitty.

Daar bij die molenMaar eerlijk is eerlijk. Het dorpje is voor de rest liefelijk en leuk. Nog veel belangrijker: het heeft een haventje en een ferry waarmee we binnenkort naar Indonesië zullen varen! (Zolang MH370 niet terecht is stap ik dus mooi niet op het vliegtuig in dit land)!
Maar voor het zo ver is hangen we hier op ons gemakje nog wat rond en genieten van onze laatste daagjes Maleisië.

Bekijk hier meer foto's van Maleisie.

Tagged in: Kuala lumpur Maleisie
Hits: 1263
0
Posted by on in Wereldreis 2014
15. A Litte Bubbles no Troubles


confirmed
Vol verwachting klopt ons hart. Een uur geleden stonden we al -veel te vroeg- op het vliegveld in Bangkok. Gisteren zijn we zelf in Bangkok geland en nu staan we hier op familie te wachten. Op de borden hebben we hun vlucht al zien landen en nu springen we bij iedereen die door de gate loopt een beetje op. Na nog wat langer wachten komen de eerste See-Buy-Fly tasjes voorbij en na wat te vergeefse hopjes springen we eindelijk terecht op: ze zijn er!!
We hebben elkaar precies vier maanden niet gezien en zijn lichtelijk extatisch, we popelen om alles te horen over Nederland en de vlucht maar vooral ook om hen "ons" Bangkok en Thailand te laten zien.
We zitten in een hotel vlakbij Khao San Road en vanaf het vliegveld hier naartoe doen we meteen de hele toer: van Airportline naar Skytrain naar Skytrain en het laatste stuk per boot.
's Avonds wandelen we door de drukke straatjes rondom Khao San en is het tijd om de eerste Pad Thai's (een klassiek Thais noodles gerecht) te verorberen. We laten het ons smaken en de dames loeren inmiddels al op de massage tentjes die zich hier bevinden.
Een voetmassage van een half uur voor 200baht of een rugmassage van 220 baht... We kunnen dit eigenlijk niet laten lopen. We spreken af dat de mannen een biertje drinken terwijl wij onze voetjes laten verwennen. Als de mannen een half uur later nog niet terug zijn rest ons niets anders dan er nog een rugmassage achteraan te gooien.
Inmiddels is er een uur verstreken en we gaan zelf maar op zoek naar de mannen. Niet verrassend hebben zij een kroegje gevonden met live muziek.
Het begint allemaal goed hier.

De hitte van Bangkok bestrijden we tussen de bedrijven door met drankjes van de 7/11 en door duikjes te nemen in het zwembad opmarket het dak van het hotel. Als de hitte het toelaat onderhandelen we een rit met een longtailboat door de khlongs van Bangkok. Hier in deze achteraf waterweggetjes zien we het echte dagelijkse leven van Bangkok. Mooie huisjes aan het water wisselen zich af met krotten en zelfs voor de gammelste hokje hangt een klein brievenbusje aan de waterkant. We komen langs een drijvende markt waar de locals voor een spotprijsje op gebakken vis kauwen en ook de spuuglelijke heilige vissen zijn hier weer te vinden; met zijn duizenden verzamelen ze zich hier en spartelen ze over elkaar voor een stukje brood. Samen vormen ze zo'n massieve bonk vis dat je er waarschijnlijk overheen kan lopen.
Vanzelfsprekend worden we nog even letterlijk en figuurlijk afgezet bij een tempel (moeten we opeens aanleggeld gaan betalen, stelletje afzetters!) en dan varen we terug naar de andere kant om een bezoekje te brengen aan de liggende boeddha van Wat Pho.
Inmiddels is het al tijd om verder te reizen en we treffen voorbereidingen voor de nachttrein naar Chiang Mai. We hebben bier, water, chips, Yahtzee en een slaapcoupe voor ons viertjes, dit moet goed komen. we drinken bier op het kadans van de trein en al schiet de trein niet op, het bier gaat best snel dus we onderbreken ons spelletje Yahtzee voor een bezoekje aan de restauratiewagen. De mannen gaan op pad om wat te drinken voor ons te halen maar stuiten hier geheel onverwacht op een Nederlandse party avond. Van Guus Meeuwis tot Danny de Munck, er wordt nog net geen polonaisse gelopen. De overige nationaliteiten in de restauratiewagen delven het onderspit en als Jan Klaassen was Trompetter langs komt haken zelfs de Nederlanders af.
We konden in Chiang Mai helaas geen kamers boeken bij ons geliefde Julie Guesthouse, maar we hebben een leuk hotel met zwembad. Geen overbodige luxe want het is ook hier snikheet. We regelen twee prive chauffeurs (de mannen) en achterop twee Randy op wegscooters laten we ons een dagje rijden. We bezoeken een tempel waar net een tafel vol oranje geklede monniken gaat zitten om te eten. We worden binnen gewuifd maar bedanken beleefd en trekken snel onze slippers weer aan. De hitte bereikt het kookpunt en we scooteren rap naar de watervallen voor verkoeling. De watervallen bestaan uit tien niveaus en het is een aardig eind klimmen tussen de niveaus. Bij het zesde niveau zijn we het wel eens zat, het is zo heet en drukkend dat we het ijskoude bergwater in duiken voor verkoeling.
We douchen voorzichtig onder het gebulder en gekletter van de waterval, voorzichtig, want onze bruine huidje mag er natuurlijk niet afgespoeld worden.
Terwijl we ons aankleden zwelt het gebulder aan en even later is de lucht korte tijd fel verlicht. Opeens snappen we waarom het zo drukkend benauwd was het begint gewoon te onweren.
Nu zijn wij geen vreemden van de tropische regenbuien van Thailand en lijkt het ons een strak plan om niet in de waterval te zitten als de hemel straks openbarst. We verzamelen met een noodvaart onze spullen en wandelen terug naar het pad. Maar met nog maar vier 'niveaus te gaan laten we ons niet kennen. Het regent nog steeds niet en we klauteren omhoog. De afstanden tussen de niveaus wordenOp een rij steeds groter maar de watervallen worden steeds nietiger. Het tiende niveau is dan ook een behoorlijke anticlimax. Niet veel mensen redden het blijkbaar zo hoog want  het houten vlonder terras dat uitzicht biedt is volledig ingestort en in verval geraakt. Enigszins beteuterd lopen we door de eerste spetters en knijterharde onweersknallen terug naar de scooters. We zitten zo'n 20km van Chiang Mai en als we terug beginnen te rijden is het onweer gestopt. Net als we denken dat we ontsnapt zijn aan de legendarische Thaise buien barst de lucht open en worden er zwembaden per seconde op ons hoofd leeg gekieperd. De regen is zo hard dat de weg een rivier is geworden en de mannen al het zicht ontnomen wordt. Lang duren deze buien nooit maar dit wordt gevaarlijk dus wijken we snel uit naar het eerste beste restaurantje. Drijfnat staan we voor de deur onze kleding uit te wringen. Eigenlijk is het best lachwekkend.
De mogelijkheid om voor een godsvermogen met gedrogeerde tijgers op de foto te gaan slaan we over en we gaan richting ons eigen hotelletje.
Bij het hotel ontmoeten we een Finse man. Zijn Costa Ricaanse vriendin die in Japan woont is hem op komen zoeken en met dit stel gaan we 's avonds een drankje doen. Disclaimer: Als je niet van vreemde verhalen houdt of snel duizelig wordt moet je deze alinea even overslaan.
Daar zitten we dus, in Thailand te praten met een Fin en een Costa Ricaanse Japanner. Uiteraard hebben we het over reizen en mensen die we ontmoet hebben als de Costa Ricaanse begint over een Chinees die zij in Cambodja ontmoet heeft. Hij had haar een verhaal verteld over zijn fietstocht langs de gehele grens van China waar hij een boek over aan het schrijven is. Ondertussen pak ik mijn telefoon en scrol in mijn foto's. Dit verhaal komt mij echt té bekend voor. Ik blader snel en vind een foto van Fang, een Chinees die wij in Hanoi, Vietnam ontmoette met hetzelfde verhaal. Als ik haar de foto laat zien barst ze zowat in tranen uit (we zijn inmiddels heel wat borrels verder) dit is dezelfde man! Ook al zijn we al maanden aan het reizen en hebben we slechts een klein stukje aardkloot gezien, de wereld lijkt opeens verrekte klein. Ik geef onze Costa Ricaanse het e-mail adres van Fang, zij heeft nooit afscheid kunnen nemen van hem en wil dat graag en we filosoferen nog een eind verder over de nietigheid van de wereld en het al dan niet bestaan van toeval.

Als je de vorige alinea over hebt geslagen: doe niet zo raar en lees het alsnog. Het is een gaaf verhaal.

VurrtjeDe volgende dag scheidden onze wegen. De familie gaan olifanten wassen in een rivier en Mies en ik leren Thais koken van een geweldig leuke man. Wij zijn de enige klanten dus we kunnen extra veel gerechten maken. Achteraf is het best lullig maar het lekkerste Thais dat ik ooit gegeten heb ik uiteindelijk zelf bereidt. Met alleen maar verse sterke ingrediënten is alles wat je eet een smaakexplosie. Het kookboek dat we meekrijgen is nu een soort bijbel voor me.
Terug in Nederland mogen jullie jezelf uitnodigen voor een Thaise curry of Pad Thai, wij gaan ons best voor je doen!
'S Avonds ontmoetten we elkaar weer en blijken ook zij een privé dagje met de olifanten gehad te hebben.
De mannen duiken het nachtleven in op zoek naar een ladyboyshow terwijl se dames wat slaap inhalen. Er staat ons nog een lange reis te wachten want ik heb eindelijk een medestander gevonden waardoor we niet naar het zuiden vliegen maar in plaats daarvan de trein, bus en boot naar de eilanden nemen. De reis duurt twee dagen en behoorlijk geradbraakt komen we 's ochtends vroeg aan in onze airco-loze hotelkamers op Koh Tao. Mies en ik willen hier onze duikbrevetten halen en hebben gratis accommodatie bij de cursus. Dat houdt in dat we het moeten doen met een zeer basic kamertje; de wc doortrekken gaat door een emmer water over de wc pot leeg te gooien en (koud!)douchen gaat makkelijker onder het lek van de doucheslang dan onder de douchekop. Maar het mag de pret niet drukken we komen hier niet om op de kamer te zitten.
Het programma is vrij intensief. De eerste ochtend krijgen we les in de beginselen van duiken en horen we hoeveel huiswerk en zelfstudie ons te wachten staat maar we zijn met een leuke groep en kunnen alles onder het genot van een biertje samen doen.
's Middags is onze eerste praktijkles. We leren onze eigen apparatuur aan te sluiten en elkaars apparatuur te controleren. Eenmaalstrandje aangesloten springen we met z’n allen in het zwembad. Op de bodem van het zwembad knielt iedereen neer en gaat onze les verder. Ik schiet echter als een speer omhoog, ik ademde onder water, dit is tegen natuurlijk en  eng en fout. De instructeur is lief en begripvol en enigszins bezorgd door mijn reactie. Het duurt een uur maar dan durf ook ik op de bodem van de zwembad te blijven zitten. We moeten van alles oefenen; zo moeten we onze regulators (ademhalingsapparatuur) uit onze mond halen en 'kwijtraken' en leren we hoe we deze terug vinden, we leren ons masker te klaren en vervolgens moeten we ons masker af doen en weer op zetten. Nog steeds zijn we niet boven water geweest. Ik vond t allemaal prima om te doen tot dat klote masker af en op moest. Stelletje gevaarlijke gekken net hun vreemde opdrachten. Vanzelfsprekend haal ik zodra mijn neus bevrijdt is van het masker fijn diep 'adem' door m’n neus. Proestend en spartelend schiet ik terug naar de oppervlakte. Mies en de rest doen of ze vissen zijn en hun hele leven niks anders gedaan hebben dan onder water ronddobberen terwijl ik hijgend en pruttelend aan de oppervlakte besef dat er niks natuurlijks aan is.
SAM 6269De volgende ochtend is weer een theorie ochtend maar ze bieden mij aan een extra ochtendje in het zwembad door te brengen met een prive instructrice.
Terwijl Mies in het klasje zit spring ik met Andrea mijn privé juf het water in. Vijf seconden later dobber ik alweer aan de oppervlakte. Wat is dit éng. Andrea probeert me te laten ontspannen en begint verhalen over make up, benen harsen en meer verhalen waar ik me als echt meisje meisje natuurlijk totaal niet in in kan leven. Maar ze maakt me aan het lachen en krijgt me uiteindelijk onder water waar ik zelfs mijn masker even afzet en weer op doe. Het zweet dat me daarbij uitbreekt zie je onder water niet maar de paniek in m’n ogen is goed te lezen.
s Middags volgt het voorstel om maar niet mee te gaan de boot op maar eerst nog een dagje te oefenen maar ik vertik het.
Dus krijg ik twee privé instructeurs en terwijl Mies en de clan naar zes meter diepte duiken beginnen wij met z’n drietjes op drie meter. Maar hier bij Koh Nangyuan is er al zat te zien, kleurrijke visjes zwemmen onder, boven en langs me en het koraal is geweldig. Andrea stelt me dit maal echt op m’n gemak en ook al schiet ik nogSAM 6279 een paar keer paniekerig omhoog ik heb wel een glimps gekregen van wat duiken te bieden heeft en ik vind het gaaf!

Mies zijn les verliep super en hij verteld enthousiast over zijn belevenissen. De andere vertellen over hun scootertocht over het eiland. Helaas is het een kort avondje want ik moet vroeg op om 's ochtends de gemiste theorie les inhalen terwijl de rest mag uitslapen.
De luidste onweersbui die we ooit gehoord hebben wekt ons al vroeg uit een toch al rottige slaap. Het is boven de 40 graden en onbeschrijfelijk heet ondanks de hoosbui en we zetten de ramen en deuren tegen elkaar open. Maar niks compenseert voor de ontbrekende airco. Drijfnat stappen we onder de douche en ook al ontbreekt de warm water kraan, het water is niet koud genoeg.
Maar door de privé theorieles ga ik als een speer en mag ik alvast mijn examen maken (onder het genot van een smoothie, midden in de bar). Met slechts 1 fout van de 50 vragen slaag ik met vlag en wimpel, die is vast in de pocket. Als ze op de HAVO nou ook eens examens af gingen nemen in de kroeg, dat zou een hoop stress schelen.
Nu ik niet meer hoef te leren valt er een last van me af. 's Middags mag ik me bij de groep voegen al is het nog steeds in afgeslankte vorm en weer met twee prive instructeurs. Er zijn geen prijzen besproken voor deze extra service en ik begin m wel een beetje te knijpen voor het prijskaartje dat hier aan gaat hangen, al realiseer ik me dat ik dit anders nooit ga halen.

De les verloopt super! We gaan tot 12 meter diepte dit keer en het is prachtig onder water. De zee temperatuur is 31 graden Celsius en we kunnen eindeloos ver kijken. Onder water verdwijnt de kleur rood al heel snel uit het spectrum maar desalniettemin is het een prachtig kleurspektakel. We zoeken de gehele cast van Finding Nemo bij elkaar maar missen de vegetarische haai en Nemo zelf schijnt aan de andere kant van Thailand rond te zwemmen.
We leren horizontaal te blijven onder water wat nog een knap lastig trucje blijkt en doen nog wat extra oefeningen.

onderweg duiklocatieOp deze manier breekt toch de dag aan die ik niet verwachtte mee te maken. Onze laatste twee duiken. Als we de oefeningen goed doen hebben we onze PADI's vanmiddag in de pocket. Mits we de middag halen want wederom is de hemel opengebroken en stort zo'n beetje de hele Golf van Thailand op onze hoofdjes. Onderweg naar de pier zitten we achterin een open jeep en worden we gestraald door de kracht van de regen en in de boot naar Chumpon Pinnacle gaat de zee voor het eerst te keer. De zenuwen en de golven slaan al snel op mijn maag en als een van de mede cursisten overgeeft blijf ik helemaal gammel achter.
Er kleeft wel een groot voordeel aan: onder water heb je geen last van zeeziekte en in plaats van mijn gebruikelijke gestuntel daal ik nu als een speer, zonder te aarzelen, af.
Op 18 meter diepte zijn de vissen al stukken groter en is er nog meer te zien. Deze duik mogen we los, we doen salto's onder water en we doen onze regulators uit om onder water te zoenen. Geen zorgen, 'we' is inmiddels Mies en ik, Andrea kijkt vanaf een afstandje toe.
Helaas verbruik je door diepte en gestunt ook sneller lucht waardoor we na veertig minuten alweer naar de oppervlakte moeten.
Een uurtje later doen we opnieuw de buddycheck, waarbij je elkaars apparatuur en uitrusting controleert, bij Mies zijn tank ontsnapt er lucht en bubbelt het een beetje maar James leert ons 'a little bubbles, no troubles' en we mogen gewoon afdalen. Op vijf meter diepte moet weer dat klote masker af en raak ik volledig in paniek. Ik wil naar boven maar beheers me en Andrea glimt trots als ik even later mezelf gekalmeerd heb en rustig verder af kan dalen. Dit is wat ze wilde zien, vertelde ze later. Dat ik ondanks paniek niet naar boven zou schieten aangezien dat erg gevaarlijk kan zijn.
Op de bodem gaat het masker nog maals geheel af en zet ik het kalm weer op. Hoera! Ik heb eindelijk het gevoel dat ik dit kan. Hand in hand zwemmen Mies en ik nog een eind verder tot de zuurstof leeg raakt en we terug naar boven moeten. Onder water probeert Mies me lachend iets duidelijk te maken maar het duurt even voor het tot me doordringt: we zijn gewoon geslaagd.
De duiklessen op Koh Tao behoren tot de goedkoopste ter wereld, dat wordt nog eens bevestigd als blijkt dat mijn drie dagen aan privé instructeurs gewoon bij de prijs zijn inbegrepen. Grote complimenten dus aan duikschool Buddha View!
Het theorie-examen was natuurlijk ook voor Mies geen probleem , hij maakte het zelfs onder het genot van een biertje en lichtelijk euforisch sluiten we deze lange dag af.

De volgende ochtend is het tijd om de andere achterna te reizen. Ze hebben  voor een spotprijsje een mooi hotel gevonden op Koh Phanang en zij zijn ons gisteren vooruit gereisd. Als we aankomen liggen zij al te dobberen in het zwembad met uitzicht over zee. We bevinden ons op hét feesteiland en over drie dagen is het volle maan, het perfecte excuus voor het grootste strandfeest van Thailand: de befaamde Full Moon Party’s.
Full moon partyTerwijl we eerst nog even goed ontspannen bij het zwembad appen we met het thuisfront. Wat was het toch gaaf geweest als Mies z’n vader, ook hier was geweest. hij  denkt hier net zo over en een paar dagen later staan we dus, geheel onverwachts, met drie generaties buckets te drinken op een Full Moon Party.
Het is allemaal zo snel gegaan en zo irreëel, maar het is echt heel gaaf om hier met zn allen te zijn. De hoogtepunten in deze reis volgen elkaar in zo'n rap tempo op dat we wel wat tijd nodig hebben om dit allemaal te verwerken dis besluiten we gezamenlijk vakantie te houden in wat feitelijk één lange vakantie is. We relaxen aan het strand, aan zwembaden en in het geval van de dames relaxen we onder de kundige handen van Thaise masseuses. We verkassen nog een keertje naar een volgend eiland en hier op Koh Samui relaxen we nog een beetje verder tot we bijna gek worden van ontspannenheid. Helaas komt het vertrek van onze gasten op deze manier al snel in zicht en na vier weken moeten wij alweer afscheid van ze nemen. Dit keer voor zeven maanden. Vlak voordat zij naar Bangkok afreizen bereikt ons het nieuws dat het Thaise leger de krijgswet heeft afgekondigd. Boven op alle onlusten die hier de afgelopen maanden hebben plaatsgevonden is het toch een onprettig idee al gaat het Thaise leven verder alsof er niks gebeurd is, op Twitter is de hashtag 'breng me een foto van een knappe soldaat' trending, waardoor het allemaal een luchtige lading krijgt. De visite belooft uit de buurt van demonstraties te blijven en vinden uiteindelijk gewoon veilig hun weg naar huis.

Maar nu, vlak nadat we horen dat zij veilig in Nederland zijn, volgt het nieuws dat het Thaise leger toch echt een staatsgreep heeft gepleegd. Nu ben ik altijd in voor een nieuwe ervaring maar in een land zijn tijdens een staatsgreep stond toch echt niet op mijn bucketlist. Toch lijken de effecten ook nu in ieder geval op de eilanden, verwaarloosbaar. Wij vertrekken morgen nacht per boot en vliegen laagtrein en m’n schoonvader neemt het vliegtuig naar Bangkok en vliegt daar vandaan naar huis. Zelfs als er een avondklok wordt ingesteld en we tussen tien en vijf de straat niet meer op mogen maken we ons drukker om wéér een afscheid dan om de politieke situatie hier.
Het is de afgelopen weken zo vanzelfsprekend gezellig geweest dat we de rest van de reis met gemengde gevoelens tegemoet zien. Enerzijds willen we op pad, we willen reizen en weer wat doen, anderzijds is het heerlijk om familie om ons heen te hebben en te verzanden in het grote niets doen.
Maar de tickets zijn geboekt, ons visum is verlopen en de politieke situatie is niet zaligmakend dus knuffelen we nog een keer met (schoon)paps en mogen we gaan uitzoeken hoe we een nachttrein gaan halen terwijl er een avondklok is ingesteld.

Terwijl we dit posten zitten we veilig in Maleisie, dus met die nachttrein en avondklok is het allemaal goed gekomen. Tot het volgende verslag!

Liefs M&L.

 

Meer foto's van Thailand.

Tagged in: Thailand
Hits: 1272
0
Posted by on in Wereldreis 2014
14. Road to Mandalay

Na een lange busrit hebben we Cambodja verlaten. Geen motoren meer, we zullen het weten. Toch is het ook wel lekker om gereden te worden, een beetje wegdoezelen was er op de motor niet bij en die airco al helemaal niet. Maar we hebben een paar uur vertraging en daar balen we van.
Aangezien de verkoop van de motoren zo spoedig verliep zijn we eerder dan gepland weggegaan uit dit zinderend hete land. Een vriendin van ons, landt over enkele uren op Bangkok en wij wilden haar verrassen door haar op te halen, bovendien vertrekken zij  ‘s ochtends alweer met de trein dus hebben we alleen vanavond om af te spreken. Maar door de bus vertraging lijkt het of dat niet meer gaat lukken. Onrustig schuif ik heen en weer in mijn stoel en bedwing de neiging op de plek van de chauffeur te gaan zitten. Behalve dat ik geen bus kan besturen zou het toch niet opschieten, het verkeer zit muurvast en de arme man die ik loop te vervloeken kan er dus helemaal niks aan doen.
Als we een uur later nog in de file staan geef ik me gewonnen, ik zie wel wanneer we aankomen.

Bangkok... Vertrouwd en vreemd tegelijk. De eerste keer dat we hier aankwamen waren we overweldigd door het verkeer, de hitte, de geuren, de vuiligheid en de smog.
Nu herkennen we de stad, we weten waar we rijden en waar we heen gaan. Het verkeer komt ons normaal voor en of we zijn gewend geraakt aan smog óf het is er vandaag nauwelijks.
Het is nog steeds tegen de veertig graden maar er waait een briesje, een luxe die we in de 47 graden van Siem Reap niet konden ontwaren.

Via de sms heb ik de hotel naam van onze vriendin kunnen ontfutselen en even later staan we stiekem voor de lobby om haar daar te verrassen in plaats van op t vliegveld. Het weerzien is geweldig. Wat een genot ook om weer eens met een bekende te praten. 24/7 bij elkaar zijn verveeld ons nog steeds niet, integendeel, maar het is toch fantastisch om met iemand te praten zonder van te voren te weten waar het gesprek heen gaat.
Samen gaan we de stad in en we maken ze hier een beetje wegwijs. Tot onze grote vreugde gooien ze hun plannen overhoop en blijven een dag langer, ze boeken bij in ons hotel en we trekken een heerlijk vertrouwd dagje met elkaar op.
SAM 4378Wij bereiden ons ondertussen voor op onze vervolgreis. Thailand is slechts een korte tussenstop om visums en een vlucht te regelen voor Myanmar, helaas worden we beiden geveld door de Thaise variant van de Delhi Belly. We besluiten de vlucht een paar dagen uit te stellen zodat we er zeker van zijn dat we de malariatabletten, die nodig zijn voor Myanmar, binnen houden. Mies komt op het lumineuze idee om een paar dagen strand te boeken en even later zitten we in de bus naar Hua Hin. Befaamd in Thailand omdat de Thaise koning daar het grootste deel van zijn tijd doorbrengt in zijn zomer paleis.

We vermaken ons prima in Hua Hin, we verkassen een paar keer van guesthouse. Het eerste guesthouse The Fat Cat, wordt gerund door een hoogbejaarde jazzmuzikant die muziek in een hoger vaandel heeft dan schoonmaken, het tweede guesthouse: het van top tot teen met prullaria en oude meuk eh meubels gevulde Kings Home wordt gerund door een zwaar obese Nederlander (de Koning) die drie hobby’s heeft: in zijn boxershort/ zwembroek rondlopen, over zichzelf praten en zweten in zijn zwembad, wij slaan het zwembad en de gesprekken over en belanden op die manier uiteindelijk op een prachtig stekkie aan zee, heerlijk koel in de zeebries. Die Thaise koning heeft zijn residentie hier dus ook aan zee, om het te bewaken ligt er een complete marine vloot voor de kust voor anker, ’s avonds zijn die schepen helemaal met lampjes verlicht waardoor het meer wegheeft van een kerst- dan een oorlogsvloot. Echt dreigend oogt het daarmee niet meer, maar het ziet er wel gezellig uit.

We knappen al snel weer op en vinden de perfecte manier om naar het oude vliegveld van Bangkok te komen voor onze vlucht naar Yangon, een VIP bus naar Suvarnabhumi airport en vandaar een gratis pendelbus naar Don Meaung airport. Op die manier landen we ‘s avonds in Yangon. We nemen een taxi van het vliegveld naar ons guesthouse. Tijdens deze vreemde rit ontdekken we meteen een van de gevaarlijkste eigenaardigheden van Myanmar: men rijdt hier rechts maar het stuur in de taxi zit ook rechts, dit komt doordat de regering destijds besloot dat van de ene op de andere dag men van links rechts moest gaan rijden. Links inhalen is hiermee een uitdaging geworden, of in onze ogen meer een onmogelijk gevaarlijke onderneming.

We bekijken de stad Yangon en uiteraard de Shwedagon pagode, de grootste pagode vanSchwedagon Pagode Zuid-Oost Azie. Mies zijn verjaardag vieren we in the-place-to- be: Swensens- een Amerikaanse ijsketen die wij al kennen vanuit Thailand en Cambodja en die zojuíst hun eerste filiaal in Myanmar hebben geopend, wat een mazzel! Yangon zelf komt op ons over als al de door ons bezochte steden, warm, druk, niet zo fris en overal geurige etenskraampjes maar wat het meest opvalt is dat er hier geen scooters rijden. Het verhaal wil dat hier een scooterrijder tegen een auto van een generaal van de militaire junta is aangereden, deze heeft hierop alle scooters in Yangon verboden.

Ook in Yangon zijn de voorbereidingen voor het waterfestival in volle gang, dit waterfestival maakt het reizen echter voor ons wel erg lastig, net zoals we destijds in China hadden is nagenoeg alles uitverkocht. Na veel zoeken vinden we echter nog twee plaatsen in een extra ingekochte bus naar Mandalay, onze Road to Mandalay kan beginnen! We hebben goede stoelen in de bus voor 45(!) personen, nou ja 45, men plaatst in het middenpad onderweg gewoon kleine plastic krukjes waardoor we wel 60 passagiers meenemen, als dat nog niet genoeg is hebben we een voortdurend rochelende chauffeur die ook de prima werkende airco niet weet af te stellen. We zien de buitentemperatuur meter 43 graden aangeven en de binnen temperatuurmeter gestaag aflopen tot 14 graden, met de blazende airco op onze hoofdjes in het een rijdende ijskast! Uiteraard overleven we ook dit en om 2 uur ‘s nachts worden we in Mandalay gedropt, slechts 2,5 uur vroeger dan gepland. Eenmaal bij ons hotel moeten we ruim tien minuten kloppen om de portier die in de lobby op een matje ligt te slapen uit zijn dromen te wekken. Geeuwend en rekkend brengt hij ons gelukkig toch alvast naar onze kamer.

waterballetAls we aan het eind van de ochtend wakker worden gaan we op zoek naar een ontbijt, lastig te vinden want veel is gesloten in verband met het festival maar het lukt (bij een vegetarisch restaurant!) en we verkennen de buurt. Ook hier is men bezig met de voorbereidingen voor het waterfestival. Langs een weg met aan de achterzijde de slotgracht worden grote podia gebouwd, waar vandaan straks de voorbijgangers met honderden tuinslangen worden natgespoten. Bij een van de podia raakt Mies in gesprek met een local, het blijkt de organisator te zijn van dit podium en we worden al snel uitgenodigd om alle 4 de dagen hier op dit podium door te brengen. De volgende dag maken we dan ook gretig gebruik van het aanbod en we storten ons op het compleet natspuiten van iedereen die langs loopt, rijdt of danst. Dat hierbij ook het complete interieur van auto’s en jeeps natgespoten wordt vind men blijkbaar heel normaal. Na een korte middagbreak gaan we daarna weer volledig op in de feestbeat op het podium, dit is het eerste Aziatische land waar we echt hele goede muziek horen. De andere partygangers op het podium zijn locals en wij hebben dan ook veel bekijks, iedereen wil met ons dansen, zingen en uiteraard op de foto. Jackson, de organisator herhaalt zijn uitnodiging om toch vooral ook de komende dagen langs te komen. We brengen nog wat dagen feestend door in Mandalay maar besteden ook een dag aan de bezienswaardigheden in en rond deze stad.

De laatste dag van het 4-daagse festival reizen we per taxi naar Bagan, de stad van deNyaung U Myanmar duizenden pagodes. Onderweg moeten we vaak de ramen snel dichtdraaien om te voorkomen dat we compleet nat gegooid worden. De taxi was de enige vervoers mogelijkheid, boten kunnen door de lage waterstand niet naar Bagan varen en bussen gaan pas weer rijden na het festival waarbij de eerste twee dagen al volledig volgeboekt waren. We dachten bij aankomst in Bagan gelijk een busrit voor twee dagen later te kunnen boeken naar Inle lake maar het hotel gaf aan dat alles vol zat, dat zou echt een tegenvaller zijn want dan zouden we Inle Lake moeten skippen en weer terug moeten naar Mandalay waarvandaan onze vlucht naar Bangkok zou gaan. Niet voor een gat te vangen gingen we de volgende ochtend vroeg op zoek naar het busstation alwaar meestal de ticketkantoortjes zijn. We hadden mazzel er waren nog 4 tickets en de reis naar Inle lake werd zo veilig gesteld.

Bagan bestaat uit drie gedeeltes, het New Bagan, Old Bagan met de meeste tempels en pagodes en Nyaung U. Wij verblijven in het laatstgenoemde, hier bevinden zich de meeste guesthouses en restaurants al ligt alles op fietsafstand van elkaar. We spendeerden onze dagen daar dan ook met ’s ochtends vroeg op de fiets de zonsopkomst over de tempels bekijken en daarna verder verkennen. Hierbij klimmen we dan op, in en over de tempels om dan weer op de fiets over de bloedhete zandpaden bij de volgende tempel dit te herhalen. Aangezien het ’s middags zo’n 45+ werd hielden we dan een lange lunch in een restaurant met verkoelende fans of hingen we heerlijk aan en in een zwembad. Mooie zonsondergang foto’s maken over Bagan is ons helaas niet gelukt aangezien het elke avond bewolkt werd.

We vervolgen onze reis in de bus waarvoor we zo moeizaam kaartjes verkregen hebben. We zitten helemaal achterin wat weinig beenruimte en geen verstelbare rugleuning betekent, maar dat is helaas nog maar het begin. De reis begon voorspoedig maar nadat we bij een restaurant stop hadden gezien dat men de motoren van auto’s en bussen die daar aankwamen met water stonden te koelen had ik al het vermoeden dat er wel wat bergpassen aan zaten te komen. Nou dat was ook zo, Lelle wilde niet vliegen maar of dat nou echt onveiliger was dan over deze haarspelden kruipen, ik vraag het me af. Door dit geklim had ook onze bus het moeilijk en raakte oververhit. De airco viel uit waardoor het niet alleen de bus was die oververhit raakte, bovendien bevond de hete motor zich onder de achterste stoelen, onze stoelen dus! Na de verhitte trip kwamen we dan eindelijk aan bij Inle Lake in het plaatsje Nyaungshwe. Na het inchecken en even heerlijk douchen gingen we dit gehucht verkennen. Wat een heerlijke temperatuur hier, een graadje of 25 ’s avonds, heerlijk. Dit plaatsje ligt vlak bij het meer en het meer wordt omringd door bergen waardoor het een eigen klimaat heeft, overdag warm maar tegen het eind van de middag af en toe een heerlijk verkoelende bui. De volgende dagen hebben we na het heerlijke ontbijt, uniek in heel Myanmar met banana-chocolate pancakes, vers fruit en een kan koffie en thee de omgeving per fiets verkend en een leuke boottocht over het meer gemaakt.

De vissers hier hebben een speciale roeitechniek, zij staan op de punt van hun bootje enBirmees peddelen draaien hun been om een peddel waarmee ze dan staand peddelen, op deze manier hebben ze hun handen vrij om te vissen, het is echt een pracht gezicht en levert dan ook mooie plaatjes op.

Op de dag van vertrek voelt Lelle zich niet zo lekker, we vragen dan ook of we onze kamer langer aankunnen houden zodat ze nog op bed kan blijven liggen, als ik aangeef dat ze zich niet lekker voelt is dat geen probleem, we mogen zo lang we willen gebruik maken van de kamer, sterker nog om een uur of 4 wordt er op onze deur geklopt en krijgt ze soep aangeboden, echt super. Ook ‘s avonds als we opgehaald worden om naar Mandalay te gaan worden we door de eigenaar en medewerkers buiten uitgezwaaid. Met stip ons beste verblijf in Myanmar. De rit per VIP bus, slechts drie rijen van een stoel en goed afgestelde airco was een verademing en uitgerust kwamen we wederom stik midden in de nacht) aan in Mandalay dat nu voor ons bekend terrein was. Tegen drieën lagen we heerlijk gedoucht in bed om nog een paar uurtjes slaap te pakken voordat onze laatste dag in Myanmar aan zou breken, de nachtportier was ons inmiddels waarschijnlijk wel zat. Onze laatste dag hier hebben we heerlijk gerelaxt en prima gegeten, maar ons hoofd is bij onze vlucht naar Bangkok. Dit keer niet omdat Lelle het zo afschuwelijk vindt om te vliegen, al is dat helaas nog steeds zo, maar omdat de dag nadat wij in Bangkok landen familie hier aankomt!

Bekijk meer foto's hierhier.

Hits: 1734
0
Posted by on in Wereldreis 2014
13. De vele gezichten van Cambodja


In alle vroegte gaat de wekker, we spoeddouchen onder de koude kraan en maken ons klaar om op pad te gaan. De hotelkamer is niet veel soeps, de schoonmaakster is een oudere tandeloze dame die de hele dag met een waaiertje in de gang zichzelf koelte toe zit te wuiven. Ze verzorgt de kamers ongeveer evengoed als haar gebit. Het gevolg is grote spinnenwebben, een groezelige badkamer en jeuk-door-suggestie. Echte beestjes zitten hier niet maar je denkt ze toch te kunnen voelen. Er is hier nu eenmaal niet zoveel keuze en het is slechts voor 1 nacht dus we zitten er niet zo mee.
Als we de kamerdeur open doen blijkt dat de airco zijn werk in ieder geval wel goed gedaan heeft, de warmte klapt ons om de oren en de zon is nog niet eens op. We stappen, nu al bezweet, de straat in op zoek naar een ontbijt. De keuze is mager. Of voor 25 dollar per persoon aanschuiven bij het enige luxe hotel van de stad, of voor een honderdste van de prijs bij het hotel er naast. Die keuze is snel gemaakt en we krijgen waar we voor betalen, bagger. Maar het deert ons allemaal niks, we zijn veel te opgetogen om er zelfs maar bij stil te staan. Over 20km komen we aan bij de grens en we willen weten hoe de dag gaat verlopen. In het slechtste geval keren we terug en slapen we hier vannacht weer. Zojuist heeft weer iemand ons verzekerd dat het puur onmogelijk is, de motoren staan niet eens op onze naam om maar een argument te noemen. We beseffen dat dat wel een erg goed argument is maar we vertikken het op te geven zonder het te proberen.
we naderen de grensEen uurtje later bevinden we ons bij het laatste echte grensdorpje, waar we onze laatste dong uitgeven aan een colaatje. Het mannetje dat ons helpt is oud, mager, gebogen maar heeft nog wel zijn tanden. Waarschijnlijk met dank aan de tandartspraktijk die naast zijn barretje zit, die in de stoffige buitenlucht iemand aan het 'helpen' is; zijn voortanden zijn netjes omlijst met een soort ijzerdraadje, het ziet er heel raar uit en ik durf helaas geen foto te maken.
Het mannetje kijkt verbaasd van ons naar de motoren en wijst in de richting van de weg. "Kampucha?" vraagt hij. Als we bevestigend antwoorden probeert hij ons uit alle macht iets duidelijk te maken. We denken te begrijpen dat we naar de volgende grensplaats moeten en met de boot verder moeten gaan, dat de Vietnamese wegen perfect zijn (ahum) en de Cambodjaanse heel slecht. Nou dat belooft wat uit de met ijzerdraad omlijste mond van een Vietnamees.
We rijden koppig verder tot we bij een slagboom aankomen midden op dit stoffige weggetje. Het duurt even voor we beseffen dat dit de grens is.
Meteen worden we gemaand af te stappen en de zenuwen slaan toe. Daarna worden we eenJa de grens over kantoortje in gedirigeerd waar we meteen een stempel krijgen. Men vraagt niks en wij vertellen nog minder. 20 meter verderop staat het Cambodjaanse grensgebouw. We zijn nu officieel Vietnam uit en beseffen met schrik dat we niet meer terug mogen als we de slagboom niet door komen ( immers geen visum meer) of als de Cambodjanen ons niet doorlaten. En dan staan we met 40 graden, zonder vervolg vervoer in the middle of nowhere in Cambodia.
Weer doen we of we gek zijn en lopen met bikes naar de slagboom. De bewapende douane beambten kijken eens goed maar onze fietsen, lachen breed uit, steken vol bewondering hun duimen omhoog en laten ons door.
wegdek cambodjaWe durven geen adem te halen maar lachen breed terug en lopen naar het volgende obstakel, de Cambodjaanse douane. Weer moeten we een kantoortje in. Een visum kost 22dollar maar ze vragen 25, we durven geen vragen te stellen en overhandigen het geld. Dan krijgen we de zogenaamd verplichte gezondheidscheck van 1 dollar. Blijkbaar alleen verplicht voor blanken want verder loopt iedereen door. Maar nu we gezond bevonden zijn wordt ook het visum in ons paspoort geplakt en mogen we gaan.
Argwanend kijken we om ons heen, de paspoorten stoppen we nog niet eens weg, we nemen geen risico's meer en blazen er vandoor. We hebben het gehaald we zijn in Cambodja, met onze motoren!!! We sluiten ons Vietnam avontuur af zoals je dat de Amerikanen steeds hoort doen, we kijken elkaar vanonder onze helmen breed grijnzend aan en roepen: "Vietnam man, you don’t know, you weren’t there!"

Na 500 meter stoppen we om alles weg te stoppen. Het lijkt of we meteen in een heel andere wereld zijn gestapt, het voelt tien graden warmer dan in Vietnam en het hele land oogt armer. De mensen die we zien lachen niet terwijl we daar in Vietnam zo aan gewend zijn geraakt en de 50 tinten groen hebben plaats gemaakt voor 50 tinten verdord geel. Maar de weg is fantastisch. Goed geasfalteerd en helemaal leeg. We moeten nog 120km naar Phnom Penh en brullen heerlijk de weg over. Alles loopt voorspoedig tot de laatste 10km. We zijn nota bene zo'n beetje ín Phnom Penh en de weg houdt weer eens op te bestaan. Zo leeg als de weg net was, zo druk is het nu. Elke vierkante cm is bezet door een weggebruiker en we staan hopeloos vast in de stoffige dorre zand zooi. Uiteindelijk zal deze asfalt ellende aan blijken te houden tot vlak bij ons guesthouse en doen we net zo lang over dit stuk als over het stuk vanaf de grens tot hier.
Van de vreugde dat we de bikes meegekregen hebben is niks meer over. We hebben dorst, honger, behoefte aan een douche en hebben het heet, heel heel heet.
Na de denkbeeldigebeestjesjeuk van vanochtend gooien we er iets meer geld tegenaan en zitten we nu in het schoonste hotel van het land. De hele dag zit een meisje op de gang met een tandenborstel en een flesje schoonmaakspul de voegen te poetsen en we frissen er helemaal van op.
Onze voornaamste reden om deze hoofdstad te bezoeken is om alweer zo'n deprimerend stukje geschiedenis te bezoeken. Na wat daagjes rust denken we het aan te kunnen en bezoeken we de Killing Fields. De term kende ik maar ik had er nooit bij stil gestaan wat dit zou zijn, maar de werkelijk perfecte audiotour door dit gebied heeft me het duistere verleden van dit land op bijzonder grafische wijze bijgebracht:
SAM 3570Niet eens zo lang terug, tussen 1975 en 1979 is Cambodia overgenomen door de socialistische en paranoïde Pol Pot. Van de ene dag op de andere moest iedereen de steden verlaten en het land gaan bewerken ten behoeve van de staat. Allen die gestudeerd hadden, iedereen die een vreemde taal sprak en zelfs alle brildragenden werden gezien als een bedreiging voor deze nieuwe samenleving en behandelt als vijand. Al snel begon Pol Pot zijn eigen volk uit te moorden. In gevangenissen, zoals de S21 die wij ook bezochten, werden ze eerst afschuwelijk gemarteld en gedwongen zelf incriminerende bekentenissen af te leggen. Hierna werden ze op transport gezet naar de Killing Fields, waar wij nu staan. Pol Pot werd met het verstrijken van de tijd steeds meer paranoïde en paste zijn eigen spreuk "je kunt beter een onschuldige vermoorden dan een schuldige laten lopen" voortdurend toe. Deze velden waar we nu staan herbergen de resten van zo'n 9000 omgekomen Cambodjanen. Een kogel werd voor deze mensen te duur bevonden dus moesten ze gebukt boven een massagraf staan waarna hun hoofd werd ingeslagen. Ook kinderen en baby’s moesten er aan geloven voor het geval ze later hun ouders zouden willen wreken.
De woorden zijn bijna te afschuwelijk om op te schrijven en een behoorlijke domper op zo'n reisverslag, maar deze recente geschiedenis is wel van belang om dit volk te begrijpen.SAM 3590
We kijken bedroefd om ons heen. Het vredige landschap is bezaaid met ondiepe kuilen, dit zijn de massagraven die mettertijd zijn ingezonken. Het ziet er op het eerste gezicht zo vredig uit, tot je de stukjes stof van kleding, resten van botten en tanden overal uit de grond ziet komen. 1x per maand ruimen medewerkers van het huidige killing fields museum alle omhooggekomen resten van hun voorouders op, maar het blijft boven komen.
Veel massagraven zijn leeggehaald en de botten en schedels zijn ondergebracht in de meest ijzingwekkende tempel die we ooit gezien hebben.
Voor de zoveelste keer deze reis moet ik huilen. We zien steeds hoe verrekte mooi deze wereld is maar wat maken we er toch een potje van met z'n allen.
We moeten het van ons af zetten en dat kunnen we ook. Eenmaal terug in de drukte van de stad met een Oreo Blizzard van de Dairy Queen gaan we op in het geroezemoes en het stadse ritme. We bezoeken voor de verandering weer eens een paleis van een koning, we praten met anderen, eten een heerlijk Italiaanse lunch en genieten dat deze geschiedenis aan deze kant van de wereld nu voorbij is, dat de toekomst er voor de Cambodjanen zoveel rooskleuriger uitziet.
Als het tijd is om Phnom Penh te verlaten rijden we meteen weer de asfaltellende in. Ook weer voor 10km hoopten we maar de komende 160km schieten voor geen meter op. De volledige weg is opgebroken maar we zien nergens iemand aan het werk. Later horen we dat de Cambodjanen geld hebben gekregen van Zuid Korea om deze weg aan te leggen. Maar corrupt als dat het hier is was dat geld meteen van de aardbodem verdwenen. Tot een paar maanden geleden de Zuid Koreanen polshoogte kwamen nemen. Als een malle werd de volledige weg opgebroken om te laten zien dat ze wel degelijk aan het werk zijn.  Helaas stopte dat werk de seconde dat de geldschieters het land hadden verlaten en doen wij nu al zo'n 6 uur over dit pisstukje.
De volgende dag brengt hoop. De volgende 140km zijn perfect. Onder het bordje "Siem Reap" high fiven we elkaar. We hebben het verdomme gehaald!
Ruim 3000km hebben we getoerd. Door twee landen, talloze bergen, regen, kou en hitte, langs stranden, rijstvelden, zandwegen en eindeloze vergezichten. En dat volledig zonder kleerscheuren.
We hangen flyers op in de stad en plaatsen advertenties op internet, dit keer pakken we de verkoop serieus aan.
Bomen vergroeien in tempelDe motortjes brengen ons vervolgens langs de steenoude tempels van Angkor Wat. 400 vierkante kilometer aan tempelcomplexen, de een nog indrukwekkender dan de ander. De een gerestaureerd, de ander volledig aan de elementen over gelaten. Iedereen die ooit verder heeft gekeken dan Angelina Jolie in Tomb Raider zal het hier gefilmde beeld van met boomwortels overwoekerde tempels herkennen.

We zien de zon op komen boven het eigenlijke Angkor Wat en gaan later door naar Angkor Thom, een van de vele andere locaties met tempels en ruïnes, deze wordt gekenmerkt door de 1200+ stenen gezichten die vanuit de tempels de buitenwereld in turen.
Midden op zo'n tempel begint het gelazer. Mies zijn gsm gaat af. We hebben nauwelijksbovenop de tempel bereik hier en ik hoop stilletjes dat het bereik volledig wegvalt maar Mies en Beller verstaan elkaar goed genoeg om een afspraak te maken. We hebben een potentiele koper.
Terug in de stad trilt mijn telefoon. Of we langs kunnen komen om de bike te laten zien. Mies zijn motor hebben we net afgezet bij de garage vanwege een lekke band dus we gaan op de mijne heen. Tot mijn verbazing en schrik kijkt het knulletje nauwelijks naar de motor (hij kan nog niet rijden) als hij z’n portemonnee pakt en het geld overhandigt.
Ik stotter, struikel, vertiendubbel de prijs, vervloek Mies zijn lekke band maar het mag niet baten. Zonder degelijk afscheid ben ik mijn tweede ware liefde kwijt. Mn enige troost is dat het joch dat hem gekocht heeft van plan is hem terug naar ons startpunt Hanoi te rijden. Ik hoop voor m’n fietsje dat ie het redt.
Bij terugkomst bij ons hotel (we moesten lopen!) verkoopt Mies zijn motor aan Beller maar het doet me niks meer. Het feit dat we een dag later het prachtige Tomb Raider gedeelte van Angkor Wat, dat langzaam wordt teruggenomen door de natuur, per tuktuk moeten bezoeken is wel even slikken. Ik heb geen motor meer en ben eigenlijk wel klaar met Cambodja.

Meer foto's van Cambodja & Angor Wat bekijk je hier.




Tagged in: Cambodja
Hits: 1291
0
Posted by on in Wereldreis 2014
12. Vijftig Tinten Groen


Crazy House Dalat
Met opgeladen accu's zetten we opnieuw koers richting de bergen. De verzengende hitte aan de zonkant van de bergen is heftig en opnieuw worden we volledig overrompeld door de groene schoonheid en de rust van nationale parken en eindeloze vergezichten vol koffieplantages. Het drukke bergstadje Da Lat is even wennen na uren door het verlaten oerwoud getoerd te hebben, maar we doen rustig aan en vinden al snel onze draai.
We beginnen de volgende dag met een bezoek aan het "crazy house", een architectonisch hoogstandje van natuurlijke weelderige vormen en maffe ideeën dat perfect bij mij en deze omgeving aansluit en sluiten de dag af met een kopje van de duurste koffie ter wereld.

 

 


Geen Zuivere Koffie...
Hier in de bergen staat een organische wezelkoffieboerderij. Dat is koffie gemaakt van onverteerde koffiebonen die door wezels is uitgepoept. Ja, je leest het goed, uitgepoept.
Wij bezoeken eerst wat kooien met wezels en krijgen vervolgens het hele proces uitgelegd: De wezels hebben een driedaags eetpatroon; ze eten 1 dag koffiebonen, 1 dag kippensoep en een dag fruit, vervolgens worden hun uitwerpselen met daarin de onverteerde koffiebonen opgeraapt, en twee maanden met rust gelaten. Daarna worden ze nog schoongemaakt en geroosterd en vlak voor gebruik gemalen.Druk koffiebonen aan het verteren
Zo'n bakkie kost in de US zomaar $100,- per kopje!
We laten ons voor een heel wat betere prijs overhalen en al snel druppelt de koffie in een gevaarte dat wat weg heeft van een destilleerapparaat bij een scheikunde les. Ondanks dat we weten waar deze koffie geweest is ruikt en smaakt het heerlijk.

De cafeïne boost geeft genoeg energie om de reis te vervolgen. Voor we op pad gaan bezoeken we een waterval. De zogenaamde 'weg' er naartoe is zo onbeschrijflijk slecht met zulke grote gaten en brokken steen dat we heel voorzichtig bergafwaarts moeten rijden.
Tot onze eigen verbazing halen we het. Toch blijkt het een anticlimax, we hebben heel wat mooiere stortdouches gezien.
Op de terugweg ontpop ik me tot dirtbike-chick. Ik neem met een noodvaart de achtbaan terug naar boven en stuiter als een wilde over de brokstukken. Ik overweeg of ik mijn nieuwe roeping heb gevonden want dit is gaaaaf!
Helaas maakt de 'weg' veel te snel alweer plaats voor een echte weg.
Ook wel weer lekker want we hebben morgen nog een eind  te gaan.

Via een prachtige weg rijden we, dit maal in de schaduw, de bergen uit. Dit reizen met de motor is echt waanzinnig. Niet alleen heb je volledige vrijheid en zie je veel meer, al je zintuigen worden op de proef gesteld, je hoort de beesten en insecten in het bos dwars door het geluid van al het toeterende verkeer heen en ruikt de weeïge zoete lucht van overrijp fruit samen met de ondertonen van aarde, terwijl je een hoek verder de rottende lucht van vis ruikt. Aan de straatkant van de rivier, pal  in de zon ligt deze uitgestald in de manden van oude gerimpelde vrouwtjes.
Wie beweert dat visolie goed is voor de huid heeft deze vrouwtjes nog niet ontmoet.

Eenmaal de bergen uit brengt deze 'snelweg' ons weer dwars door dorp na dorp en zitten we uren in de brandende zon achter vrachtwagens op stoffige zanderige wegen. Waar de Ho Chi Minh Highway zo mooi en verlaten is, heb je hier geen seconde rust. Toch zie je nu juist het Vietnamese leven aan je voorbij trekken.  Je passeert meisjes gehuld in truien, handschoenen en sokken omdat ze niet bruin willen worden. (I.v.m. de veiligheid en de zinderende zon zien wij er bijna identiek uit; spijkerbroek,  lange mouwen, dichte schoenen, motorhandschoenen en mondkapjes), langs oude mannen die op kleurrijke plastic krukjes zitten terwijl ze een spelletje spelen. We komen langs cafés: grote open ruimtes met een golfplaten dak erboven voor de schaduw waar in plaats van stoelen alleen maar hangmatten aan de plafonds hangen. Hier werken moet een droom en een hel zijn. Het personeel ligt zich de hele dag in hangmatjes koelte toe te wuiven.
Da mbri watervallen (2)Zonder er erg in te hebben zijn we alweer 150km verder en aangekomen bij ons hotel.
En ook nog eens ruim op tijd om ook hier op zoek te gaan naar een verfrissende waterval. We zoeken en vinden de Dambri Falls, naar verluidt de mooiste van Vietnam. Het laatste stukje ernaar toe gaan we te voet door een bos waar de krekels zo luid krekelen dat we meerdere keren kijken of het geluid niet uit versterkers komt. Na een kleine afdaling maken de krekels plaats voor het gebulder van de waterval. Zelfs nu in het droge seizoen, met een gehalveerde dosis water, is het een fijn gezicht. Zo fijn dat we er eigenlijk onder willen staan om te ontsnappen aan de nietsontziende zon. We zijn niet suïcidaal dus koelen we af met een ijsje in de schaduw. En een koude douche als we terug zijn bij het hotel.

Terwijl het Vietnamese leven aan ons voorbij trekt zien we op de wegwijzers dat ons einddoel steeds verder in zicht komt.Onder m’n billen voel ik dat m’n motortje er nog heel veel zin in heeft. Even lijkt hij te sputteren alsof hij huivert bij dezelfde gedachte als ik: in HCMC moeten we op zoek naar een nieuwe eigenaar, terwijl we zo aan elkaar gehecht zijn. Ik kijk achter me naar Mies, die lijkt hetzelfde te denken, we zijn er nog niet klaar voor om onze prachtjes weg te doen! Ik slik het weg en let weer op het verkeer.
Al snel wordt het drukker op de weg. Overal zijn weer scooters, de wegen worden breder en opeens zitten we midden in de drukte en chaos van Saigon.
Het moet gezegd worden: wat een klote stad. Ik vind er geen bal aan. De sfeer en vrolijkheid van Hanoi ontbreekt hier geheel en het is bloed verziekend heet. Het hoogtepunt van ons bezoek aan deze stad is als we helemaal op eigen houtje het flatgebouw weten te vinden dat wereldberoemd is geworden door een film uit de Vietnamoorlog; als de Amerikanen worden geëvacueerd tijdens "Operation Frequent Wind". Destijds een van deLocatie van beroemde evacuatiefoto Saigon hoogste gebouwen, nu valt het weg tussen alle hoogbouw die eromheen staat. Om te ontdekken of we voor het goede gebouw staan moeten we het van boven kunnen bekijken maar we kunnen geen van de kantoorgebouwen in komen. Tot ik een chique hotel spot dat misschien uitkomst kan bieden. We bluffen ons naar binnen, dit gaat ons makkelijk af, want ik speel regelmatig het spelletje "vind de schone WC" waardoor ik bij menig chique hotel mijn menig al heb achtergelaten. Voor uitzicht naar buiten moeten we echter een hotel kamer hebben of de VIP lounge betreden, die door twee dames aan een balie bewaakt wordt. Een kamer hebben we geen geld voor dus lopen we hooghartig langs de dames zonder hun aanwezigheid te erkennen. Merkwaardig hoe dat in dure hotels altijd werkt, maar het werkt. Even later nemen we stiekem uitgelaten foto's van het Pittman Apartment Building want we hadden goed gegokt en hebben hem gevonden!

Eenmaal buiten doen we met lood in onze schoenen een halfslachtige poging de motoren te verkopen: we zetten een advertentie online.
Als na een dag nog niemand gereageerd heeft bedenken we ons dat we ze dan maar mee moeten nemen de Mekong Delta door. Dan maar weggeven daar of zo, hun geld hebben ze toch al opgebracht. We brengen nog een paar dagen door in Grauw City en tot onze vreugde
vinden we geen kopers.
Als we eenmaal uit Saigon rijden lijken de bikes extra voor ons te pruttelen. Als een hond die blij is dat hij mee de auto in mag, naar het park, op naar het avontuur, lijken onze tweewielers te kwispelen van enthousiasme. We zigzaggen door de groener dan groene vruchtbare oasis die de Mekong Delta heet.
Mekong delta Ben TreWe zien eindeloze kokosnoten plantages in Ben Tre, zetten de tweewielige viervoeters op het pontje naar Tra Vinh, ontdekken drijvende markten vol rijp en exotisch fruit bij Can Tho en tuffen vrolijk verder door elke denkbare schakering groen, met rijstvlaktes als eindeloze voetbalvelden tot we in het saaie grensplaatsje Chau Doc aankomen. We doen beiden of we verbaasd zijn maar eigenlijk is het een bewuste actie van ons beiden. Of misschien hebben onze bikes ons hier zelf doelbewust naartoe gereden...
Het moet onmogelijk zijn wordt ons door iedereen verteld...
Of verschrikkelijk duur, of allebei...
Maar wie niet waagt...
...dus morgenochtend rijden we naar de grens met Cambodja. En dan gaan we hondsbrutaal proberen onze liefjes mee de grens over te krijgen.


Meer foto's zijn hier te zien.

Tagged in: Da lat Vietnam
Hits: 1292
0
Posted by on in Wereldreis 2014
11. S.O.S.

Na het relaxen aan het resort wordt het tijd om weer wat serieuze kilometers te gaan maken. Te beginnen met wat één van de spectaculairste bergpassen van de wereld wordt genoemd: de Hai Vann Pass.

Wederom verwijzen we graag naar de Top Gear Special uit Vietnam, hun beelden zijnNoordkant Hai van Pass beter dan wat wij kunnen maken maar was minstens zo spectaculair.
Ik moet toegeven dat ik met enige aarzeling aan deze rit over de natuurlijke grens tussen noord en zuid begon. deze pas wordt minstens zo vaak aangeduid met gevaarlijk als met prachtig. Vanuit de zee rijst de berg steil omhoog en de toppen hullen zich in mist. Voorheen raasden de knijter maffe chauffeurs van highway 1 hier overheen maar tegenwoordig nemen die de tunnel waardoor het verkeer nu (voor Vietnameze begrippen) zeer rustig is.

Veel haarspeldjesAl kronkelend langs haarspeldbochten banen we ons een weg naar boven maar om de zoveel minuten moeten we toch echt stoppen. Niet omdat het zo gevaarlijk of steil was, integendeel, ik blijk ervarener dan ik dacht want ik heb inmiddels heel wat heftigere routes meegemaakt, maar het uitzicht is zo adembenemend dat je wel even af moet stappen. Langs de groene bergen zie je de in mist gehulde toppen met daaronder de felgroene baaien van de zuid- Chineze zee. De witte schuimkoppen kan je nog tegen de rotsen zien kletsen en voor ons strekt een veelbelovende kronkelroute uitdagend voor ons uit.
De weg lonkt en we willen rijden, maar het uitzicht lonkt en we willen genieten. Jullie willen gewoon niet weten My Lai dorpvoor wat voor een zware keuzes Vietnam ons stelt.
Bovenaan de pas vinden we het oude Franse fort, of wat er van over is, en een gekte aan toeristen-verkoopstandjes met agressieve verkopers. Niet wat we verwachtten en een beetje zonde van de ervaring maar het uitzicht aan de andere kant van de berg maakt alles goed.
Deze pas heet niet voor niks een natuurlijke grens. Jarenlang was hij te moeilijk om te overwinnen en hield hij de Amerikanen in het zuiden maar het is ook een weersgrens en houdt het slechte weer in het noorden. En dat zien we. Vanaf hier kijken we voor het eerst écht zuid- Vietnam in en het uitzicht beloofd hete temperaturen en blauwe luchten.
Waar ik op de weg omhoog nog de voorsprong had, Mies zijn motor loopt niet helemaal lekker in zijn 3 waar de mijne de berg het liefst in de vierde versnelling verslindt, is Mies hier duidelijk door rijervaring in het voordeel. Ik koetelekoet door de bochten maar Mies geniet en gaat los.
Bootje zonsondergangDe weg en de dagen brengen ons naar t opkomende stadje Danang waar we heerlijk genieten van het huisgemaakte chocolade- en kaneelijs van het schattige restaurantje 'Red Sky', en naar Hoi An met zij prachtige Frans koloniale huizen en stratjes zonder verkeer waar we al net zo lekker (westers!) kunnen eten. Vanuit Hoi An bezoeken we op onze motoren My Son, ruines van wat eens een keizerlijke stad was van de Cham Dynastie, door de tand destijds maar ook zeker door Amerikaanse bombardementen gedurende de Vietnamoorlog aangetast. My Son is gebouwd tussen de 4e en de 12 e eeuw en staat op de werelderfgoedlijst.My Son  ruines We bezoeken ook het deprimerende My Lai, bekend van de My Lai Massacre uit de Vietnam oorlog. Hier werd in vier uur tijd een heel dorp, groot en klein, zomaar door Amerikanen werd uitgemoord. Dappere Amerikanen brachten dit voorval uiteindelijk naar buiten en in het naastgelegen museum hangen afschuwelijke foto's van een Amerikaanse oorlogsfotograaf. Het maakt de verhalen die je leest echt.  Wat nodig is want dit rustgevende vredige stekje verraadt verder niks van haar traumatische verleden.
De weg brengt ons verder en het landschap en de lieve mensen helpen ons het nare gevoel van ons af te schudden. We bevinden ons een beetje in niemandsland. Zelden komt hier een toerist langs en we treffen langs de weg prachtige verlaten witte  stranden met rijen palmbomen.
De komende dagen is het sukkelen met eten na de westerse weldaad van hiervoor. Naast een boeddhistische tempel in het kustplaatsje Guy Nhon is een vegetarisch 'restaurant'. We gaan zitten en krijgen wat de pot schaft: een bord vol rijst, groentes en nepvlees. Voedzaam maar niet erg vers. Samen eten we voor 20.000 dong (€0,34). Dus wie zijn wij om eisen te stellen.
Bobs cafeMaar toch zoek ik op het internet of ze ergens in de komende vierhonderd kilometer Westers eten gaan hebben voor Mies. En warempel, halverwege vinden we Tuy Hoa. Een verlaten badplaats waar een Amerikaanse veteraan een cafe geopend heeft en de beste burgers en cheeseburgerpizzas maakt van Vietnam. Zijn openingstijden zijn volgens het bord "tussen 3-9 of wanneer we thuis zijn" en thuis zijn ze.
We vinden een hartelijk welkom, geweldige gasten, allen Vets, met interessante gesprekken en een behulpzame motormonteur die o.a. Mies zijn derde versnelling herstelt. We blijven uiteindelijk drie dagen en wisselen verhalen en mailadressen uit voor we weer op pad gaan, maar niet voordat Mies zijn buik rondgegeten heeft aan iets dat de veelbelovende smakelijke naam "shit on a shingle (SOS) draagt een gerecht wat bekend staat bij alle Vets. De waaghals.
Bepakt met goed wegadvies, ohhh wat zijn de wegen hier mooi, en wat handige weetjes rijden we "Little Russia" tegemoet waarbij we onderweg het meest oostelijke punt van Vietnam gemarkeerd door een vuurtoren nog even aandoen. Tijdens een pitstop in een gehucht raken we aan de 'praat' met een paar voetballiefhebbers nadat hun duidelijk wordt dat wij uit Holland komen. Nu komt weer eens ons zelfgemaakte kleineWaterrijk Hoi An fotoboekje van pas, hierin staan naast foto's van familie en Nederland ook die van het Nederlands elftal van nu en van 1986. Prachtig om te zien hoe ze alle namen kunnen opdreunen. De volgende badplaats (Nha Trang) is volledig overgenomen door Russen. Helaas niet zoals degenen die wij in Rusland ontmoetten, maar de dronken, rijke, irritante variant. Veel last hebben we er niet van, integendeel als niet-Rus krijg je hierdoor wel een erg warm welkom. We vinden een leuk hotelletje vlak bij het strand en laden door een dagje snorkelen 'zoals Mies zegt , of je in een aquarium zwemt' en zonnebaden niet alleen onze accu op maar voorzien mijn bike ook nog even van een nieuwe uitlaatpakking.

 

Dam biet.

Meer foto/s bekijk je hier.

Hits: 1706
0
Posted by on in Wereldreis 2014
10. Tour of Duty

I’ve seen a red door and i want to paint it black……

Met deze soundtrack in mijn hoofd zetten wij op onze motorbikes koers richting Saigon (Ho Chi Minh City.

Ja we gaan inderdaad de Top Gear Experience doen maar dan wel in omgekeerde richting, van Hanoi naar Saigon.

Voor wie geen idee heeft waar ik het over heb bekijk hier een stukje uit de Top Gear Vietnam Special.

We hebben in Hanoi twee motoren van het type Honda Win aangeschaft, er zit echter geen Honda onderdeel in alleen de naam op het zadel verwijst ernaar, het is Vietnamese imitatie maar dat mag uiteraard de pret niet drukken. Over de route hoeven we ons niet druk te maken de motoren hebben deze rit al meermaals afgelegd, wij kochten ze van twee backpackers die er mee vanuit Saigon naar Hanoi waren gereden en zij kochten ze weer van twee gasten die het andersom hadden gedaan. Topsnelheden zullen we niet bereiken deze “motoren” zijn slechts 100 cc en de wegen lenen zich er ook niet voor.

Voor vertrek hebben we wat tochtjes gemaakt in Hanoi om de motoren te leren kennen, te testen en te wennen aan het drukke verkeer. Lelle heeft eerst nog wat rijlessen gevolgd, ik moet zeggen een natuurtalent. Na wat kleine reparaties en nieuwe voorbanden konden we dan eindelijk op pad.

Uitzicht vanaf ons huisje in Mai ChauOnze eerste bestemming was Mai Chau een klein bergplaatsje op zo’n 90 kilometer van Hanoi. voor we de stad uit waren moesten we nog wel even het drukke verkeer van Hanoi trotseren. Dit was echter prima te doen en ook de weg de stad uit was super.

Eenmaal buiten de stad zagen we kleine dorpjes, glooiende landschappen en heel veel rijstterrassen, echt prachtig. Hoe dichterbij we bij Mai Chau kwamen hoe heuvelachtiger het landschap werd, heerlijk motorrijden! Vlak voor onze bestemming namen we nog even een paar bergen van de eerste categorie, onze machientjes moesten er echt voor werken.

Mai Chau is een klein plaatsje wat voornamelijk bewoond wordt door een van de minderheidsgroeperingen in Vietnam, van Thaise afkomst. Een gedeelte van het dorp bestaat uit allemaal paalwoningen waar je in homestays kunt verblijven, wij verbleven iets verderop in een bamboehuisje voorzien van veranda met prachtig uitzicht op de rijstvelden en omliggende bergen.

De volgende dag zetten we koers naar het zuiden maar niet nadat we eerst onze motorolieHouten Brug hadden laten verversen, langs alle wegen kom je wel bromfietsmakertje tegen, een zelf benoemde motor specialist. Olie verversen kost ongeveer 70.000 dong (2,40€), net als andere reparaties (iets wat wij nog snel zouden ontdekken) is het echt spotgoedkoop en klaar terwijl je wacht.

We reden over fantastische smalle weggetjes langs kleine bergdorpjes waar je overal heerlijke baguettes kan kopen, toch handig die vroegere Franse bezetting. Onderweg werden we door klein en groot, zelfs door hele schoolklassen, vriendelijk begroet met Hello! Of werd er druk naar ons gezwaaid. We maken af en toe wat foto en ruststops bijvoorbeeld bij een prachtige houten hangbrug of van de prachtige natuur. Wat is Vietnam mooi!

Als je van noord naar zuid rijdt heb je de keuze uit twee wegen: de highway 1 of de Ho Chi Minh Highway. Wij vermijden de highway 1 zo veel mogelijk aangezien dit de drukste weg van Vietnam is en rijden het meest over de glooiende en zeer rustige Ho Chi Minh Highway. Overnachten doen we soms in de langs deze weg gelegen Nha Nghi’s, guesthouses dus, of in hotels in de steden. We rijden ook over de kleine tussengelegen weggetjes deze zijn echt fantastisch, soms prima wegdek maar soms ook gewoon geen. Navigeren doen we uiteraard gewoon met Google maps op onze smartphones voorzien Vietnamese simkaart met 3G Internet en tot nu toe gaat dat eigenlijk prima.

Phong Nha Ke Bang National ParkBehalve een prachtig land zijn de mensen ook enorm vriendelijk en zijn ze zeker in de kleine dorpjes geen toeristen gewend. Dat bleek zeker toen we onze eerste panne kregen, een losse uitlaat. Gelijk maar even aan de kant naar de specialist toevallig aan de overkant van de weg. De motor werd gelijk op de standaard gezet om te repareren en of we al gegeten hadden was de vraag, we konden gelijk aanschuiven als we dat wilden. Het vriendelijke aanbod sloegen we af, we hadden immers net zes baguettes achter onze kiezen. Ondertussen liep de hele straat uit om ons te bekijken, er werd ons thee aangereikt, gevraagd waar we vandaan kwamen en Lelle werd als het ware gevlooid door vingervlugge dameshandjes die nog nooit westers haar gezien hadden. Nadat de motor was gemaakt en de grootse nieuwsgierigheid over was konden we on the road again. Dit was echter van korte duur, al na een kilometertje of 20 begon Lelle’s bike steeds zachter te rijden, er zat echt geen gang meer in, dus wij weer aan de kant. Al na een paar minuten stopte de eerste Vietnamese auto, een behulpzaam echtpaar vroeg of ze ons konden helpen, zij is lerares Engels dus dat scheelde een stuk in de communicatie. Ons Vietnamees komt nog steeds niet verder dan xin chao (hallo), Bia Hoi (tapbiertje), en cam on (dank u wel). Zij konden ons niet helpen dus gaan we maar met de motor aan de hand verder ons al voorbereidend op een lange wandeling, we zijn immers in de bergen gestrand. Geweldig, de eerste bocht die we omgaan, geen 20 meter verder, zien we al weer een reparateur. Hup, motor op de middenbok, probleem uitgelegd en monteur gaat aan de gang. Hij schroeft het blok open, dat hierbij alle olie op straat naast het door hem neergezette emmertje terecht komt maakt hier niets uit. We zijn maar wat blij dat we gekozen hebben voor zo’n “Honda” hiervan zijn de onderdelen namelijk vaak voorhanden en dat blijkt ook nu maar weer. Er is een koppelingsplaat defect, een goeie drie kwartier later, en wij 250000 dong armer (8,75€) is deze weer als nieuw, de olie opnieuw ververst en kunnen we wederom op pad. Hij loopt inderdaad weer als een zonnetje.

Het verkeer hier is echt niet te geloven er zijn geen regels lijkt wel maar ieder kijkt een klein beetje links en recht maar het meest voor zich uit en voegt gewoon geleidelijk in. Dit alles gaat met veel getoeter van “ik kom eraan”gepaard maar er is geen agressie. Men vervoert echt alles op, aan of achter scooters en brommers, van koelkasten, flatscreens, dakplaten, andere brommers tot varkens in manden, kippen en eenden aan toe.

We doen onderweg naar Hue, waar we nu zijn, een nationaal park aan (Phong Nha Ke Bang)stalagmieten in Paradise cave en bezoeken daar fantastische grotten. We toeren door het park, zwemmen in een meer ín een grot en klauteren door modder in de Dark Cave en voordat we terug kajakken wassen we de aangekoekte modder van ons af in een prachtig blauwe rivier. We bezoeken ook de DMZ –demilitarized zone-, rijden over de voormalige grens tussen Noord en Zuid Vietnam en kruipen door de Vinh Moc tunnels; de laatste overgebleven tunnels uit de Vietnam oorlog waar hele dorpen in woonden, tot wel 30 meter diepte. We zien daar ook welke immense vernietiging er destijds door de Amerikanen met hun bombardementen is aangericht. Nog steeds zie je overal om je heen in de rijstvelden kleine ronde meertjes, dit zijn allemaal kraters van Amerikaanse bommen. Naar schatting is dertig procent van de hier gevallen Amerikaanse bommen niet ontploft en alhoewel er al veel geruimd zijn gebeuren er nog vaak ongelukken mee. Ook zien we welke schade er onlangs door de vernietigende tyfoon die ook huishield op de Filippijnen is aangericht, onder andere de vele gebroken bomen waardoor hele rubberplantages vernietigd zijn.

dieper in de tunnelOnze tocht brengt ons ook door Vinh, de geboorteplaats van Ho Chi Minh. Deze plaats ligt aan de kust zodat we eindelijk eens een groot strand kunnen zien. Hier maakten we ook weer zo’n staaltje Vietnamese gastvrijheid mee. We stonden buiten op de stoep te wachten totdat onze lekke achterband gerepareerd zou zijn. Een vrouw met kind op een scooter was al enkele keren voorbij gereden, dit keer stopte ze bij ons en vroeg ons waar we vandaan kwamen, ze sprak redelijk Engels. Er ontstond een leuk gesprek en voor we het echt doorhadden waren we ingegaan op haar uitnodiging om ‘s avonds bij haar thuis te eten. Enigszins teleurgesteld dat Lelle vegetarisch is, want dat is veel te goedkoop spreken we af om haar om 5 uur te ontmoeten. Stipt om vijf uur komt ze met haar scooter langs om ons op te pikken, ze heeft echter nog geen tijd gehad iets aan het eten te doen. Terwijl ik in haar huis wordt gedropt om met haar broer koffie te drinken moet Lelle mee achterop de scooter. Samen doen ze boodschappen, halen ze speciaal vega eten op dat haar zus intussen heeft bereidt, rijden ze diverse markten af op zoek naar verse groentes en laten ze ergens tussen neus en lippen door een mobieltje repareren. Terwijl ik twee bakkies op heb heeft Lelle heel Vinh van voor naar achter vier keer bekeken. Dan is het tijd om alles in haar kleine flatje te koken. De keuken is erg klein dus er staan pannen op de grond op heaters bouillon te verwarmen en op het balkon wordt tofu gebakken. Het flatje telt slechts drie kamers en er wonen twee gezinnen maar er wordt kosten nog moeite gespaard om het ons naar de zin te maken. Als we klaar zijn om te eten druppelen haar leerlingen binnen. We zitten met zijn allen op de grond om de bakken met eten en fungeren een beetje als oefenmateriaal voor het Engels van haar klasje. Soms erg komische spraakverwarringen maar ook heerlijk gegeten.

The PoolHet mooie van steeds zuidelijker rijden is dat het elke dag steeds warmer wordt, iets wat wij na twee maanden kou echt kunnen waarderen. Nog even en we kunnen eindelijk onze winterjassen weggooien of eigenlijk ritueel verbranden, eerst moeten we nog één bergpas trotseren. Maar voor we daaraan beginnen hebben we ons vandaag maar eens even verwend en zijn op deze speciale dag neergestreken in een wel heel luxe resort om eens even lekker te relaxen. De gezichten van het resort personeel toen wij in onze backpackers kleding op motoren aan kwamen rijden alleen was al onbetaalbaar, laat staan de pracht en praal die we hier ervaren; We hebben een bungalowtje waar we in ons 2,40m brede bed uitkijken over een lagune, met daarachter de Zuid Chinese Zee. Ook vanuit het enorm ligbad kijk je uit over de lagune en de weelderigekingsize bed natuur. Maar om schoon te worden kan je ook de stortdouche gebruiken op prachtige keitjes of de heerlijke buiten douche. Maar een duik in het zwembad lonkt met deze temperaturen ook. We hebben eindelijk de 30 graden grens overschreden, dat wil zeggen dat we in één maand zestig graden temperatuurverschil bij elkaar hebben gereisd.

Eigenlijk hebben we dus helemaal geen tijd om dit verslag hier te typen, we moeten kajakken, boekjes lezen, gemasseerd worden, wat alcoholische versnaperingen nuttigen, in het zwembad dobberen en bruin bakken, dus laten we het voor vandaag maar hierbij.

Hen gap lai.

 

Wil je meer informatie over een motor Top Gear tocht door Vietnam, lees dan ons Top Gear verslag met veel informatie en do's en dont's.

Meer lezen over Vietnam in het algemeen of meer foto's zien? Klik hier.

 

Hits: 2021
0
Posted by on in Wereldreis 2014
9. Good Morning Vietnam

In de treincoupe klinkt gestommel. Langzaam doe ik eerst één slaperig oogje open. Een wazig beeld van vertrekkende coupégenoten begint zich op mijn netvlies scherp te stellen. Een paar seconde later zijn beide ogen wijd open en kleden we ons beiden gehaast aan.
We zijn in Hanoi!

Gelukkig blijkt Hanoi het eindpunt van deze trein want we stonden misschien al een tijdje stil en we sliepen erg vast. Wat wil je ook, het is pas vijf uur 's ochtends en vannacht moesten we midden in de nacht twee keer ons treinbedje uit. 1x bij de Chinese grens en daarna om bij de Vietnamese grens onze paspoorten te laten stempelen.

Veel en veel te vroeg komen we dus al aan bij onze hotelkamer midden in "the old quarter", de oude wijk van Hanoi. De receptionist wordt zijn bed uitgebeld en laat ons vrolijk binnen. We moeten nog een paar uur op een kamer wachten maar ondertussen maakt hij voor ons een kopje Vietnamese (bittere!) thee en stelt hij onze net aangeschafte Vietnamese simkaarten voor ons in.

Een paar uur later staan we opgefrist en uitgerust buiten, we zijn gewoon in Vietnam!!

Hanoi HiltonDe komende dagen brengen we voornamelijk door in deze oude wijk van Hanoi, een geweldige stad die opgeleukt wordt door de honderdduizenden scooters die door de straten blazen. We bezoeken onder andere het Hanoi Hilton, zoals deze gevangenis door gevangen genomen Amerikaanse piloten werd genoemd. Uiteraard bezochten we ook een voorstelling van het wereldberoemde (in Vietnam) poppentheater. De voorstelling wordt niet vertoond vanuit een poppenkast maar de poppen bewegen in het water. Naar verluid is dit een oude Vietnamese volkskunst die ontstaan is als vermaak als de rijstvelden overstroomden en men dus niets meer te doen had. poppentheater
Vietnam bevalt ons meteen goed. Het eten is lekker (ik scoor de eerste dag weer een blaadje waarop geschreven staat wat ik wel en wat ik niet eet en wapper het naar iedereen die een wok voor zich heeft staan). Wat ons het meest opvalt (en aanspreekt!) zijn de Vietnamezen zelf.  Wat een vriendelijk, behulpzaam en goedlachs volk is dit. Geweldig!
Het feit dat we geen jas meer aan hoeven als we de straat op gaan komt met stip op de tweede plaats, vlak na de Bia Hoi.
Bia hoi is zelfgebrouwen bier van
nachtleven hanoi€0,18 per vaasje.
Al snel hebben we ons eigen 'stamkroegje'. Een dame die elke dag 1 fust brouwt en dat wij elke dag, op kleine blauwe plastic krukjes aan de kant van de weg, leegdrinken terwijl we kletsen met andere reizigers of gewoon de omgeving in ons opnemen.
O wat is het leven hier slecht!

We nemen de tijd om uit te rusten en boeken zelfs nog een tour naar het nabij gelegen Halong Bay. Deze baai is wereldwijd befaamd om haar prachtige karstbergen.

Nu we toch fijn aan het ontspannen zijn gaan we voor luxe ook: we blijven twee dagen en een nacht op het prachtige zeilschip "the Treasure Junk". Alles wordt volledig voor ons verzorgd.Treasure Junk
We vertrekken 's ochtends vroeg met een bus richting Halong en betreden stipt om 12 uur dit mooie schip, waar een welkomstdrankje en lunch al op ons staan te wachten.
Voor het avondeten gaan we een uurtje door de karstbergen heen kayaken en wanneer we even bij een mini strandje midden in de baai uitrusten springt Mies zelfs het water in voor een frisse duik!
We bouwen een aardige eetlust op, wat treft want we worden uitstekend verzorgd. Al ben ik er qua vegetarisch eten de laatste maand genadig van afgekomen, wat er hier allemaal voor mij bereidt wordt overtreft alles, gewoonweg fantastisch. Ik blijf smullen en de gangen blijven komen.
Ook Mies komt er maar goed mee weg. De maaltijden bestaan bijna allemaal uit vis (Gang 1: ter plekke gevangen inktvis,  Gang 2: reuze garnalen, Gang 3: gebakken mysterievis etc)  en na 1 blik op de kaart bedenkt Mies dat hij dat liever toch niet hoeft. Of ze misschien ook wat anders hebben, vraag ik voor hem terwijl we allang varen. “Het mag ook 25 keer het nagerecht zijn,” vult Mies aan terwijl hij verlekkerd naar het menu staart. We worden beiden op onze wenken bedient en waar ze het vandaan halen is een raadsel maar ook Mies smult alle gangen vrolijk mee al blijft het voor hem helaas bij een nagerecht.
Na een heerlijk nachtje slapen in een zacht bed en met de lekkerste douche ter wereld gaat in alle vroegte de wekker. Als twee debielen staan we om zes uur 's ochtends op het voordek van het schip Tai Chi te ehh doen?
(Tai Chi is een soort langzaam uitgevoerde zeer beheerste karate, vergelijkbaar met yoga). Een maand lang hebben we al die Chineze bejaarden dit 's ochtends vroeg zien doen en pas nu heb ik echt respect voor ze. Het is nog een behoorlijke workout, maar hier temidden van deze prachtige karstbergen, gehuld in ochtend mist, op het voordek van een zeilschip,... Het is een magische ervaring.Drijvend dorp
Daarna stappen we soepeltjes in kleine bamboebootjes om een drijvend dorp te bekijken. Dit hele dorp, inclusief schooltje, drijft op een soort vlotten tussen het karstgebergte in Halong Bay. En zo wonen deze mensen hun hele leven. De voornaamste inkomstenbron is gelukkig nog niet het toerisme maar naast vissen de parelverkoop. Naar verluidt komen de mooiste parels ter wereld uit deze baai vandaan.

straatmarktHelaas zit de tijd er dan alweer op en na een zeer uitgebreid brunchbuffet varen we terug naar de kust, voor we zo zwaar worden dat we zinken.

Bij terugkomst in Hanoi moeten we nog een aantal zaakjes regelen voor onze vervolgreis en gaat Mies naar een Vietnamese kapper, het gaat ons nog zwaar vallen om afscheid te nemen van deze stad.

Meer foto's van Hanoi en van Halong Bay vind je hier.

Hits: 1677
0
Posted by on in Wereldreis 2014
8. Van Pingyao naar Yangshuo

Na Beijing zetten we koers richting het zuiden van China, met nog een flink aantal plaatsen op ons verlanglijstje. Reizen en treintickets bemachtigen is nog steeds erg lastig in verband met het Spring Festival, de nationale feestweken van China die volgen op het Chinese Nieuwjaar.

Hoe het Jaar van het Paard ons gaat bevallen valt nog te bezien, want als we na alweer een nachttrein aankomen in Pingyao is de afgesproken ophaalservice van het hotel in geen velden of wegen te bekennen, we wachten een goed half uur maar nemen uiteindelijk een taxi. Die brengt ons met plezier voor 30 yuan (€3,60) naar het Harmony Guesthouse. DeCourtyard vanaf onze kamer eigenaresse komt de taxi tegemoet lopen om ons te verwelkomen en rept met geen woord over de nooit gestuurde pickup. Wij laten het ook maar gaan. Onze kamer zit in een courtyard aan een smoezelig zijstraatje van Pingyao en we hebben geen idee wat we hier aan gaan treffen. Maar de courtyard en kamer zijn schitterend. Al snel zijn we opgefrist en klaar om dit ommuurde plaatsje te verkennen.

Meteen als we het zijstraatje uitlopen slaat het echte Pingyao ons om de oren: Goed bewaard gebleven smalle hutong straatjes, rode lantaarns en heel erg veel Chinezen. China zoals ik het in mijn verbeelding voor me zag maar zoals we het hier nog niet gezien hebben. Buiten de stadspoort vinden we tot onze vreugde bij toeval een kinderkermis in volle gang. De blije kindjes in de oude Mistroostige draaimolenkrakkemikkige attracties die lukraak lijken te zijn neergesmeten op deze stoffige brakke grond, het is een vreemde combi. De roestige metalen apparaten blijken niet de hoofdattractie; verreweg het meest exotische en populairste op deze kermis zijn wij! De meeste Chinezen hier komen van het platteland hier vakantie vieren en het lijkt of ze nog nooit een buitenlander gezien hebben. We poseren met wildvreemden voor foto's en worden veelvuldig aangestaard. Wanneer we hun "hello" beantwoorden barsten zelfs volwassenen in een kinderlijk giechelen uit en beginnen ze onderling te smoezen. Wat een onschuld bij deze mensen!

Na het ontbijt op dag twee zijn we de filmsterrenstatus al aardig zat. We hadden een tafeltje genomen aan het raam en werden nonstop vanuit de straat op de foto gezet. Kindertjes werden voor het raam gepositioneerd om met die twee blanken gekiekt te worden, anderen lopen een keer of vier langs tot ze een foto durven maken. We zoeken snel de rust van de stadsmuur op. Pingyao is het laatste stadje in China waarvan de oude stadsmuur nog volledig intact is. De meeste Chinezen lopen alleen bij de poort naar boven en dan weer omlaag dus kunnen wij in alle rust een rondje (slechts 7km) om dit machtige kleine stadje wandelen.Verdedigingsmuur Pingyao

De volgende voorbode dat het Jaar van het Paard het misschien op ons gemunt heeft is bij het verlaten van Pingyao. Onze trein vertrekt om 00:24 en we vertrekken ruim op tijd met een auto naar het station. Halverwege wijst er een winkelier op onze auto. De chauffeur stapt uit en jawel, we hebben een lekke band. Daar sta ik dan midden in de nacht in de kou naast de auto terwijl Mies de chauffeur helpt de band te verwisselen. Als we even later -nog steeds op tijd- op het station aankomen blijkt dat onze lastig te bemachtigen treinkaartjes niet geldig zijn. Ze zijn voor de derde en het is na twaalf uur. De vierde dus. De adrenaline schiet door mijn aderen, we hebben namelijk wel al een vervolgvlucht geboekt. We hebben mazzel want we kunnen alsnog kaartjes voor deze trein kopen. Voor Mies de hardseat en voor mij de hardsleeper. De laatste twee beschikbare plaatsen! De Chinese treinen hebben een wirwar aan verschillende kaartjes waarvan 'hard seat' op staplaatsen (no seat) na, de slechtsten zijn. Dat wordt een aardige nacht voor Mies. We nemen afscheid en lopen elk naar ons uiteinde van de trein.

Druk StraatjeBij aankomst in Xi'an zijn we beiden gebroken maar we hebben de reis overleefd. We besluiten Xi'an te laten voor wat het is en eerst maar een dagje slaap in te halen. Uit het busraam onderweg naar het hotel zien we dat deze stad enorm groot, lelijk en Westers is. Groot en lelijk maakt ons niet uit, maar het Westers is een verademing. We komen de komende dagen helemaal bij. Al zijn de Chinezen goden ons nog niet helemaal goed gezind. Tot onze horror begint het namelijk te sneeuwen. Vorige week was het hier nog 20 graden, nu zitten we verdorrie weer te vernikkelen. We trekken het ons niet aan en gaan we met de stadsbus op pad om het befaamde Terracotta Leger te bekijken. De georganiseerde tours hier naartoe kosten het veelvoudige en met het openbaar vervoer is het prima zelf te doen. Althans, als het niet sneeuwt. Na ruim een uur in de bus wordt iedereen eruit gegooid. De verbaasde gezichten om ons heen doen ons vermoeden dat we niet bij het Terracotta Leger zijn maar de chauffeur spreekt geen woord Engels. We volgen blind de uitgestapte meute tot twee jonge passagiers ons op sleeptouw nemen. We gaan met hen mee tot het loket van een groot complex. Voordat we een kaartje willen kopen laat ik de voorkant van mijn reisgids zien, met een plaatje van het Terracotta Leger verschrikt kijken onze nieuwe vrienden ons aan. Google translate vertaald ons gesprek voor ons: Nee het Terracotta leger is niet hier, daar kunnen we niet komen want de weg is dicht. Volgens de vertaling op het mobieltje van een van de Chinezen zijn we nu ergens waar "the concubines of the emperor take a holy shower" oftewel bij de Hot Springs. Wonderlijk taaltje dat Chinees.

Terracotta legerHet komt er in ieder geval op neer dat het sneeuwt en klaarblijkelijk is het logisch dat deze hele stad dan uit elkaar valt en al het verkeer platligt en de hoofdwegen geblokkeerd zijn. De moed zakt ons in de schoenen en we vinden teleurgesteld een bus terug naar de stad. De volgende dag gaan we met de georganiseerde tour mee (hun minibusjes kunnen via omwegen rijden) en we komen netjes aan bij een van de beroemdste archeologische vondsten van deze tijd; duizenden levensgrote en levensechte terracotta beelden. In 1974 gevonden door een lokale boer die op zoek was naar een waterbron. De ruim 8000 beelden staan hier waarschijnlijk om het graf van een keizer te beschermen die wel heel erg bang moet zijn geweest voor de dood. Zijn graf ligt in een door de mens gemaakte berg even verderop, maar is nog nooit geopend. Deels uit bijgeloof maar ook omdat volgens de overleving zijn graf omringd is door 'rivieren van kwik'. Sondes die metingen hebben verricht meten inderdaad een duizendvoudige verhoging van het natuurlijk kwikgehalte. Uit de buurt blijven dus!heuvel met graf van keizer

Ondertussen hebben we de afgelopen dagen vriendschap gesloten met LeiLei, een medewerker van ons guesthouse. 's Avonds gaan we met hem een hapje eten in de stad. Alle drukte heeft me goed genoeg bezig gehouden en we zitten eigenlijk al in het vliegtuig wanneer ik me bedenk dat ik vliegangst heb. Te laat, vind ik, dus ik besluit de hele vlucht zomaar niet bang te zijn. Wat een verademing. Toch is het jammer dat er geen treinkaarten beschikbaar waren (behalve staplaatsen. Voor de hele 27 uur!!). Onze aaneengesloten treinreis vanaf Amsterdam eindigt dus in Xi'an.

De eindbestemming van onze vlucht is Guilin. het is al avond als we landen maar buiten lacht de wereld ons toe. Zo veel weelderig groen na al die dorre of besneeuwde landschappen. Palmbomen, bloemen!! En nog belangrijker: het karstgebergte dat we om ons heen zien oprijzen. Deze mystieke, recht uit de grond omhoog stekende, kakstenen reuzen zijn de karstgebergtereden dat we hier naartoe zijn gekomen. Ik moest en zou het zien en nu ik het werkelijk zie zit ik onrustig te wippen in mijn busstoel. 's Ochtends verruilen we Guilin voor Yangshuo. Een dorpje dat door dit betoverende landschap is uitgegroeid tot backpackers paradijs. We huren een motor en crossen door de dorpjes en het platteland en genieten.

Dit prachtig mooie landschap zal ons afscheid worden van China, maar als we dit beeld op ons netvlies houden dan zullen we nog lang weemoedig aan deze reis terugdenken.

Foto's van Pingyau,Yangshuo en Xian vind je hier

gekleurde grotten

Tagged in: Karstgebergte Yangshuo
Hits: 1323
0
Posted by on in Wereldreis 2014
7. Another Brick in the Chinese wall

Nadat we het koude Harbin per 10 uur durende treinreis hebben verlaten zijn we weer terug in Beijing Railway StationBeijing , dit keer om er langer te verblijven. Heerlijk het lijkt hier wel zomer (+4 graden). We hebben een hostel vanuit Harbin geboekt en het blijkt midden in de sfeervolle Hutongs te liggen aan een drukkeOnze hutong maar leuke straat. We hebben er een prima kamer en komen de eerste dagen echt bij van al het gereis. We vinden hier ook tijd om de praktische zaken te regelen, zoals kleding wassen, planning voor Beijing maar ook de rest van ons verblijf in China maken. Maar al te lang stil zitten kunnen we niet, niet echt een verrassing toch? We gaan dan ook The Great Wall bezoeken. We beklimmen de muur van Jinshanling tot Simatai, wat een geweldige tocht met vergezichten en gerestaureerde gedeeltes van de muur maar zeker ook het ongerestaureerde gedeelte maakt veel indruk een plek waar ik nog een steentje bijdraag aan herstel. Al met al een helse klim/wandeltocht van 3,5 uur over 10 km. Voor Lelle met haar hoogtevrees was het echt soms zwaar afzien maar (achteraf) zeker de moeite waard. Wij bezochten een gedeelte zo’n 125 km, 3 uur rijden van Beijing hierdoor was het er echt uitgestorven onze groep waren de enige waardoor  we wel geweldige foto’s konden maken.
We hadden ons verblijf in Beijing zo getimed Slinger de slangeri.v.m. het Chinese Nieuwjaar en de volksverhuizing die daar mee samengaat. Treinkaartjes zijn niet te krijgen maar ook vluchten zijn uitverkocht. Hierdoor was onze eerste vertrekmogelijkheid op de 31e, eigenlijk wel prima dan maakten we de jaarwisseling mee in Beijing. Jaarwisseling zeg maar war zone, echt niet normaal hier dat vuurwerk. Al dagenlang gaat het tekeer maar op oudejaarsdag lijkt het wel of ik een PS3 schietgame hoor maar dan met het geluid op maximaal. ‘s Avonds lopen we wat rond maar raken herhaaldelijk opgesloten tussen vuurwerk afstekende Chinezen. Overal worden matten afgestoken maar ook onwijs mooi siervuurwerk gaat de lucht in. De volgende dag liggen de resten overal, de straten zijn compleet rood.
De tussengelegen dagen bekijken we de  bezienswaardigheden van Beijing zoals het plein van de Hemelse vrede, de Verboden Stad en slenteren heerlijk door de parken alwaar je de Chinezen samen ziet dansen of ouderen ziet trainen op gymtoestellen waarvan wij eerst dachten dat het een kinderspeeltuin was. In een van de parken “the Temple of Heaven Park” vinden we de Wall of Echoes; behalve dat ik de naam vanzelfsprekend al geweldig vind, is het ook nog een leuk ding: Als je langs de Westkant van deze muur fluistert (of zoals wij deden Echoes draait) hoor je dat aan de Oostkant van de muur terug. Uiteraard huren we ook nog een paar fietsen en verkennen de stad op zijn Hollands. We leren al snel niet te dicht langs geparkeerde auto’s te fietsen want ze zijn hier gek –gooien zo de deur open zonder te kijken- en binnen twee tellen lig ik languit op de grond. Ik breek geen botten of camera’s dus de schade valt mee.
Bij het Olympische park zien we het Birdsnest, wat een prachtig gebouw is dat maar we zien hier ook alles wat destijds voor de spelen is aangelegd maar niet meer wordt gebruikt en nu al in verval raakt.
Een van de avonden belanden we op de foodmarket, daar zien we, of althans ik want Lelle durft niet te kijken echt de meest bizarre gerechten liggen zoals slangen, schorpioenen, varkenskloten, zeesterren en nog veel meer insecten. Bekijk de foto’s maar eens hier.BirdsnestNu het toch over eten gaat zal ik gelijk maar even beschrijven hoe dat ons vergaat als omnivoor en vegetariër. Zoals altijd is het vaak wel even zoeken naar een restaurant of iets wat daar voor door moet gaan waar ook vega eten is. We gebruiken hiervoor naast uiteraard de Lonelyplanet ook apps als Happycow en indien mogelijk het internet. Uiteraard lopen we ook veel locaties binnen en bekijken de menu’s en vragen met behulp van een briefje (geschreven in t Chinees door een medewerker van het guesthouse) waarop in t Chinees staat “ik ben vegetariër en eet geen vlees en vis en ook geen oestersaus” of Lelle er kan eten. Op deze manier kom je vaak wel op hele leuke verrassende locaties waar ik soms vegetarisch mee eet maar meestal is er ook gewoon vlees te verkrijgen. Een van die locaties is het puur vegetarische restaurant Baihe waar ze mock-meat (nep vlees) serveren, al het eten ziet er precies als vlees uit, en ik moet zeggen het smaakte ons prima. Naar een bekendere restaurantketen, als je t zo mag noemen, hoef je ook hier niet ver te zoeken en we schuiven ook zeker wel eens bij de big M naar binnen. Behalve die big M sla ik ook het streetfood niet af al heb ik me nog niet aan een zeester gewaagd.
Zoals gezegd verkennen we Beijing op verschillende manieren, bus à  1 yen (12 cent) pp en metro 2 yen pp, te voet en fiets. Het fijne van wat langer op een plek verblijven is dat je er wat bekend raakt, je weet de weg, de shortcuts en hebt die supermarkt gevonden waar ze eindelijk lekker bruin brood en Hollandse kaas hebben, heerlijk!
In het guesthouse ontmoeten we uiteraard diverse andere reizigers waaronder ook een erg leuk Australisch gezin met drie kinderen met geweldige namen zoals Thunder. Met hen zakken we, op haar verjaardag, door tot in de kleine uurtjes.
Varkenskloten en snikkelsWe vinden ook tijd om jullie met wat achterstallige reisverslagen te bestoken, de site gedeeltelijk bij te werken, foto albums online te plaatsen en het thuisfront te bestoken met Foto uploads in de Cloud, waar ze dan uitgehaald en veilig opgeslagen worden voor ons. (Bedankt!).
We hebben genoten van ons verblijf in Beijing en zijn weer wat bijgetankt om onze reis te vervolgen, richting het zuiden wat tot bijkomend voordeel heeft dat de temperatuur steeds aangenamer wordt. Dit verslag is dan ook geschreven tijdens onze volgende 14u durende treinreis naar Pingyao waar we nu op het punt staan aan te komen.

 

Bekijk de foto's van de Chinese muur en van Beijing hier.

Hits: 1908
0
Posted by on in Wereldreis 2014
6. Harbin Snow and Ice Festival

China.

Halverwege de 8 uur durende treinreis van Beijing naar Harbin veranderd mijn stemming. Wat begon met een milde afkeer is nu, na 3,5 uur reizen, uitgegroeid tot een hartgrondige hekel aan dit volledige vervloekte land en al haar rochelende inwoners.

De persoon in de stoel voor mij probeert uit alle macht zijn ingewanden uit zijn lijf te rochelen en is kampioen vloeistoffen uit zijn lijf verbannen op uiterst onsmakelijke wijze. Het continue gerochel en gespuug dat ik sinds onze aankomst in China om me heen hoor werkte al op mijn zenuwen en mijn hele lijf walgt. Ik neem mij voor dat als de meneer voor mij me zover krijgt dat ik moet overgeven, dat ik opsta en precies op zijn hoofd mik.grotten

Ik vraag me af waar deze plotse diepgaande haat vandaan komt, het moet meer zijn dan alleen een constante stroom smerige geluiden. En in een vlaag trekt alles aan me voorbij dat me nu al aan dit land irriteert; de ranzige eetgewoontes, het slurpen en het smakken; de überranzige hurktoiletten , de gerechten op de menukaarten “verbrandde stukjes huid”, “gebakken in bacteriën”, “gestoofde ingewanden”, of de plaatjes van hele vissen met open ogen in een kommetje bouillon; het voordringen dat overal gebeurd, de misselijkmakende geur die de mensen via hun poriën en adem verspreiden…

Maar waarschijnlijk wordt mijn bui nog het meest beïnvloedt door het uitzicht uit mijn treinraam; honderden kilometers reizen we al door dit land en overal hangt diezelfde dikke laag smog. Ook het landschap lijkt compleet verruïneerd om maar plaats te maken voor de niet aflatende groei van vieze mensen met gore gewoontes. Natuur zie je nergens behalve een paar aangelegde bomen die troosteloos op een rij diep ongelukkig staan te wezen. Dieren heb ik nog helemaal niet gezien behalve een enkele koe, vastgebonden aan een veel te kort touwtje. De gedachte dat ik granen moet eten die op deze walgelijke akkers verbouwd zijn vult me met weerzin. De coupe vult zich met een doordringende geur van vis. Dit is dag drie van mijn verblijf in China en ik sta voor mijn grootste uitdaging… loslaten.

Ik heb geen idee hoe ik dit klaar ga spelen.

Wat er aan vooraf ging...

Onze entree in China liep via Datong. Wij dachten dat het een gemoedelijk bergstadje wastrap klooster maar met zijn 1,4 miljoen inwoners is het toch wat groter dan we dachten. Na de uitgestrekte leegtes van Mongolië en de Gobiwoestijn is de plotse hoogbouw hier toch wat deprimerend. Ook het bemachtigen van onze gereserveerde en vooruit betaalde hotelkamer en treintickets lijkt een uitzichtloze, geestdodende onderneming. We zijn moe en vies en staan aan de balie van een hotel dat ons en onze reservering niet kent en waar niemand Engels spreekt. Een meneer van een reisorganisatie biedt uiteindelijk uitkomst en na veel gemorrel krijgen we kamersleutels én treintickets, al zit de stress er goed in. We ontbijten even later in de hotellobby tussen slurpende, westerlingen-aanstarende Chinezen. Ik zie niks vegetarisch en wendt mijn blik zo vaak mogelijk af uit zelfbescherming, voor de diertjes op de schalen is het immers overduidelijk te laat. Uiteindelijk ontdek ik een schaal met pastasalade die er vega uitziet, maar gelukkig ben ik getraind in het goed kijken; de pastaschelpjes blijken enorme maden of larven!!

Mies zijn maag speelt op dus even later knagen we dus met zijn tweetjes op droge toast met jam. Ook prima.

kloostersDe schatten van deze stad en haar omgeving zijn echter wonderbaarlijk en al snel vergeten we het ontbijt. Eerst nemen we de bus naar de bergen, waar we verstopt in een kloof de Hangende Kloosters beklimmen. Een klooster dat honderden jaren terug tegen de muur van de berg aan is gebouwd en dat nu, zo te zien in oorspronkelijke staat, nog steeds te bezoeken en betreden is. Ik waagde het tot twee verdiepingen, voor mijn hoogtevrees en hartkloppingen mij overhaalden om "veilig" achter te blijven terwijl Mies, mijn dappere held, alleen verder ging. Bekijk de foto's, en griezel mee.

Onze tweede bezichtiging lag slechts 14 km buiten Datong. De befaamde grotten van Yungang. Een grottencomplex van zo'n 1000 jaar oud waar bij elkaar zo'n 50.000 uitgesneden boeddha's te bekijken zijn. Wij denken dat het er veel meer moeten zijn. Sommigen zijn mini, anderen juist weer gigantisch (ruim 7 meter hoog verborgen in een grot). Het is hier best wel heel erg fijn vertoeven. Uren later rijden we terug naar de stad. Vanaf hier rijden we door naar Harbin met om 4uur 's ochtends een overstap van drie uur in Beijing.

1000 budha'sHalverwege de treinreis breekt het slaapgebrek me op en worden de smerige gewoontes van de Chinezen, met name degene die voor me zit mij te veel en schrijf ik bovenstaande tekst.

Bij aankomst in Harbin (de naam betekent zoveel als: "plaats waar visnetten te drogen gehangen worden") gaat het allemaal nog niet veel beter. We hebben de reis tót hier van te voren geboekt en moeten het nu zelf rooien. We zoeken ons in de gure winterwind een ongeluk naar bus 113, maar we vinden niks. Dan maar een willekeurige bus instappen en hopen op het beste. De bus rijdt 15 minuten voor hij een keer stopt en langzaam dringt tot ons door dat we treinkaartjes hadden naar het verkeerde station. Harbinxi blijkt Harbin West en dat is dus niet Harbin Centrum. Vandaar ook dat die bus nergens te vinden was. We stappen ergens uit en nemen een taxi verder. We hebben twee adressen van hotels die we willen maar de taxichauffeur heeft er nog nooit van gehoord. Hij belt nog voor ons al snappen we niet hoe het gesprek verloopt en hij dropt ons bij een vijfsterren hotel dag in 1 dag ons halve maandbudget zou kosten.

Het is inmiddels echt stervenskoud maar we vertikken het in dit hotel te blijven, dus gaan we lopend, gewapend met een Lonely Planet kaart van Harbin op zoek naar het hotel van onze keuze. Om een lang verhaal kort te maken, na twee dagen vinden we het hotel pas. Het blijkt gesloten en ruim vier km van de plek waar het volgens onze kaart zou moeten zijn. Het andere hotel waar we heen hadden willen gaan bleek vol en het personeel onbeschoft máár zat wel netjes op de plek dat de kaart aangaf, dat moeten we ze nageven.

Door de extreme kou moeten we elke 300 meter een hotellobby in om te schuilen en bij te komen en uiteindelijk krijgen wat hotelreceptionistes medelijden met ons. We krijgen een kamer (alles in deze klote stad zit vol!) die niet eens zo heel slecht is. Al dreigt het plafond in de douche wel naar beneden te storten als de bovenbuurman zich wil opfrissen en durven we niet op het smoezelige tapijt te lopen.

ice stadDag twee verloopt al heel wat prettiger, we zijn immers verlost van onze backpacks en zelfs het zonnetje breekt door de smog. Al blijft het afzien met temperaturen rond de min 35 en een gure wind erbij. Ik koop ‘s werelds lelijkste muts (past precies bij mijn knaloranje jas) en Mies hult zich in zijn ‘Amsterdam’ muts en samen verkennen we de stad. Vlakbij ons hotel loopt de MainStreet; de mooie centrale wandelstraat van Harbin, waar je zelfs niet mag fietsen, met winkeltjes en leuke restaurantjes waar uit speakers blije muziek dreunt waardoor je het gevoel krijgt in Disneyland te zijn.

Langzaam weet het ijzige Harbin mijn hart toch een beetje te doen smelten. Dit komt mede door het oude koppel aan wie we vragen hoe we bij het Snow and Ice festival komen, dat resoluut mijn arm vasthaakt en ons wel tien minuten meesleurt door het drukke verkeer (ze zagen dat we van plan waren lopend de enorme bevroren rivier over te steken) en mij niet meer loslaat tot we in de juiste bus zitten en de chauffeur instructies geeft op ons te passen (we geven haar nog snel een setje Delftsblauwe klompjes), en door de eerst zo stugge hotelreceptionistes die nu kosten nog moeite sparen om ons te helpen. Bijvoorbeeld als we treintickets nodig hebben, terwijl ze giechelend hun gebrekige engels op ons oefenen; of door de man die we klungelig patatjes zien eten met stokjes.

Dat eten, of eigenlijk alleen het vega eten, is echter een ramp. Bij de "Orient King of Dumplings", bestelde ik een groente gerecht maar ik kreeg het verkeerde. Stomtoevallig zat er naast ons een stel te eten waarvan de ene helft Chinese vegetariër was en de andere helft Engels. Zij wist het gesprek met de serveerster voor me te vertalen. Helaas leidde dat tot het teleurstellende antwoord dat ik in deze stad niet zou kunnen eten. Overal zitten kleine garnaaltjes in verwerkt. En naast dat ik het zielig vind ben ik ook nog eens allergisch voor die krengen. Gelukkig kent Harbin ook de MacD, KFC en Pizzahut en krijg ik alsnog wat binnen. De referentie naar het Macdonalds liedje is puur toeval! temp

Het echt grootse spektakel staat 's avonds op ons te wachten. Hiervoor trotseren we deze kou en hebben we dit hele eind gereisd: het Harbin Sneeuw en IJsfestival stelt niet teleur! Op het eilandje aan de Songhua rivier hebben ze een volledige stad gebouwd uit ijsblokken. Alle gebouwen zijn van enorme ijsblokken gemaakt en de meesten kan je tot een paar verdiepingen beklimmen en vervolgens via een ijsglijbaan verlaten. Het geheel wordt vrolijk verlicht door blije kleurtjeslichten die prachtig door het ijs heen schitteren. Een magische ervaring. We kopen wat warmte pads voor onze teentjes en slenteren zo'n drie uur hier rond. Voor wie er zin in heeft is er nog veel meer vermaak. Je kan hier namelijk ook skiën, naar een schaatsvoorstelling (Holiday on Ice?) en er wordt een fakkelshow gehouden. Ook kan je de winnende beelden van het internationale ijssculpturen festival bekijken. De helse temperaturen hier in het Noorden van China onder invloed van de Siberische wind zorgen dat dit festival al 30 jaar lang gevierd kan worden en dat de kunstwerken van sneeuw en ijs minstens een maand, maar vaak veel langer blijven bestaan. Terwijl we hier saampjes rondlopen besef ik dat ik het ondanks de wind en vrieskou niet koud heb, China heeft mijn hart herwonnen.

Meer foto's zijn hier te bekijken.

Hits: 1368
0
Posted by on in Wereldreis 2014
5. Het Land van Dzjengis Khan

In de ijzige vrieskou stappen we om 4 uur ’s ochtends uit de veel te warme trein. Het is echt bok koud buiten en we zijn blij als we meteen iemand zien met een bordje met onze naam. Ons busje staat dus al warmgedraaid op ons te wachten. Twee Engelse toeristen klampen ons aan, “Waar gaan jullie heen en hoe komen jullie daar?” vragen ze licht paniekerig. Ademhalen doet pijn in de snijdende wind en we kunnen ze alleen vertellen dat wij van te voren accommodatie geboekt hebben voor we ons busje in geduwd worden. Wederom zijn we dolgelukkig dat we dit geregeld hebben. Niks zoeken naar betaalbare hotels in het midden van de nacht. Dat komt wel weer als het wat warmer is buiten.

ulunOnze kamer op de zesde etage van het Dreamhotel belooft echter weinig goeds. De ramen zijn van binnen bedekt met een dikke laag ijs, het kleine radiatortje is bij lange na niet voldoende om deze kamer te verwarmen, de waterdruk uit de douche waar we zo naar verlangd hebben is zo laag dat je je handen er amper onder kunt wassen en bovendien is het water koud. We zetten de heet waterkraan open, er komt toch geen water uit, en hopen op betere tijden. Ruim een uur later als we dit allang vergeten zijn schrikken we van geborrel uit de badkamer. Er komt eindelijk warm water uit de douchekraan sijpelen!

Nadat we een beetje schoon en goed uitgerust zijn gaan we op pad om te lunchen en Ulaanbaatar te verkennen. De lunch bestaat uit twee énorme stukken taart, een koffie en een cappu (2 euro, lachen dit!). Wandelen door Ulaanbaatar is een beetje spelen met je leven, met name het oversteken. Of je nu voor een zebrapad staat of voor een groen verkeerslicht, het volledig verstopte verkeer in de koudste hoofdstad van de wereld interesseert het niets en overal staan voetgangers midden op straat te wachten tot er een gaatje valt in het voorbijrazende verkeer. Dapper en Nederlands (arrogant) als we zijn (en in Mies zijn geval: lang!) steken wij gewoon over, als je geen respect hebt voor de auto’s hebben zij het opeens wel voor jou en warempel iedereen stopt. We redden twee mongooltjes die midden op de weg waren gestrand (de woordgrappen liggen voor het oprapen hier) en de oude dametjes kijken ons dankbaar na als ze veilig aan de overkant van de straat staan.

De stad is afgrijselijk lelijk. Echt waanzinnig stuitend. Ze hebben maar één echte stad in Mongolië en willen er meteen een metropool van maken dus verrijzen er overal de meest moderne afzichtelijke hoge glazen gebouwen en andere architecturale dieptepunten. Pal tussen alle oude panden in, zonder ook maar één keer de gebouwen op elkaar of de omgeving af te stemmen. En dat alles onder een dikke laag Aziatische smog. We zijn bijna opgelucht dat we morgen het platteland in trekken. Als avondeten krijgt Mies nog even snel een mega burger zo breed als zijn bord en ik een vegetarische pasta met wortel aan aardappel. Aardappel telt hier als groente voor dit stelletje Mongolen.

’s Ochtends vertrekken we midden in de spits op weg naar Kharkhorin, een ‘stad’ op zo’n 400 km van Ulaanbaatar. Het duurt een uur voor we de stad uit zijn maar zodra we de stad uit zijn houdt het verkeer en de smog op. We rijden op de enige weg die we ooit tegen zullen komen onder een strak blauwe lucht het Mongoolse landschap door.landschap In alle eerlijkheid treffen we vlak voor Kharkhorin ons eerste kruispunt en dus een andere weg.

Wat een onvoorstelbaar uitgestrekt land is dit. We passeren in deze 400 kilometer misschien 5 dorpjes. Kleine mini dorpjes van voormalige nomaden die toch zijn gesetteld. De nomaden in hun gertenten bestaan hier ook nog steeds, maar velen hebben hun ger nu op een vaste plek staan. Ruim zeven uur lang rijden we door niemandsland, er is geen voorstelling van te maken als je dit niet gezien hebt. Af en toe een kudde koeien of paarden en heel veel roofvogels, geweldig. We lunchen in één van de vijf dorpjes bij een ‘wegrestaurant’, iemands huis denk ik, die een soort zitruimte voorin heeft gemaakt voor gasten. Voor mij bestelt onze gids een plaatselijk vegetarisch gerecht, ook iets met noedels, aardappel en wortel en Mies smult van zijn hachee. Vrolijk rijden we later verder op het getingeltangel van Mongoolse muziek. Ik vraag of we naar liefdesliedjes luisteren en onze gids legt uit dat 80% van de Mongoolse liedjes over paarden gaan. Wie verzint het!

Onze gids spreekt goed Engels en de chauffeur (haar vriend, broer? We durven het niet te vragen) geen woord, maar de vriendelijkheid spat er van af. Al zijn ze beiden wel een beetje verbaasd dat we Mongolië in de winter opzoeken, dat doet immers niemand!

Dat blijkt ook wel als we in Kharkhorin aankomen. Weer zo’n miniatuurdorpje, maar nu met wel twee attracties, een enorm museum over de geschiedenis van Kharkhorin (gebouwd met subsidies uit Japan) en een mega tempelcomplex. Dit tempelcomplex stamt uit de tijd van Genghis Khan die van Kharkhorin de hoofdstad van zijn rijk had gemaakt. Normaal, zomers, heeft het dorpje misschien wel wat te bieden maar in de winter zijn de vogeltoeristenhotels in ieder geval dicht, horen we. Niet dat we er een zien, maar goed. We worden in een hotel gedropt dat voor de plaatselijke bevolking is en kunnen hier vanavond om 7 uur gaan eten. De kamer is lekker warm al ontdekken we al snel dat het water ’s winters niet aangesloten is. Alweer wordt de douche waar we zo naar uitkeken ons door de neus geboord. Maar op de tv, die er dan weer wel hangt, zenden ze Looney tunes én the Pink Panther uit dus we vermaken ons best.

Het avondeten maakt ook veel goed. Eerst krijgen we gefrituurde dumplings (ik uiteraard met vega vulling: aardappel en wortel) en daarna, we zitten inmiddels al vol, krijgen we nog twee volle borden met gestoomde dumplings met dezelfde vulling. Mies zijn variant bevatte ondefinieerbaar vlees. paardenDoordat het steeds heel andere gerechten zijn ook al blijven de ingrediënten hetzelfde wordt het niet eens eentonig. Het is verrukkelijk en het gezelschap is geweldig. Onze chauffeur die dus geen woord engels spreekt laat trots foto’s zien uit zijn tijd in het leger in Siera Leone en van hem bij een enorm standbeeld van Genghis Khan (Die wrede Mongoolse heerser die zo’n beetje de halve wereld veroverde). Het standbeeld is zo groot dat we het eigenlijk met eigen ogen willen zien. Hij vertelt honderduit en onze gids vertaald steeds schouderophalend een beetje, we beginnen steeds meer te vermoeden dat dit toch een stelletje is. We spreken af dat hij ons op onze laatste dag in Mongolië naar dit reuze standbeeld gaat brengen.

De volgende dag gaan we naar een van de nationale parken van Mongolië en zullen we in een gertent slapen. We zijn inmiddels een beetje bang voor de kou,gertent binnen en het idee van in een tent slapen schrikt toch best wel af, maar we gaan voor het avontuur (bikkels als dat we zijn). Hustai National Park is een van de parken waar onder andere Nederland jaren terug de Przewalski paarden heeft geherintroduceerd en sindsdien doen ze het hier goed. We zien kuddes of troepen of hoe dat ook heet van allerlei wilde dieren waaronder herten en gewone paarden en uiteraard dus ook deze klein uitgevallen exemplaren. Daarna keren we terug naar het kamp. Onze gertent is prachtig. Gewoon een authentieke tent –zoals het hoort uit 108 delen opgebouwd- met in het midden een houtkachel en boven in een soort skylight voor daglicht. Met allemaal leuk beschilderde oranje meubeltjes om de kachel gedrapeerd. Ze hebben de kachel vast voor ons opgestookt en we gaan bijna dood van de hitte. Het is binnen maar liefst 42 graden! Doordat ze stoken met kooltjes blijft het ook nog wel even warm en we zetten stiekem de deur op een kier. Wanneer ze later vragen hoe laat gertentze onze kachel nogmaals op moeten stoken maken we heel duidelijk dat we dat zelf wel doen. Ze vinden het maar raar maar uiteindelijk krijgen we wat zakken kolen en hout mee om het zelf (geleidelijk) te doen. Mies ontpopt zich tot ware pyromaan en zit heerlijk met kooltjes te spelen en houdt onze gertent op een comfortabele temperatuur. We slapen als goden.

Op de terugweg luisteren we naar meer liedjes over paarden (we zijn echt stikbenieuwd naar de teksten) en binnen no time rijden we weer door de muur van smog naar ons hotel. Ditmaal een kamer aan de zonkant op de derde etage. Warm water en waterdruk, hoera! We verbruiken waarschijnlijk de halve watervoorraad van de stad, we zijn er niet onderuit te slaan!

De bijgevoegde foto’s van Dzjengis (Genghis) moeten maar voor zich spreken. Ter info, hij leefde op grote voet; de laars die je ziet is maatje 7005 ofzo en in het standbeeld huist onder andere een museum. De foto’s van Genghis zijn gemaakt vanaf de nek van het paard! Bayarlaa en Bayartai, Mies en Lelle.

Lees hier meer over Mongolie of bekijk meer foto's hier!

 

dzjengis

laars

Hits: 1418
0
Posted by on in Wereldreis 2014
4. Siberische busrit

Vanaf het station van Irkutsk werden we opgehaald door Anna die ons meteen per busje naar de volgende bus brengt die nog op ons staat te wachten. Wat een luxe, dat georganiseerd reizen, dit zijn we echt niet gewend maar met deze temperaturen is het naast luxe ook erg efficiënt en wel noodzakelijk.
Het busje brengt ons van Irkutsk naar Olkhon. De reis begint koud. We worden in een minivan gekwakt met een vijftal locals. De enige overgebleven plekken, want de locals zijn niet gek, zijn bij de niet goed afsluitende schuifdeur. Met -30 is het tochtje dat binnenkomt op z’n zachtst fris te noemen. Al snel trekt mies zijn schoenen uit om iets van gevoel terug in zijn tenen te krijgen, ik zit tegenover hem en hij plant z’n voetjes onder mij. In een handschoen die weer is gewikkeld in een sjaal.  De chauffeur gaat als een duivel. De wegen zijn slecht en iets aan de auto is kapot al weten we niet wat. Maar hij rijdt ruim een half uur van garage naar garage om een onderdeel dat ze nergens hebben.
Als ik wil kijken hoe hard hij nou eigenlijk rijdt over deze kronkelende kapotte paden zie ik dat de snelheidsmeter defect is. De enorme barsten in de voorruit waren ons al niet ontgaan. Na een paar uur hobbelen, krijgen we het eindelijk een beetje warm. Dat is mooi want dit busritje duurt zo'n 7 uur. En dat nadat we net 89 uur non-stop in de trein hebben gezeten.
Precies als Mies de legendarische woorden uitspreekt dat hij denkt dat we er wel wat eerder zullen zijn met deze snelheden houdt de weg plots op te bestaan. We rijden, nou ja rijden, over een onverhard pad verder. Niet dat de chauffeur daarop zijn snelheid aanpast. Een wilde gok voor wat hij moest kopen zijn misschien nieuwe veringen, want het busje trilt en ratelt bijna uit elkaar. Het geheel maakt een oorverdovend geluid en de schuifdeur komt zeker 5cm uit zijn sponning. Snel pakken we onze schoenen en tassen weg bij de deur want de chauffeur schijnt niet te merken dat de weg is verdwenen of dat zijn busje bezig is uit elkaar te ratelen.Olkhon
Het gehele busje komt uiteindelijk aan bij het veerbootje naar het eiland Olkhon. Na een korte overtocht waarbij we ,soms als een klein ijsbrekertje, door het ijs gaan bereiken we de overkant. Normaal is het meer allang dichtgevroren maar door de milde temperaturen (voor Siberische begrippen) is autoverkeer over het ijs nog niet mogelijk.


Olkhon
nikita guesthouseEenmaal op Olkhon wacht ons, na weer een hobbelige busrit in een ander aftands busje een geweldig guesthouse, Nikita. Allemaal kleine knusse houten huisjes een dorpje eigenlijk, met een beetje een hippie sfeer. Die sfeer zal later versterkt worden als twee andere gasten blij beginnen jointjes te draaien maar eerst worden we overvallen door een sms met slecht nieuws. Anna bericht ons dat we morgen meteen terug moeten. De ferry boot waarmee we door het ijs/ water zijn gevaren zal morgen voor het laatst varen i.v.m. het verslechterde weer, hij blijkt niet langer in staat het ijs onderweg te breken.
Daar zitten we dan vol plannen voor dit eiland na een helse vijf uur durende bustocht. Toch zijn we blij dat Anna erop stond haar telefoonnummer door te geven. De hotel eigenaar verteld ons dat er niks aan hand is en dat de boten over een paar dagen gewoon nog gaan. Bovendien blijft het Koreaanse meisje dat met ons aankwam ook dus kunnen we morgen wel een excursie bij hem boeken. We vermoeden dat deze man dollartekens in z’n ogen heeft en sms’en nogmaals met Anna. Zij deelt onze zorg en regelt kosteloos voor de volgende dag transport en accommodatie. We waren al onder de indruk van de service maar o wat zijn we nu blij. We genieten onze laatste en enige avond op Olkhon met volle teugen. We zijn in de enige gezamenlijke ruimte en we halen onze Wodka en bier maar even op uit onze kamer, dit voorbeeld wordt al snel gevolgd en de spiritualiën worden gedeeld evenals diverse verhalen.
citerTwee gasten uit Letland beginnen een spontaan concert, de een bespeelt trommels en de ander speelt Citer. Al snel wordt de “band” aangevuld met een lokale oude man met een gerimpeld en doorgroefd gezicht. Hij bespeelt de accordeon. Na enkele Russische smartlappen en na aandringen van ons geeft hij aan in 9 talen te kunnen zingen deze krijgen we dan ook allemaal te horen. Wat ons betreft kan hij er nog een aan toe voegen, expressie!!. Wat een avond, Mies heeft de band zelfs nog even aangevuld met het muziek maken met lepels, rondom gelukkig gaan we naar bed.
Op Olkhon lopen nog een aantal honden rond die wel verzorgd zijn maar niet echt bij iemand horen. De onderdanigste van het stel heeft mij al snel geadopteerd en s’avonds duikt ze stiekem ons hotelgebouwtje in. Ik leer haar wat kunstjes, ze blijkt dol op Kaneel Sultana's, en ik leg een van onze voetenkleedjes in de toch nog koude gang. Ze gaat er meteen op liggen, de schat. Hopelijk heeft ze warm kunnen slapen, want 's ochtends is ze alweer verdwenen.
We ontbijten goed, volledig onwetend van de helse bustocht die ons staat te wachten. De reis zal compleet verschillen van de heenreis: de bus zal ditmaal zo heet zijn dat we dreigen flauw te vallen. De chauffeur rijdt tergend traag, er komt nog eens drie uur reistijd bij(!), de pont moest 2 keer varen om alle reizigers over te zetten, onze backpacks worden door ruimtegebrek op het dak gebonden. Gevolg: als Mies 's avonds wil douchen is de shampoo nog steeds bevroren. Toch biedt dit ons een unieke kans. We hadden vooraf een keuze moeten maken waar we vanaf Irkutsk naartoe zouden gaan: Olkhon of Listvyanka maar Anna heeft nu voor één dag transport en accommodatie in en naar Listvyanka geregeld. We krijgen dus van alles wat te zien. We overnachten in een homestay. Dus bij iemand die zijn huis ter beschikking stelt aan toeristen. De dame in kwestie is zeer vriendelijk maar we voelen ons slecht op ons gemak, we komen laat terug van het verkennen van de stad en durven niet goed meer te gaan douchen(maar doen t toch) en s’avonds fluisteren we naar elkaar om haar maar niet te wekken.baikalmeer
De volgende dag volgen we de rivier van Irkutsk naar het Baikalmeer. Deze rivier bevriest nooit en erboven hangt een continue dikke muur van mist door het temperatuur verschil. Wanneer dit uitmondt in het Baikalmeer is het uitzicht echt adembenemend. We hebben het gehele guesthouse in listvyanka voor onszelf, een heel vreemde gewaarwording, en ontdekken te voet dit schattige kleine dorpje. Het is hier ook mogelijk om een tocht met sledehonden te maken en er is een klein museum met veel informatie over het Baikalmeer ( in het Russisch dat wel)
De volgende dag, na het ontbijt, worden we door Vladimir opgehaald en rijden we terug naar Irkutsk. Onderweg moet hij een omweg maken door een klein dorpje, iets met het afgeven van een sleutel gebaard hij. We komen aan bij een schattig huis dat zíjn huis blijkt te zijn. Of we binnen willen komen! Het is werkelijk een prachtig iemi mini Hans en Grietje huis. Met een oud keukenstelletje en aan elke muur een kleurrijk mozaïek van porselein dat door zijn vrouw is gemaakt. We durven geen foto’s te maken maar het is schitterend.
SAM 9448Terug in Irkutsk bevinden we ons eindelijk weer in een echte stad. Met Wi-Fi en cappuccino's. Twee dingen die wel erg prettig zijn als je door de koude zeer regelmatig ergens naar binnen moet vluchten om op te warmen. Bij een fastfoodzaak die zich Domino noemt bestellen we een patatje met. De patat wordt even in de magnetron gegooid zodat hij goed slap is (bleghhhh) en de mayo is een mengsel van knoflook met knoflook en knoflookextract én knoflookmayo. Slapen in de Homestay zit er voor ons niet in, de temperatuur binnen is rond de dertig graden en ook al hebben we een balkon, de deuren mogen niet open -ook niet eventjes- want dan gaan haar orchideeën dood. Het ontbijt dat ze voor ons klaarzet voor in de treinreis naar Mongolië maakt echter alles goed; een heel brood, smeerkaas, yoghurtdrink, theezakjes, appelsap, appels, plakjes kaas en een tomaat. Dat is nog eens een lunchpakket.
Later in de trein ontmoeten we  2 van de 5 Nederlanders die we in Moskou al eerder ontmoette.
Bij de grensovergang naar Mongolië waar de douaneperikelen 6 uur duren, maken we er met z’n vieren het beste van. We kopen en drinken de volledige biervoorraad van de provodnik op en eten de laatste Nederlandse koeken, kano's.
De wc's blijven de gehele tijd bij de douane gesloten en al snel hebben we spijt van onze bierconsumptie maar we hebben vooral veel plezier.

Proost!

Bekijk de foto's van Siberie hier!

 



Hits: 1470
0
Posted by on in Wereldreis 2014
3. De TransSiberie-Express

De afgelopen dagen waren hectisch en dat wisten we ook van te voren. Wat we ook wisten is dat we hierna vier dagen onafgebroken in de trein zouden zitten dwars door Siberië heen, genoeg tijd om uit te rusten. Alleen deze eerste vier dagen gaan we al door vijf tijdzones heen, maar de klok op alle stations in Rusland geeft de Moskou tijd aan. Dus als we over een paar dagen om vier uur ’s ochtends aankomen in Irkutsk dan is de lokale tijd daar 09:00. Veel schappelijker.

3.lengtetreinWe worden ’s ochtends naar het treinstation gebracht door onze chauffeur, Ibrahim (naar de voetballer Ibrahimovich voegt hij zelf toe). Zo’n all-in georganiseerde reis is soms toch best wel handig, want hij blijft ruim 40 minuten bij ons wachten op het station tot de trein aankomt en legt gaandeweg van alles uit. Zo moeten we voor de dertigste keer sinds we in Rusland aangekomen zijn door een reeks detectiepoortjes. Extra veiligheidsmaatregelen in verband met de aanslagen in Volgograd, zo legt hij uit, normaal staan die poortjes er niet.

Als onze trein aankomt, loopt hij het hele eind met ons mee. De trein is láng en wij zitten bijna helemaal voorin. Hij praat met de provodnika (rijtuig conductrice) en brengt ons naar onze coupe. Op de tekeningen van de tweedeklas slaaprijtuigen hadden we gezien dat er alleen vier persoons coupës bestaan . Vandaar ons ongeloof als blijkt dat wij het enige(!) twee persoonscoupetje hebben dat deze trein heeft. Heerlijk handig met je spullen aangezien Russen alles van kleine kinderen tot huisdieren of muziekinstrumenten mee de trein in slepen.

We richten ons kamertje al snel zo functioneel mogelijk in en nemen plaats voor de treinreis van ons leven. 4 dagen zonder douche gaan nu van start. Als de trein in beweging komt, beginnen ook de reiskriebels in ons zich te roeren, we kijken hier al zo lang naar uit en nu gaat het eindelijk beginnen. Buiten ons trekt uren of dagen lang een besneeuwd berkenbos aan ons voorbij, met af en toe een klein dorpje. In de trein is het onverminderd heet en we proberen bij de provodnika of ze ons raam wil ontgrendelen. Ze kijkt ons aan of we gek zijn en maakt duidelijk dat dat dus niet gaat gebeuren. Af en toe stopt de trein en lopen we in ons shirtje de vrieskou in om af te koelen. Het mag duidelijk zijn, elke halte in oostelijker richting wordt steeds kouder. Al snel zijn we de uren een beetje kwijt, niet alleen omdat we niet weten in welke tijdzone we zitten maar ook door alle kleine hazenslaapjes tussendoor. We vermaken ons met de provodnika (ze lijken allemaal Natasja te heten) en ontmoeten gaandeweg een aantal passagiers. Natasja blijkt in Blagoveschchensk te wonen in het uiterste oosten van Rusland, en is dus de volledige treinreis, 6 dagen, aan het werk. Mies laat haar foto’s zien van Nederland en hoe wij leven.in tme

In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Oriënt expres is dit geen toeristen trein (zoals ik hem me eigenlijk meer had voorgesteld) maar een vrij gewone Russische trein. Veel passagiers blijven dan ook maar een paar haltes aan boord. De afstanden tussen de haltes zijn natuurlijk wel immens en we nemen ons voor nooit meer te klagen dat zeeland zo ver weg is.

Een man die in Perm is ingestapt en woont in Yekaterineburg (een uur of 6 verderop) excuseert zich wel tien keer voor het feit dat hij geen Engels spreekt en legt ons vervolgens in het Engels uit dat de winter zo ongewoon mild is tot nu toe. Er ligt slechts zo’n 30 cm sneeuw terwijl minstens een meter toch wel minimaal is. Gaandeweg bereidt hij ons, in het Engels, voor op fotomomentjes, een kerkje of ander mooi plekje dat komen gaat. Ze blijken allen bijzonder lastig te fotograferen uit een bewegende trein, maar we klikken er lustig op los. Dat is het mooie van treinreizen, je ontmoet zoveel mensen en hebt de kans met ze in gesprek te komen.

3.ijsbrekerDe tweede dag rijden we voor het eerst Siberië binnen, het landschap met alle mooie berkenbossen is verruild voor een vlak woest landschap. Uren en uren aan niemandsland, wel honderden kilometers lang. Ik vind het schitterend en geniet. Ook in de trein is het nu merkbaar kouder, de binnenkanten van de ramen zijn bevroren en we hebben vannacht toch maar met dekens geslapen. Op een bord zien we dat het hier nu -25 graden is, OVERDAG, in de stralende zon!! Onze bestemming ligt nog twee dagen dieper Siberië in en we vragen ons af wat nog komen gaat. Elke langere stop stappen we even uit om de benen te strekken en de frisse lucht te voelen. Dan worden we omringd door Baboeshka’s, russische moedertjes die hun zelfgemaakte etenwaren en breiwerken te koop aanbieden. Sokken, sjalen, mutsen, alles kunnen we krijgen. Op dit moment staan we stil in Omsk, we waren zojuist even buiten en ademhalen doet gewoonweg pijn aan je longen zo koud is het. De provodnika is zoals bij ieder station bezig met metalen staven de remmen en de veringen van de draaistellen ijsvrij te maken en kruipt daarvoor zelfs onder de trein, terwijl wij allang alweer naar het warme binnen zijn gevlucht.

Twee stellen verder op bevindt zich een restauratie rijtuig, dat wat, maar niet veel, eten verkoopt. Elke rijtuig heeft ook een eigen samovar (heet watertap) en we hebben een hele koffer mee waar alleen maar eten in zit. Noodles, cup a soups en pasta’s, maar ook sultana’s, stroopwafels, boterkoek en kano’s! Gelukkig maar want vegetariërs vinden ze hier maar rare mensen.

Van te voren hadden we al vodka ingeslagen, om eens echt lekker samen Russisch te kunnen proosten en de provodnika verzorgt ons goed en we worden soms door haar van bier voorzien. ’s Ochtends, of ‘s middags want wat maakt het uit. In Rusland werd bier overigens tot voor kort als frisdrank beschouwd omdat het zo weinig alcohol bevat. Leuk volk, dat mag ik wel!SAM 8957

Alles verloopt op rolletjes, of eigenlijk op rails en de dagen beginnen een beetje in elkaar over te lopen, tot op de derde dag Natasja besluit dat het echt niet kan met dat rare vegetarische kind. ’s Ochtends vroeg staat ze met een mandarijn en een appel voor onze ‘hut’, en de Russische hospitaliteit komt ‘s middags echt tot zijn recht; eerst heeft ze geregeld dat er een vrouwtje langs komt met twee warme broodjes met aardappel er in. Een hele aparte combinatie, het heeft wat weg van een hartige oliebol, geen twee seconden later komt ze vragen of ik ook kool en komkommer lust. Ik hoop dat ze voor vanavond bedoelt, ik zit waanzinnig vol na die twee caloriebommen van zojuist. Maar nee. Tien minuten later staat ze met een vers gemaakte salade aan de deur. Een enorme bak waarvan ze gelukkig maar een gedeelte op mijn bord schept. Genoeg om het hele bord te vullen, dat dan weer wel. Ik lach breeduit want dit ziet er wel heerlijk uit en ik vind het ongelooflijk lief, al barst ik bijna uit mijn voegen. Maar opeens heeft ze een idee en staat ze met een heel brood naast me. Ik gebaar duidelijk dat ik slechts één plakje hoef en zij gebaart duidelijk dat ik wel een heel dún raar vegetarisch meisje ga worden als ik zo door ga. Voldaan eet ik mijn salade met een enkel sneetje brood terwijl Mies hongerig op zijn broodjes vlees wacht. Ze kennen ons inmiddels hier, dat mag duidelijk zijn. Maar daar staat Natasja weer, in de deuropening. Met een enorme plak opgerolde cake. Vegetarisch, vegetarisch zegt ze, terwijl ik in een deuk lig. Even later prop ik de helft van de plak stiekem in een bakje voor Mies. Dit eten is bedoelt om mij aan te laten sterken (Ik lig al drie dagen op bed boekjes te lezen en uit te rusten van de vele indrukken, maar dit wordt blijkbaar geïnterpreteerd als lamlendige verslagenheid als gevolg van alles overheersende honger. Een deel van de cake eet ik voor de vorm zelf en ik kan alleen maar hopen dat de Russische hospitaliteit ook grenzen kent, anders word ik rollend uit deze trein geduwd straks. Een voordeel, met dit extra speklaagje zal ik het zeker niet koud hebben hier in Siberie.draaistel wissel

Uiteindelijk komen we na 5021 kilometer (alle 5021 besneeuwd) en 89 uur treinreizen stipt op tijd aan in Irkutsk. We kunnen niet zeggen dat we ons schamen voor het Nederlandse spoor maar het tegendeel gaan we hier ook niet verkondigen.

We nemen afscheid van Natasja die dolblij is met haar nieuwe delftsblauwe klompjes en lopen bijna in de armen van Anna, die het begin van ons volgende avontuur inluidt.

 

 

 

Hits: 4458
0
Posted by on in Wereldreis 2014
2. C HoBbim ГoДom oftewel Gelukkig Nieuwjaar

Vanaf het Rode plein in Moskou wensen we jullie allemaal een geweldig 2014 toe!!!!

 

Om hier te komen zijn we door ettelijke controleposten gegaan waarbij we zelfs nog een keer terug moesten aangezien een glazen fles wodka meenemen zelfs voor de Russen iets te veel was. Overigens werd het meenemen van een Arabisch kromzwaard door de mensen voor ons onder luid gelach toegestaan, erg veel veiliger voelden we ons dus niet. Nadat we onze Wodka snel hadden overgegoten in een ijlings aangeschafte fles cola (uiteraard deze eerst leeggegooid)waren we, ondanks de controles, ruim op tijd op het Rode Plein samen met onze Braziliaanse vriend Gabriel.

2.blog-kremlinDe wodka bleek nauwelijks voldoende om ons warm te houden tijdens het lange wachten op het aftellen naar het nieuwe jaar. Na het gezamenlijk aftellen barstte om twaalf uur het staatsvuurwerk los. Nadat we een toast op 2014 hadden uitgebracht kwamen we via een andere uitgang van het Rode plein midden in een concert terecht, uiteindelijk zijn we gedrieën richting ons Hostel gegaan alwaar we met de andere gasten nog wat gedronken en getoast hebben.

Bekaf vielen we na drieën in een diepe slaap we waren immers niet alleen op oudejaarsdag naar Moskou gereisd maar de dag ervoor hadden we ook nog te voet zo’n beetje alle bezienswaardigheden van St Petersburg bezocht. Dan vergeet ik nog bijna het extra anderhalf uur lopen om het vegetarische restaurant Botanika te vinden te vermelden, overigens best smakelijk gegeten daar, uiteraard vond Lelle alles lekker daar dus die kon niet echt kiezen. Zij schrijft dit verslag nu verder.2.blog-lenin

Het werd uiteraard de “Happy Vegan” salad, en deze vegetariër werd daar inderdaad erg vrolijk van!

Gek genoeg kregen we van de lange stadswandeling beiden toch wel energie, dat was maar goed ook want we namen even later de nachttrein naar Moskou. De eerste keer dat we een coupe moesten delen. Het Russische stelletje dat tegenover ons zat was jong en vriendelijk maar sprak werkelijk geen woord Engels. Wel keken we bij hun vast de kunst van het Russisch treinreizen af, ze kenden een aantal foefjes die wij niet ontdekt hadden. Zo zitten er onder de bedden metalen bakken die je op slot houdt door er op te slapen, die we zonder hen nooit gevonden hadden.

Eenmaal in Moskou worden we naar ons eerste hostel (hotel met slaapzalen) ooit gebracht. Als we de deur binnen stappen worden we begroet met een blij “mogguh!”en we groeten terug. Beiden partijen hadden een moment nodig om te verwerken dat we in het Nederlands begroet werden. Vijf van de gasten van dit hostel zijn niet alleen zo ongeveer de eerste westerlingen die we tegen komen, maar ook nog eens Nederlands. Ook zij zijn van plan vannacht Nieuwjaar op het rode plein te vieren, maar we komen ze hierna niet meer tegen.

Moskou is een tandje kouder dan Sint Petersburg, al is het hier wel iets langer licht. Oudejaarsdag doen we rustig aan, we doen boodschappen voor lunch en gaan met Gabriel uit eten in een soort sushi tent. Nieuwjaarsdag pakken we al net zo rustig aan. De metrostations hier zijn waanzinnig mooi en we gaan met 1 kaartje pp (ongeveer 1 euro per kaartje) heel Moskou door. Zolang je de poortjes niet uitstapt, blijft je kaartje geldig. Althans, zo beredeneerden wij en het is allemaal prima gegaan. Diepe stations wisselen zich af met prachtig versierde stations met mooie zuilen en uitgebreide schilderijen en reliëfs. Voor de Pink Floyd kenners onder ons: we vonden ook nog een metrostation met allemaal geschilderde afbeeldingen in ronde uitsparingen op het plafond. Alsof ze recht uit Goodbye Blue Sky kwamen. Het een is in ieder geval op het ander geïnspireerd, al twijfelen we over wat er het eerst was. Waarschijnlijk de metro.

2.blog-metroGBSDezelfde metro bracht ons ook nog langs Gorky Park. Ja, we zongen inderdaad stilletjes “Winds of Change”, waarvan ik de tekst eindelijk begrijp nu ik hier ben.

Onze laatste dag in Moskou brengt ons eerst langs het mausoleum van Lenin, waar we met een noodvaart langs zijn gebalsemde lichaam worden geleid. Er wordt gefluisterd dat dit lichaam al vervangen is door een waxen replica, maar onze kennis van gebalsemde lichamen is niet goed genoeg om dit van echt te onderscheiden. Hierna bezoeken we het monument voor de ruimtevaart en de eerste mens in de ruimte; Uri Karkarin.

Wat mij nog het meest verbaasd over het Rusland dat we tot nu toe gezien hebben is dat iedereen zo ontzettend vriendelijk is. Overal lazen we op voorhand dat het zo’n nors volk zou zijn, maar de mensen die wij tegen komen voldoen totaal niet aan dit beeld. Gelukkig maar.

Nu maken we ons klaar voor de Trans Mongolië Express, tot dan!

2.blog-metro1

2.blog-metro22.blog-metro3

Hits: 7812
0
Posted by on in Wereldreis 2014
1. Met de trein naar Sint Petersburg

Hier zijn we dan met ons eerste echte verslag.

In Amsterdam stapten we op de slaaptrein naar Warschau. We dachten als een blok in slaap te vallen, maar hebben toch eerst heel wat uurtjes romantisch uit het raam gestaard naar het almaar veranderende landschap en de mensjes die binnen in al die passerende huisjes kerst aan het vieren waren. De machinist had er zin in, ook als hij remde, en regelmatig schokten we bijna onze smalle bedjes uit. Maar met de luxe van een coupe voor z’n tweetjes hoor je ons niet klagen. Al begonnen we ’s ochtends de douche wel te missen. Overigens zit er in de wc van deze trein wel een ieni mini douche, maar deze dient vooral als rookplek voor de Poolse conducteur. De Poolse conducteur die op onze trein overigens geen woord Nederlands of Engels sprak. We voelen meteen dat we op reis zijn!Kerkje minsk

Eenmaal in Warschau verandert het rollende Teletubbie landschap in een grijze blokkendoos. Warschau Wschodnia blijkt een kloterig stationnetje waar omheen –in ieder geval op tweede kerstdag –niks open of te zien is, dus dumpten we onze bagage in de kluisjes en treinden terug naar Warschau Centraal. (De trein naar Minsk stopt ook gewoon op Warschau Centraal, terugreizen was dus niet nodig geweest).

Ook hier is op tweede kerstdag bijna alles was dicht maar we konden rondom het station gelukkig goed terecht voor lunch en diner voordat we weer verder moesten tuffen richting Minsk. Pal naast het station staat een groot winkelcentrum met diverse eetgelegenheden, ook de bekende gele M, voor wie het echt niet laten kan. Al heb je geen trek in een hamburger of emmer kippenvleugels, de gratis wifi is wel erg prettig. Buiten heb je het hardrock cafe van Warschau.

Op het station heb je alles dat je hier verwacht te vinden, van geldwisselen, tot starbucks en bagagedepots. Alcohol voor in de trein is hier niet verkrijgbaar. Of wij konden het niet vinden.

SAM 8213We hadden gehoord dat de treinen in Belarus gescheiden coupes hebben voor mannen en vrouwen, behalve als je eerste klas reist, dus hadden we heerlijk decadent een 1e klas coupe naar Warschau geboekt. Helaas was de trein waar we in terecht kwamen overduidelijk een tweede klasse en –oh horror!- bevatte onze coupe drie stapelbedden boven elkaar. Het bovenste bed bleef gelukkig ongebruikt.

De wastafel lieten wij ook ongebruikt, want nadat we deze een paar seconden open hadden gedaan kwam er zo’n sterkte urinegeur vandaan dat duidelijk werd dat de meesten geen zin hebben in de kleine wandeling naar het toilet op de gang. De grensovergang Polen-Belarus met de beruchte onvriendelijke douane beambten en de wisseling van het treinonderstel hebben we door onze diepe slaap nauwelijks meegemaakt. De beruchte onvriendelijke douane beambte bleek een zeer vriendelijke dame die rechtstreeks uit Elton John’s Nikita was gestapt en de coupe’s naast ons werden luidruchtig doorzocht terwijl wij lekker verder mochten slapen. Iets later kwamen we echt in Belarus, Wit-Rusland. De spoorbreedte van Rusland verschilt met die van Europa om de Russen te beschermen tegen invallen en dus moet het onderstel van de trein hier gewisseld worden. Dit gaat gepaard met veel gekraak en schreef hangen maar als je moe genoeg bent kan je hier blijkbaar dwars doorheen slapen. Tip: ga ruim voor dit gebeurt naar het toilet want deze blijven geruime tijd op slot. (De monteurs kruipen onder de treinstellen door, vandaar).

En toen werden we wakker… in Minsk!

Wat een ontzettend mooie stad is dit. Er valt veel meer te beleven en zien dan dat we ons er van voorgesteld hadden. Het eerste dat opvalt is dat het ongelooflijk schoon is. Er ligt nog geen sigarettenpeuk op de grond en overal loopt politie om te controleren dat je wel braaf bent. Zo krijg je meteen een boete als je de straat oversteekt waar dit niet mag of als je door rood loopt. Het handigst is dus om het station ondergronds te verlaten, hier is een grote voetgangerstunnel met allerlei kioskjes, waar je onder andere vers fruit kan kopen.

Op het station kan je op de onderste verdieping tegen betaling van 850 Belarussische roebels (bijna niks) naar het toilet, een kopje koffie op he station kost exact hetzelfde. Ons advies; loop wat verder naar een cafeetje in de buurt want ze hebben alleen hurktoiletten. De meeste cafés hebben normale, zeer schone toiletten en de koffie is naast duurder ook een stuk beter.

t.o. hermitageOp de eerste verdieping van het station is een grote algemene wachtruimte, links op het bord staan aankomsttijden van treinen en rechts staan de vertrektijden. Circa 40 minuten van te voren verschijnt hier je trein. Als het cyrillisch nog lastig te ontcijferen is dan hangt op de begane grond aan de rechterzijde ook een Engelstalige versie. Ze maken hier net als in Warschau onderscheidt tussen perrons en sporen; dus op perron 4 zou je spoor 7 en 8 kunnen vinden. Zowel de perrons als de sporen worden getoond op de halaanwijzers.

In de gang aan de rechterkant van het station vind je bagageruimtes, indien je je bagage hier achter laat zorg dan dat je ruim op tijd (ca 1 uur van te voren) je bagage af komt halen. Wij hadden een half uur en mistten bijna onze trein, het kan plots erg druk zijn en er wordt behoorlijk voorgedrongen.

Bij een cafeetje gaan we zitten voor een paar verrukkelijke koffies en gratis wifi. Op elke straathoek zit hier wel een koffietentje, aan keuze geen gebrek.

We hebben ook hier maar een paar uurtjes en we bekijken zoveel mogelijk. Op slechts een paar minuten lopen van het station vind je het voormalige hoofdgebouw van de KGB dat een heel blok in beslag neemt. Nog steeds wordt het afgeraden hier foto’s van te maken.

Als we uiteindelijk onze coupe instappen, net op tijd in verband met het plotse spitsuur bij de bagagekluisjes, snappen we waarom de conductrice ons in onze backpackerskleding zo nakeek. Dit is pas een eerste klas! We hebben een super de luxe coupe voor ons tweetjes met super zachte bedden, gordijntjes en zelfs een tv! Als de trein rijdt komt de conductrice binnen om te vragen wat we willen eten. Warm eten zit namelijk bij de tickets inbegrepen! Ze blijken zelfs een vegetarische optie te hebben.

Tevreden vallen we in slaap, de trein komt al om 7 uur aan in Sint Petersburg maar daar is het een uur vroeger dan in Minsk, dus zetten we de wekker op 5 uur.

De trein mocht dan luxe zijn, dit was de eerste coupe waar we de verwarming niet uit konden zetten en de ramen niet open kunnen. Russen zijn blijkbaar extreem klaar met alle kou die ze normaal te verduren te krijgen want het schommelt binnen tussen de 25 en 30 graden. Zelden hebben we zo verlangt naar een douche. Het meenemen van opfrisdoekjes is zoals voor elke nachttrein geen overbodige luxe. De versnaperingen die op tafel liggen zijn overigens niet gratis, al konden wij geen chocola maken van de prijskaart. Indien je zelf geen eten of drinken mee hebt, ze accepteren in deze trein zowel Belarussische Roebels als Russische.

De eerste douche komt uiteindelijk pas in het Hotel in Sint Petersburg. Wij zitten in het Sky Hotel; verscholen in een zijstraat van de beroemde Nevsky Prospekt straat, op slechts 5 minuten wandelen van het Hermitage. De taxichauffeur die ons ophaalde van het station blijkt geweldig en grappig, al is hij niet erg bedreven in het vinden van ons hotel. Na veel gedruk op allemaal knopjes aan een poort brengt hij ons uiteindelijk naar binnen. We moeten op de zesde etage zijn en hij kijkt bijna zo verschrikt als wij als we geen lift zien. Onze bagage voelt zwaarder dan ooit. In de hal hangt een spiegel op de plek waar je de lift zou verwachten “so you can see how foolish you look when you see there is no elevator” grapt hij. Om de hoek vinden we gelukkig alsnog de lift.

Op dit moment is het in Rusland nog zo dat je moet worden geregistreerd wanneer je Rusland binnen komt en wanneer je langer dan 3 dagen in 1 plaats blijft. Voor dit registratieproces worden door het hotel kosten in rekening gebracht. Wij waren met zijn tweeën ongeveer tien euro hieraan kwijt.

Schoon en gelukkig gaan we even later de straat op. We lopen de halve stad door, bezoeken het Russisch museum en genieten van de overdadige kerstsfeer. En dan te bedenken dat we Minsk al indrukwekkend vonden, dit overtreft alles. Wederom zijn de straten extreem schoon, al zijn de auto’s allemaal bedekt in een dikke laag roet en viezigheid, op straat ligt geen vuiltje en de stad lijkt wel uit louter imposante gebouwen te bestaan. We halen zoveel energie uit dit alles dat we bijna vergeten dat we hier pas een dag zijn. We sluiten de dag vroeg af met een overheerlijke Indiase maaltijd (Restaurant Tandoor, aanrader!) en duiken vroeg ons mandje in om een beetje bij te rusten.

Na een heerlijke slaap waken we bij een druilerige dag. De winter van Sint Petersburg lijkt dit jaar meer op een Nederlandse winter. De sneeuw die hier normaal ligt is er nog niet en vandaag regent het dus zachtjes. Net genoeg om irritant te zijn als je een brildrager bent. We komen al vroeg aan bij het Hermitage, vandaag gaan we de binnenkant bewonderen. We verrekken onze nekken ruim drie uur over alle pracht en praal en hebben nog niet eens alles gezien. Wel leuk dat ze hier in het kader van het Nederland – Rusland jaar allemaal grote Hollandse meesters hebben hangen. Onze tip voor het Hermitage: bedenk wat je wilt zien en maak een keuze, want vier uur hier doorbrengen is te weinig om alles te zien en veel te veel om te bevatten of te willen zien. Tip 2: Op maandag is het gesloten.

Het stadsbeeld met de grachten doet soms ook erg Hollands aan, later lezen we dat dit ook naar Nederlands voorbeeld is gebouwd. Peter de Grote was groot Nederland-fan, en dat begrijpen we natuurlijk wel een beetje.

Hits: 5227
0

Mies & Lelle zijn:

 

na hun Wereldreis van

356 dagen 15 uur en

30 minuten weer thuis!

 

Laatste Update

 2 Maart 2018( klik op blauwe link)

 Nieuwe Blog The Ring of Fire

 Bezochte landen overzicht

 Wereldkaart met onze route

 Verhalen Terugblikken

 Artikel Handige app's aangevuld

 Onze Records

 

Blog Wereldreis

Laatste Blog

21. Surfin' USA!!

Onze Records

Laatste aanpassing: 12-03-2018

 

ALLE REIZEN

 

* Totale afstand: 182045km

(=trein, boot, vliegtuig,bus, motor)

dat is 4,55x omtrek vd aarde.

# Dagen onderweg: 472

# Vluchten: 41

# Vlieg km's: 131868 km

# Motor km's: 2900 km

# Vlieguren: 116

# Treinreizen: 31

# Treinuren: 386

# Trein km's: 24321  km

# Overnachtingen in de trein: 24

# Busreizen: 80

# Busuren : 440

# Busafstand: 21890Km

# Overnachtingen in de bus: 16

#  Bezochte landen: 40

Spanje-Thailand-India-Nepal-Cuba-Mexico-Duitsland-Belgie-Luxemburg-Zwitserland-Italie-Polen-Wit Rusland-Rusland- Mongolie-China-Vietnam-Cambodja-Myanmar-Maleisie-Singapore-Indonesie-Australie-Hawaii/VS-Panama-Colombia-Ecuador-Peru-Bolivia-Chili-Argentinie-Uruguay-Brazilie-Frans Guyana-Suriname-ZuidAfrika-Swaziland- Lesotho-Griekenland-Finland

# Continenten: 6

* Hoogste plaats:  Bolivia 5010m

* Laagste plaats: -30 meter Arus Balee Banda Aceh Indonesie

* Aller Noordelijkste plek: Luosto,Finland: 67.0849145-26.95436319999999

* Aller Zuidelijkste plek: Sydney, Australie:-33.867487, 151.206990

* Aller Westerste plek: Haleiwa, Hawaii/VS21.592761,-158.103411

* Aller Oosterlijkste plek: Sydney, Australie:-33.867487, 151.206990

* Paspoort stempels: 70

* Hoogste temperatuur: 47 gr C,Bagan Myanmar

* Laagste temperatuur: -31 Irkutsk Rusland

* Dokters bezoeken: 2 (L, Varanasi & Bangkok)

* Keer aan de Delhi belly: 2 (M&L)

* Vervoermiddelen: 40 (vliegtuig-auto-longtailboat-speedboat-fiets-kameel-olifant-kayak-tuktuk-riksja-scooter-trein-vrachtwagen-oldtimer-bus-jeep-kano-vlot-motor-rubberboot-trollybus-jonk-bullettrain-veerboot-tandem-golfkar-pont-catamaran-jukung-triksja-kabelbaan-zeiljacht-zandbuggy-zandboard-sportvliegtuig-helicopter-SafariJeep, Sledehondenslee, Sneeuwscooter,Rendierenslee)

 

WERELDREIS:

 

# Vluchten: 20

 - Vlieguren: 56

* Treinreizen: 24

 - Treinuren: 305

* Busreizen: 80

 - Busuren : 440

# Busafstand: 21890 

# Bezochte landen: 26

# Dagen Regen: 25

# Continenten: 5-Europa, Azie, Noord-Amerika, Zuid-Amerika, Oceanie

# Gestolen spullen: Niks 

- Totale afstand: 86193Km 

- meeste dagen op 1 plek: 14-Bocas Del Toro, Panama

# Foto's/ video's: 34425

- Goedkoopste overnachting: E3,50(Thanh Hoa, Vietnam)

- Duurste overnachting: E95,87 (Resort Hue, Vietnam)

# Dagen zonder (warme) douche: 30

# Zonsondergangen aan het strand: 26